De culturele industrie wordt door het open internet afgeremd of zelfs gesloopt. Terwijl de originele makers hun winst zien teruglopen en mensen ontslaan, verdienen partijen die hun werk distribueren veel geld aan gekopieerde content. Dat kan niet lang meer goed gaan; er zijn maatregelen nodig. Aldus publicist Robert Levine in zijn nieuwe boek Free Ride: How Digital Parasites Are Destroying the Culture Business, and How the Culture Business Can Fight Back.

Op 19 december sprak Levine over zijn nieuwe boek tijdens de jaarvergadering van het Nederlands Uitgeversverbond, in het Barbizonhotel in Amsterdam. Natuurlijk had het NUV hem niet zomaar uitgenodigd. Meer en meer uitgevers stellen zich in het geweer tegen (vermeende) piraterij en andere inbreuken op het auteursrecht. Het besef begint steeds dieper door te dringen dat het knip- en plakwerk op internet de bijl vormt aan de wortel van de professionele media. Sterker nog, 20 december kreeg Dichtbij.nl (Telegraaf Media ICT) de sommatie door Enter Media in Weesp te stoppen met haar huidige vorm van nieuwsaggragatie.
In zijn boek geeft Robert Levine blijk van een interessante visie, waarvan hier een ruime samenvatting.

“Nooit was het gemakkelijker om creatief werk te distribueren, maar nooit was het moeilijker om ervoor betaald te worden.”, zo stelt hij over de impact van internet. Dat er steeds meer euro’s en dollars verschuiven van contentproducenten naar contentdistributeurs, werd deze zomer al berekend voor de Nederlandse uitgeefwereld. André Knol van het bedrijf GEA berichtte daarover in Mediafacts.

Vooropgesteld: natuurlijk is Levine voor internet en zelfs voor een bepaalde mate van openheid op het internet. Een gesloten internet gaat niet werken en moet je niet willen. Maar… met het Open Internet zoals dat wordt bepleit door Google en de online community, heeft hij niets. Een van de uitgangspunten van dit Open Internet is vrije toegankelijkheid van informatie en het weghalen van blokkades tegen onbeperkte uitwisseling van data.

Een content-industrie in last
Levine: “Het Internet is een indrukwekkende motor van economische groei geweest. Maar een groot deel van deze groei is gegaan naar een klein aantal technologiebedrijven. Deze bedrijven zijn afhankelijk van hoogwaardige journalistiek om hun zoekmachines nuttig te maken, zoals ze afhankelijk zijn van de boeiende muziek en films waarvoor consumenten digitale afspeelapparatuur aanschaffen. Maar de bedrijven die al deze culturele producten maken, zijn nooit in een slechtere conditie geweest dan nu. Ze ontslaan mensen, en daarmee hun vermogen om nieuwe werken te maken en vermarkten. Maar de zoekmachines en apparaten zullen bij lange na niet zo waardevol zijn zonder deze partijen.”

"Open Internet brengt ons terug naar zeventiende eeuw"
Online activisten zijn volgens Levine tegen elke vorm van controle over informatie; de internetgedachte is immers dat vrij beschikbare en - uitwisselbare informatie de creativiteit voedt. Het aantal nieuw te leggen verbanden tussen data groeit dan enorm. Maar Levine denkt dat de echte vraag een andere is: niet vrijheid of controle, maar handel of chaos. “Een helemaal Open Internet zou de verkoop van digitale media of wat ook maar in nullen en enen is uit te drukken, op lange termijn onmogelijk maken. We zouden een communicatie-infrastructuur uit de 21ste eeuw hebben die een economie uit de zeventiende eeuw ondersteunt; een economie waarin kunstenaars beschermheren nodig hebben en waarin alleen fysieke dingen waarde hebben. Dat klinkt niet als de vooruitgang die online activisten en Google prediken.”

Liever de appwereld dan de webwereld
Levine heeft dan ook meer op met de appwereld dan met de webwereld. "In de meer gesloten omgeving van een iPad app slagen uitgevers er weer in om via digitale media geld te verdienen. Wired verkocht in juni 2010 meer dan 100.000 issues méér dan zijn papieren tegenhanger voor dezelfde prijs van 5 dollar, waarvan zij 70% krijgen. Ook al daalden de verkopen van latere Wired-edities binnen de app: uitgevers zijn nog aan het leren hoe ze hun apps aantrekkelijker kunnen maken, én het iPad platform zal nog enorm groeien. Door de komst van apps bestaat de toekomst gelukkig weer uit geld verdienen aan online stuff.”

Piraterij frustreert innovatie
Terug naar het open internet, de wereld van Control C en Control V. Om ook de kwaliteit van de informatie op het internet te verbeteren, is het volgens Levine van belang dat minder mensen 'jatten' en meer mensen gaan betalen voor online content. Daarbij ziet hij regelgeving zoals de Digital Millennium Copyright Act graag worden aangepast met als doel een betere bescherming van intellectueel eigendom.

Van steeds goedkoper naar steeds beter
Levine wijst partijen in het informatie ecosysteem op hun verantwoordelijkheid: “Partijen zoals internetproviders en advertentienetwerken zouden zich verantwoordelijker moeten voelen voor wat er aan content door hun netwerken gaat. Schendingen van het auteursrecht negeren ze of ze zien het als het probleem van een ander. Natuurlijk kunnen ze niet juridische verantwoordelijkheid nemen voor alles wat er door hun netwerken passeert, maar een basisniveau van filtering mag toch van hen verwacht worden, zoals YouTube dat al heeft ingesteld. Door dit te doen, wordt innovatie niet ingeperkt, maar juist gestimuleerd. Piraten zouden hun oneerlijke voordeel verliezen, terwijl legitieme diensten meer investeringen zouden aantrekken en kunnen floreren. Online bedrijven zouden hun proposities weer beter kunnen maken, in plaats van slechts goedkoper.”

Alle apparaten via internet verknoopt
Ondertussen wordt - in de belevingswereld van Lewine - het belang om in te grijpen in het Open Internet voor een betere bescherming van digitale media en andere diensten, alleen maar groter. Steeds meer apparaten, met name televisies, worden immers op het internet aangesloten. "Op dit moment vertrouwt de televisie- en filmindustrie nog op de stabiele inkomstenstromen vanuit 'kabel', een gesloten systeem dat piraterij lastig maakt. Maar op het moment dat het free for all van het internet wordt gekoppeld aan het medium televisie, zullen ook daar films gratis worden gedownload, bijvoorbeeld van Russische piratensites.”

Google en de advocaten versus de content-industrie
Die verknoping van steeds meer apparaten aan het internet is juist extra brandstof voor technologische partijen als Google om het free for all principe extra  te promoten. Ze lobbyen dan ook met batterijen medewerkers voor wetgeving die het internetproviders onmogelijk maakt om hen de voet dwars te zitten. Sterker nog: Google ondersteunt volgens Levine de publieke advocatuur die voor het Open Internet pleit.

Robert Levine legt als slotpleidooi uit waarom het Open Internet de wereld juist inperkt: “Als een land een markt heeft waarin 25% illegaal is en de overige 75% wordt gedomineerd door een paar grote bedrijven, dan zou niemand zo’n markt een succes willen noemen. Je kunt geen functionerende economie hebben zonder een markt, en je kunt geen markt hebben zonder bepaalde auteursrechten. En deze rechten stellen niets voor als ze niet worden afgedwongen. Willen we werkelijk het risico lopen dat een eeuwenoude culturele sector de nek wordt omgedraaid, alleen maar opdat het internet kan blijven werken zoals het in 1995 werkte?”