Na elf uur vliegen komen we aan in een druilerig Tokio. Op een oppervlak vergelijkbaar met de provincie Utrecht wonen hier evenveel mensen als in Nederland, ruim zestien miljoen. Vanaf maandag gaan we vernemen wat mobiel uitgeven inhoudt in dit technologische gidsland. Ik bevind mij overigens in een select reisgezelschap; onder meer De Volkskrant, De Telegraaf, EDG, ov9292 en het Nederlands Uitgeversverbond zijn vertegenwoordigd.

We stappen in een taxibus en rijden door  een complex snelwegenlandschap naar het centrum van Tokio. Vanaf een hoge brug kijken we neer op de indrukwekkende skyline. Verderop zien we dat elke vierkante meter hier telt; alles is extreem dicht opeen gebouwd. Tussen alle betonkolossen is kennelijk nog net ruimte gevonden om een soortement replica van de Eiffeltoren neer te zetten. Deze is alleen rood en tien meter hoger, maar ook veel lelijker dan het Parijse origineel.

Bij het hotel aangekomen, volgt meteen de eerste cultuurclash: de Japanse bedienden raken zichtbaar in de war als iedereen zijn eigen koffers naar binnen draagt. Drukke gebaren mogen niet baten. "Nee joh, dat moet je laten doen, dat is hun eer", zeg ik half serieus tegen een reisgenoot. "Ja kom nou zeg, het is wel mooi zo. Het moet niet gekker worden!" 

Een uur later wandelen we door het winkelgebied van de wijk Shibuya. Vanwaar toch op allerlei plaatsen mensen met van die scary mondkapjes? Het blijkt een teken van beleefdheid van de Japanners: wie verkouden is, wil anderen niet aansteken en draagt ter bescherming zo'n stuk textiel.

Nog zo'n Japans tafereel: bij een plek die verdacht veel lijkt op het Londense Picadilly Circus, drommen de wandelaars van alle kanten samen. Op het moment dat de voetgangerslichten in alle richtingen tegelijk op groen gaan, komt een massaal parapluenpallet in beweging. Duizenden van die artefacten bewegen traag in alle richtingen. Spontane kunst. In Tokio is het druk, altijd maar druk. Maar iedereen blijft beleefd en voorkomend. Hollandse horkerigheid is hier ver te zoeken. Men wil de ander gewoon niet tot last zijn.

Na een uitstekende maaltijd op grote hoogte, is het tijd het hotel op te zoeken. Eén nacht is bijna overgeslagen, en morgen wacht een dag vol mobiel innovatiegeweld. Toeristje spelen is er dan niet meer bij. Tot maandag.