Even een elitair praatje.  Het is voor geletterde mensen niet voorstelbaar dat andere mensen een normaal leven leiden zonder dat zij ooit een boek in handen hebben.  Een literair boek, welteverstaan. Maar vandaag de dag durft zelfs Klaas Knot, onze nieuwe bankpresident, er rond voor uit te komen dat hij zulke boeken niet leest.  

Eigenlijk is dat woordje ‘elitair’ niet juist. ‘Praatje uit de achterhoede’ is beter. Want steeds duidelijker blijkt dat het lezen van non fictie in Nederland op de terugtocht is. Het aprilnummer van Boekblad spreekt in dat opzicht boekdelen. In de stilte na de bijna-knock-out van boekhandelsketen Selexyz (op de valreep gered door een samenvoeging met ramsjboekelier  De Slegte) beseft het boekenvak, dat het na ruim 500 jaar ook een keertje kan ophouden. In het vakblad verzucht zelfs een innovatieve uitgever als Joost Nijsen van Podium, dat hij voor het eerst in zijn loopbaan te maken heeft met een situatie dat er chronisch minder kopers zijn.

En een paar bladzijden verder vat Gfk-onderzoekster Mirjam Hemker de malaise samen in de constatering dat in 2011 het gat tussen de flink dalende omzet van papieren boeken en de langzaam stijgende omzet van e-boeken  beduidend groter is geworden: “Het gevaar dat deze kloof onoverbrugbaar wordt, ligt op de loer”.

Entertainmentmarkt

Haar aanbeveling om lering te trekken uit de ontwikkeling op andere  entertainmentmarkten zoals muziek en film of tv on demand, lijkt valse hoop te wekken. In die markten zijn sterke partijen opgestaan, zoals Spotify, Amazon en Netflix. In het kielzog van Apples iTuneswinkel, konden zij de markt meekrijgen met een werkend abonnementsmodel (voor een tientje per maand,  respectievelijk  79 dollar per jaar zoveel muziek of film streamen als je hartje begeert). Bovendien gaat het bij muziek en film om laagdrempelige content, met grote aantrekkingskracht op een hardnekkig piratennetwerk, waardoor muziekuitgevers en  filmproducenten snel eieren voor hun geld voor hun geld kozen. Boeken, ook piratenuitgaven, zijn gewoon minder sexy dan Bono. Ze zijn omgeven door de geur van elitarisme die het boekenvak maar al te graag heeft gevoed. Deze vorm van cultuur heeft een beperkt draagvlak.  

Consumenten lijken massaal elektronische leesapparaten te omarmen. Met de tablet als onbetwiste kampioen: sinds de introductie van de iPad zijn er nu een miljoen tablets aanwezig in Nederlandse huishoudens. Meest iPads van marktleider Apple.  En volgens Gfk’s Mirjam Hemker zullen dat er volgend jaar twee miljoen zijn: “De tablet is het apparaat met de hoogste adoptiesnelheid ooit gemeten door Gfk in de afgelopen dertig jaar”. De 300.000 e-readers steken daar na al die jaren mager bij af. E-readers blijken vooral door 35-plusser en hoogopgeleiden als tweede apparaat naast de tablet gekocht te worden. Zeker voor het  ’(lees)moment voor jezelf’, als de rest van het gezin er met  de multimediale tablet vandoor is.

Doornig struikgewas

En vervolgens is daar het doornige struikgewas van alle verschillende e-bookformaten, DRM-restricties, en niet te integreren boekenapps. Lees deze verzuchting van een e-bookspecialist. Zelfs de veelgeroemde gebruiksvriendelijkheid van Steve Jobs ontwerpen, geldt wel zijn apparaten, maar niet zijn software.  Zijn iTunesbibliotheek, als hub voor uitwisseling van al je content op al je apparaten,  is zo langzamerhand een onoverzichtelijke lappendeken geworden.

Digitaal snuffelen naar boeken of tijdschriften is een marteling. En de iBook-app, noch de Kiosk-app op de iPad maken het mogelijk om al je e-boeken en je e-magazines die je in verschillende digitale winkels koopt in één boekenkast overzichtelijk bij elkaar te plaatsen. In de Androidomgeving is het ondanks Google Books niet beter.

Wie ben ik? Zie mijn boekenkast! Dat was lange tijd het visitekaartje van de geletterde. Maar de boekenkasten verdwijnen en de geletterden worden beeldconsumenten. (Wat weer iets anders is dan ‘Gebildeten’). En die digitale boekenkast blijft een gefragmenteerde puinhoop.

Eigenlijk is het één groot zwart gat. Smullen voor de cultuurpessimist, dát wel.