Steve Jobs van Apple doet met zijn iPad anno 2010 hetzelfde trucje dat Abraham Elsevier en zijn oom Bonaventura al rond 1600 bedachten. Je begint letters te gieten, dan heb je een drukkerij en vervolgens wil je die pers ook uitbaten. Dus ga je zelf uitgeven. En om een zo breed mogelijke verspreiding te krijgen maak je kleine boekjes die makkelijk draagbaar zijn en niet te duur in de aanschaf. Voilà, de iPad en het pocketboekje a la Bonaventura.

Vervolgens veroorzaakt dat een culturele revolutie, want kennis is draagbaar geworden. Of Bonaventura zich daarvan bewust was weten we niet, maar dat Steve Jobs het donders goed begrijpt hebben we de afgelopen maanden kunnen meemaken. Elke scheet rond de iPad -maandenlang getooid met de schuilnaam iSlate- was goed voor een stroom speculaties in de pers. Heb je tijd van leven, zet dan op 27 januari 2035 het woordje ‘iPad' in je agenda en wacht af.

Toen Elsevier in1580 in Leiden z'n drukkersbedrijf begon, was de uitvinding van de boekdrukkunst al dik een eeuw onderweg (‘Hello Gutenberg!'). Het werk van de drukker bevorderde de opkomst van de burgerij en de steden, en was goed voor een hele serie burgerlijke revoluties en de dood van God. ‘Wilt u ook een onsje Verlichting? Drukken we voor u.'

Als de ICT het equivalent is van de losse-letterdruk, en de komst van internet gelijk staat aan de groeiende macht van de drukkersgeslachten, dan reken ik het uitbreken van de smartphone-epidemie tot de evenknie van massapers. Zoals de kranten voor het eerst het volk een stem gaven, zo heeft de mobiele lifestyle wereldwijd ‘suckers' van allerlei rang en stand, uit de metropolen en uit de bush bush, in dezelfde virtuele ruimte gebracht. En daar is het nu een gekakel van jewelste.

Terug naar Steve Jobs: het gedoe rond zijn tablet-pc iPad is kenmerkend voor de groupies rond dominante mannetjes. Wie de macht van de leider vreest, begint zenuwachtig te wriemelen als het alphamannetje duidelijk zit te broeden op een plannetje. Zo heeft Microsoft's Steve Ballmer , toch lange tijd de topaap in ICT-land, begin 2010 razendsnel een tablet-pc gelanceerd die hetzelfde moet kunnen als de op dat moment nog in nevelen gehulde iPad. Muziek, spelletjes, boeken, kranten, tijdschriften. Alleen wordt niemand er warm van.

Een paar dagen daarna zagen we een monsterverbond rondom de succesvolle Kindle van Amazon. In een vlucht naar voren mocht Microsoft op zijn tablet, de Kindle-software van Amazon installeren, zodat we de e-books van Amazon niet langer op een Kindle hoeven te lezen. En begin januari heeft Amazon ook derden toegelaten op zijn Kindle-ontwikkelplatform. Bezitters van dat leesapparaat kunnen straks ook bij anderen hun e-books kopen. Maar jammer, ineens gaat het niet meer over e-books.

Waaruit bestaat die macht van de Apple topaap dan wel? Uit niets meer of minder dan ‘voeldoosjes met sex appeal'. Met de introductie van de iPod in 2001 heeft Jobs een wereldwijd publiek verleid om zich volledig uit te leveren aan de erotische magie van het Apple-design met z'n verslavende vingernavigatie. Dat hij daarvoor het tijdloze ontwerp van een oude Braun-radio heeft gepikt, maakt het alleen nog maar leuker. Mobiel internet is gelijk iPhone/iPad, is gelijk Apple. De andere rivalen Microsoft en Google zijn door Jobs succesvolle iPhone Appstore beschamend van het terrein gejaagd. Achter de struiken zinnen zij nu op een geniale tegenzet. Maar het publiek ligt weer smakkend voor het altaar van De Grote Ontwerper. Onze sexy tablet is ons IK. Alle content is plotseling mobiel. Ook video, ook de boeken, ook de kranten. En we zuigen de Apple-servers helemaal leeg.


2010 is niet het jaar van de doorbraak van het e-book, zoals we dachten, maar Het Jaar Dat De Mobiele Lijfstijl Doorbrak.