“Nederlandse contentproviders: maak iets voor de hele wereld!” Die oproep deed Stef van Ziel van Jet-Stream tijdens het Mediapark Jaarcongres. Van der Ziel waarschuwde voor een Amerikaanse video-oorlog op Nederlands grondgebied. Naast Netflix zullen Amazon en Google met YouTube de markt betreden. Apple en Hulu zullen mogelijk snel volgen.

Van Ziel: “Het is vreemd dat we daar als Nederlanders zelf niks tegenover zetten. Het kan gemakkelijk, de platforms en services zijn er. Ik faciliteer met mijn bedrijf al vijftien jaar lang streaming video, maar wel voor grote internationale spelers. Nederlanders nemen te snel genoegen met bescheiden posities. Men moet zich op het buitenland richten.”

Juist voor Nederland lonkt de wereld
Kansen liggen er op een wereldmarkt in de ogen van Van Ziel juist voor Nederland: de Nederlandse markt is de meest open markt ter wereld. Dit geldt in culturele zin - Nederlanders spreken hun talen - maar ook qua adoptie van technologische innovaties en de alom aanwezige creativiteit. Daarnaast beschikt met name de Noordelijke Randstad over een goed ontwikkelde broadcasting infrastructuur, met onder meer de aanwezigheid van producenten die al wel wereldwijd hun formats verkopen.

Kansen genoeg dus, ook in niches. Als voorbeeld werd cultuurzender brava nl klassiek genoemd, dat zich op cultuur en klassieke muziek richt. “Niches zijn groot op de schaal van de hele wereld”, zo benadrukte Van Ziel.
Waarom veel mediabedrijven dan toch hun vizier nog uitsluitend op Nederland richten? “Ik denk dat het tot nu toe nog te goed is gegaan om de noodzaak te voelen om internationaal te gaan.” Maar die noodzaak gaat volgens Van Ziel dus wel snel ontstaan.

Niches zijn groot op wereldschaal
Daarmee herhaalde hij een punt dat Mark Wood 12 juni al maakte tijdens het Mediafacts Uitgeverscongres. Wood is CEO van de Britse special interest uitgeverij Future plc, dat inmiddels nog maar veertig procent van haar omzet (200 miljoen euro) behaalt in haar thuismarkt. De special interest content gaat over onder meer technologie en gadgets, rockmuziek en cycling en wordt voor grote delen van de wereld geproduceerd.

Nederlandse uitgevers kunnen dat volgens Wood net zo goed doen. “Ook wij customizen onze content richting de verschillende taalgebieden. Je kunt heel goedkoop studenten inhuren die je content vertalen en eventueel aanpassen.  En Nederlanders staan bekend om hun open mind en talenkennis. Wij zijn momenteel bezig om content van diverse van onze merken in onder meer Duitsland en Italië uit te brengen, in de talen van de betreffende landen. De wereldmarkt is de schaal waarin je moet denken, anders word je speelveld te klein, daar waar internationale partijen als Google en Apple onze thuismarkten veroveren.”

Zelfs Europa is te klein
Exact hetzelfde zei Peter de Mönnink tijdens hetzelfde Mediafacts Uitgeverscongres. De CEO van de vakuitgeverijen Reed Business Media en Reed Business International stelde dat het voor uitgeefbedrijven heel moeilijk wordt om te overleven als zij zich alleen op de Europese markt richten, laat staan een enkel Europees land. Hij verwees naar cijfers die aantonen dat Europa het economisch bijzonder slecht doet en vermoedelijk blijft doen in vergelijking met de rest van de wereld. En - zo meldde hij - “er is nu eenmaal een directe relatie tussen het besteedbare inkomen en het geld dat wordt uitgegeven aan media.”

Ook Nyenrode pleit voor internationalisering
De boodschap van internationalisering werd nog eens versterkt door Richard Janssen van Nyenrode Business Universiteit, want ook hij stelde 12 juni dat uitgeefbedrijven de wereld als hun schaal moeten zien. “Waarom zou je je alleen op Nederland richten? De taalbarrière is te slechten, daar kun je op managen. De blik moet naar buiten.”

Kortom: met een beetje meer van de ‘VOC-mentaliteit’ die Nederland groot heeft gemaakt, moet de complete Nederlandse mediasector zichzelf mondiaal opnieuw kunnen uitvinden. Inderdaad ‘moet’, want, nogmaals gesteld, het wordt door de komst van vooral Amerikaanse giganten dringen in een snel te kleine Nederlandse markt voor media.