Een bit is een bit. Maar de echte economie leeft juist van onderscheid. Daarom zullen bitjes steeds vaker ge-merkt worden. Met zijn aankondiging dat klanten in de nabije toekomst extra moeten gaan betalen voor het consumeren van specifieke mobiele diensten doorbreekt KPN het gelijkheidsbeginsel op de elektronische snelweg.

Wie instant messaging of VOIP-diensten als Skype wil gebruiken binnen zijn KPN-abonnement moet daar extra voor gaan betalen. De internetwereld staat hierover op zijn achterste benen, omdat deze aanpak de zogeheten netneutraliteit doorbreekt.
KPN doorbreekt hiermee als een van de eerste internetproviders het taboe dat stelt dat alle internetgebruikers gelijk behandeld moeten worden, ongeacht het beslag dat zij leggen op de capaciteit. Je betaalt allemaal een vast bedrag voor je abonnement, maar in de praktijk blijkt dat vijf procent van de mobiele gebruikers tachtig procent van de capaciteit opsoupeert. Voeg daarbij dat de dienstenaanbieders, zoals Skype en Google, wel de reclame-inkomsten toucheren van het gigantische verkeer dat zij genereren, maar niet verantwoordelijk zijn voor investeringen in capaciteitsuitbreiding van de kabelnetwerken die dat verkeer moeten afwikkelen. Logisch dat telecombedrijven al jaren piepen. KPN wil nu voor mobiele telefonie abonnementsvormen introduceren die onderscheid maken in kwaliteit van dienstverlening en snelheid van je internetverbinding. Ook denken netbeheerders erover om dienstenaanbieders mee te laten betalen aan het internetverkeer dat zij veroorzaken. Denk aan Google Maps of Tom Tom met hun capaciteitvretende navigatiediensten.

Netneutraliteit is een heilig huisje binnen de internetcommunity. Ook de politiek koestert dit beginsel. In een enkel land, zoals Chili, is netneutraliteit zelfs in de wet vastgelegd. In VS is de politieke discussie over dit principe hoog opgelopen. Maar de rekening van de infrastructurele investeringen moet wel ergens betaald worden.
Natuurlijk is het in het belang van dienstenaanbieders, dus ook van uitgevers, dat de bedrijven die de infrastructuur aanbieden geen onderscheid maken tussen die verschillende diensten. Dat zou gebeuren als internetproviders bij hun toegangspoortje tot het net voor een premium price voorrangsregels gaan hanteren voor bepaalde doelgroepen , of een geprofileerd bundelaanbod presenteren. Bijvoorbeeld gericht op gamers, of nieuwskanalen, of op Het Nieuwe Werken. Alles is denkbaar.


Overigens is het ook nu al staande praktijk dat telecommers achter de schermen al de elke dag discrimineren tussen verschillende gebruikers. Op grond van het Fair Use Principe, waarbij elke gebruiker een redelijke capaciteit tot zijn beschikking moet krijgen, worden dagelijks bepaalde regio's of bepaalde diensten tijdelijk afgeknepen om de beschikbare capaciteit zo goed mogelijk te verdelen. Of dat eerlijk gebeurt is een vraag. Onze toezichthouder, de OPTA, eist alleen dat internetproviders hun klanten informeren over de criteria.
Onze overheid neemt dus nauwelijks verantwoordelijkheid voor de verdeling van de schaarse bandbreedte. Daardoor ligt de hete aardappel nu bij aanbieders als KPN. Die moeten de schaarste nu beprijzen. Of KPN daarin de juiste keuze maakt door zijn oude telefonie te beschermen tegen nieuwe VOIP-diensten is de vraag. Het zet de deur open voor concurrenten die geen last hebben van zo'n telefonie-erfenis. Hoe dan ook is er een grote kans op het ontstaan van een ware jungle aan betaalmodellen. Waarbij de overheid het aan de markt overlaat wie uiteindelijk de sterkste partij zal blijken te zijn. Dat zal uitdraaien op een harde machtsstrijd. Vergelijkbaar met het landjepik tussen landen. Telecomproviders kunnen zich meester maken van de grote internetschakelaars om de dienstenaanbieders naar hun pijpen te laten dansen. KPN is bijvoorbeeld ook eigenaar geworden van NL-ix, een van de grootste internetknooppunten ter wereld. Dat lijkt op de krachtmeting tussen Turkije (dat nauwelijks over energiebronnen beschikt) en de Arabische oliestaten. Maar In Turkije ontspringen wel de rivieren die de oliestaten van water voorzien. De slimme Turken dammen nu het schaarse water van de Eufraat en de Tigris af om de oliesheiks een toontje lager te laten zingen. Dat kat-en-muis-spel kunnen de telecombedrijven ook spelen.
Netneutraliteit mag dan wel een fictie zijn, het is een van die ficties waarbij burgerlijke vrijheden in het geding zijn. Het gaat dan om de brede toegankelijkheid en betaalbaarheid van het mobiele internet. Voor heel veel wereldburgers een essentiële technologie om in hun bestaan te voorzien en om maatschappelijk te kunnen participeren. Daarbij kan een overheid zich geen passieve rol permitteren. Laat dus in ons Parlement en zeker ook op Europees niveau de discussie over netneutraliteit maar losbarsten. Het principe is te belangrijk om aan de KPN over te laten.