Heel veel mensen zullen Tiger Woods tekenfilmpje al gezien hebben. Het is 't afgelopen jaar een van de zeer succesvolle virals op Youtube geweest. En op 't rillerige strandseminar van Rethinking Media was het voor veel aanwezigen een eye opener.

Wat zien we: de Taiwanese media miljonair Jimmy Lay heeft een dienst in het leven geroepen waarmee je in luttele uren van een gebeurtenis, waar geen beeld van beschikbaar is, een animatie kunt maken. De huiselijke ruzie en het daarop volgende auto-ongeluk(je) van Woods zijn niet op film vastgelegd. Voor Lays nieuwsbedrijf Next Media geen probleem, met een reconstructie van de nieuwsfeiten maakten zijn filmmakers binnen vier uur een better than life film waarin geanimeerde docudrama, gemixt wordt met ‘echte' filmbeelden van Tiger Woods bekentenis. Een aardige vraag is natuurlijk wanneer journalistiek bij deze vorm van verbeelding overgaat in fictie. Maar, voorspel ik, wie daar een punt van maakt voert een achterhoedegevecht. Jimmy Lay realiseert zich dat we nu in een beeldcultuur leven, en dus zal alles linksom of rechtsom in beeld beschikbaar komen. Ook als er geen gefilmd materiaal voorhanden is.
Tabloid-tycoon Lay is een pain-in-the-ass van de Chinese machthebbers sinds hij na de slachting op het Tiananmen Plein in 1889 met zijn krant Apple Daily hun doen en laten kritisch volgt.
 

Dat drukt je weer met je neus op het feit dat de taal- en schriftbarriëre je behoorlijk het zicht ontneemt op de crossmedia ontwikkelingen in Azië.

Getriggerd door deze gedachte (wij schuwen in deze tekst geen enkel Anglicisme) heeft uw blogger zich door alle vierkantjes en Aziatische schrifttekens heen geGoogled naar een document op Google Answers waarin precies rond deze vraag - ‘wat is de crossmedia ontwikkeling in China, Korea en Japan?'- een aantal gegevens op een rij gezet worden. (Tussen haakjes: ik kende Google Answers niet, maar je schijnt er tegen betaling researchopdrachten te kunnen verstrekken. Leuk dat ook een ander daar dan ‘for free'de vruchten van plukt.) Daaruit leer ik dat Jimmy Lay niet de enige mediamiljonair in dit werelddeel is. Want de tweede rijkste man in China -althans, tot voor kort- blijkt een geduchte raider in de mediawereld te zijn die groot en stinkend rijk is geworden met onvriendelijke overnames door zijn vehikel Shanda Interactive Entertainment. Deze Chinese John de Mol, genaamd Chen Tinguiamo heeft zo een sterke positie opgebouwd in de grootste Chinese nieuwsportal SinaCorp. Tussen het Chinees vallen Nederlands klinkende namen natuurlijk meteen op. Wat zou je denken van Dirk Ye en Marcus Xiang die samen met Jack Wang (filmsterrennaam!) in 2004 hun social network PDX.CN hebben opgericht. Vooral de strateeg achter het netwerk, Marcus Xiang, heeft zijn sporen verdiend in projecten waarbij hij internet, mobiel en televisie kon combineren. Hij is een echte believer in mediaconvergentie.

Maar daarmee volgt hij het spoor van de jonge internetgeneratie in Azië. De jonge Aziaten surfen vooral met hun mobieltje over het World Wide Web. Mediafacts hoofdredacteur Wim Danhof stuitte bij zijn bezoek aan Zuid Korea al op een geweldige infrastructuur van dataservices via de mobiele telefoon. Spin in het web is daar SK Telecom met een populaire muziekdienst meLon, die met zijn verdienmodel Steve Jobs de weg heeft gewezen. SK houdt 30 procent in en de appuitgever krijgt 70 procent. Bij bezoekje aan PDX-netwerk ‘Dojo look love' val je meteen voor die jongeren. De nieuwe wereldburgers kijken je verwachtingsvol aan. Ik loop even rond op de site van mumumu. Terwijl haar (eigengeproduceerde?) ballad klinkt, wandel ik langs haar fotogalerij. En het stemt me optimistisch.
Ergens lees ik in pr-taal dat de crossmedia zenders een lang gekoesterde wens van het Chinese volk vervullen om hun amateurproducties te scheppen, delen, beheren en distribueren.

't Is net de VARA in zijn pioniersdagen.