‘Mensen beschermen wat ze liefhebben' is een gevleugelde uitspraak van Jacques-Yves Cousteau, de ontdekkingsreiziger en zee-onderzoeker. Daarom ben ik in de wolken over de wellustige uitvoering van het Handboek Tijdschrift dat zeer binnenkort verschijnt.

De verschijning van een nieuw mediumtype is altijd een bedreiging voor het medium waaruit het voortkomt. Het geijkte voorbeeld is de komst van televisie na de hoogtijdagen van de film.

Zo zien we nu de komst van de multimediale digizines als opvolger van het papieren tijdschrift. Het Handboek Tijdschrift is één grote liefdesverklaring aan de bladenmakers. Tegelijkertijd is het een ode aan een voorbij tijdperk. Tijdschriften verdwijnen niet, maar van iets alledaags worden ze iets bijzonders. Tijdschriftenkunst.
Zoals ook schilderkunst met Kamagurka's Sketchbook Pro-schilderijen het fysieke schilderij geleidelijk zal veranderen in iPadkunst.

Peuters groeien nu op met digitale media-apparaten. Voor de nieuwe ‘App-generatie' is een blad van papier een ongewoon ding. Als je nu als drieënhalf jarige ‘grootgroeit' met hilarische iPadapps - zoals ‘Nash Smasher' van onze Nederlandsamerikaanse Rachel Ericson-Carmiggelt (zojuist door de New York Times verkozen tot de ‘Tien beste kinderboekenapps op de iPad') - dan is papier geen vanzelfsprekendheid meer. Intussen zijn ook de eerste kleuters met ontstoken ‘Nintendo-duimen' gesignaleerd en komen jonge kinderen steeds vaker bij de fysiotherapeut terecht met het ‘Wii-syndroom'. Elke generatie heeft zo zijn eigen welvaartsziekten.

Dús groeit de roep om apparaten die ergomisch vriendelijk ontworpen zijn, en dús willen we kinderen gaan leren om beter met mobiele devices om te gaan. Zo verdwijnt het gedrukte blad steeds verder uit beeld. In het papieren-tijdperk hoorde je nooit van ‘papierallergie' of ‘paginaduimen'. Hooguit van rode oortjes en kinderen met slaaptekort omdat ze stiekem onder de dekens lagen te lezen.

Die ‘App-generatie' bekommert zich ook niet meer om het opslaan en bewaren van al deze spannende content. Die verdwijnt in de ‘cloud'. Niks boekenkasten, niks harde schijven. Geen probleem, want zij hebben de zekerheid dat ze die content waar ze ook zijn, anytime tevoorschijn kunnen brengen op welk mobiele medium dan ook. Het is Amazone, online boekhandelaar van het eerste uur, die afgelopen week geen steen, maar een rotsblok in de vijver gooide met zijn aankondiging dat vanaf nu consumenten alle content die ze hebben aangeschaft, van muziekbestanden tot video's, gratis kunnen opslaan in ‘the cloud'.
Anders dan de term suggereert is dit niet ‘in de wolken', maar 'ergens' op de harde schijven van servers 'ergens' ter wereld die met het internet verbonden zijn. Amazon steekt daarmee Google en Apple de loef af. Apple heeft een paar maanden geleden al een ballonnetje opgelaten dat het bedrijf niet alleen de eigen serverparken wil inzetten voor de cloud, maar een systeem wil bedenken om daarvoor ook alle vrije ruimte op harde schijven van individuele pc- of mac-bezitters te benutten.
Amazon Cloud Drive zet meteen een standaard voor digital rights management: wie eenmaal iets heeft aangeschaft en het opslaat in de cloud, zal er altijd over kunnen beschikken. Dat moest Amazon wel garanderen, want in 2009 veroorzaakte deze online boekhandel nog een rel door eigenmachtig op de e-readers van kopers van het boek 1984 van George Orwell alle hoofdstukken te verwijderen omdat Amazon niet over de rechten bleek te kunnen beschikken.

Hoe meer onze geestesproducten in de digitale nevelen verdwijnen, hoe steviger wij ons vastklampen aan de resten van de tastbare wereld. Zo worden tijdschriften langzaam maar zeker verzamelobjecten. Een troost: het genre zal daarmee doorgroeien naar de toppen van bladenmakerscreativiteit. Wie kan daarover niet in de wolken zijn?!