‘Ga gewoon aan de slag, leer in de praktijk van je fouten, ga vooral niet eerst vergaderen en breed onderzoeken'. Dat was de afgelopen anderhalf jaar mijn benadering van de nieuwe uitdaging die mobiel uitgeven voor het uitgeefvak betekent. Niet iedereen was het daarmee eens.

Mijn blog van 11 mei ‘Disruptief Gekwetter' over het laatste Thaesis-rapport ‘De uitgever aan het woord' riep een reactie op van Hans van Moorsel, leider van het onderzoeksteam: "Hypes moeten van trends worden gescheiden, iets waar de ‘De uitgever aan het woord' al jarenlang aan bijdraagt. En net als het tooltje voor de consument dat de cruciale tweets uit zijn twitterstroom vist hebben uitgevers een methodiek nodig die hen helpt op een juiste manier in te springen op de overvloed aan opkomende innovaties. Het onderzoeksthema van dit jaar illustreert dat dit veel meer vergt dan traditionele product- of dienstinnovatie. Het achterliggende businessmodel moet meetransformeren en dit vergt analyse en een strategische visie. Dat is waar het om draait", schrijft Van Moorsel. Hij wijst er verder op dat de technologie zó laagdrempelig is dat de snelheid en frequentie van nieuwe innovaties enorm toenemen.

Een extra reden om snel met een eigen idee aan de slag te gaan, zou ik zeggen. Het grootste blok aan het been van een uitgever is zijn oude bedrijfscultuur. Zijn ‘legacy'. Met de angst om te kannibaliseren op je bestaande inkomstenstroom als meest verlammende factor.


Thaesis gaf in zijn jaarlijkse monitor een overzicht van disruptieve ontwikkelingen, waar uitgevers in de verschillende segmenten maar een slagvaardig antwoord op moeten verzinnen. Niet altijd zijn het technologische innovaties die het klassieke uitgeefproces verstoren. De overheid als wetgever heeft er ook een handje van. Zie de Wet Gratis Leermiddelen (WSG) die in 2008 in één klap de ouders als inkoper van de schoolboekenlijst uit de waardeketen verwijderde. De budgetbeslissing verhuisde van de huishoudportemonnee naar het schoolbudget, en van de docent (die voor zijn vak de leerboeken selecteerde) naar de schoolleiding (die een lumpsumbudget krijgt en sinds de WSG voor zijn leermiddelen een aanbesteding in de - Europese- markt moet zetten).
In de educatieve uitgeefsector leek daardoor de macht aanvankelijk compleet te verschuiven naar de twee grootste distributeurs van schoolboeken Van Dijk en Iddink. Met hun marktmacht om overal de goedkoopste leerboeken op de kop te tikken, trokken zij bij vrijwel alle aanbestedingen van de scholengemeenschappen aan het langste eind.


Maar nu lijkt er toch een leerproces bij de inkopende scholen op gang te komen dat de educatieve uitgevers weer in de kaart speelt. Na de aanvankelijke dominantie van het prijsargument, selecteren scholen nu meer op de didactische kwaliteit van het aanbod en de mogelijkheden om leermethoden in te passen in een elektronische leeromgeving.
Niet alleen zijn alle scholen zo langzamerhand voorzien van multimediale digiborden. Maar ook stroomt er een nieuwe generatie docenten de scholen binnen. Die gaan zelf spelenderwijs aan de slag met alle knip- en plak mogelijkheden die het internet hen biedt. En bovendien komen de leerlingen met hun eigen devices aan netbooks, smartphones en tablets de klas binnen, waardoor de educatieve content op allerlei verschillende platformen moet draaien en in leerlingvolgsystemen verwerkt moet kunnen worden.
Het is een pregnant voorbeeld hoe uitgevers te maken krijgen met wervelstormen die hun sector volledig overhoop gooien of zelfs kunnen wegvagen. Bijvoorbeeld als onderwijsministers beweren dat docenten dankzij gratis internet hun leermiddelen wel helemaal zelf in elkaar kunnen knutselen, en vervolgens het leermiddelenbudget de nek omdraaien. Plasterk suggereerde zoiets toen hij minister was.

Educatieve uitgevers kregen deze zomer een opsteker. Noordhoff won - als eerste educatieve uitgever-een aanbesteding om voor vijf jaar doormiddel van een abonnementsmodel de leermiddelen van een elf scholen omvattende onderwijsinstelling te leveren. Tegen een scherpe prijs. Dat wel. Maar vooral omdat een uitgever kennis heeft van lesmethoden en die ook didactisch kan ondersteunen. Zo heeft de uitgeverij dankzij erkenning van zijn core competence weer de kans om zijn marktpositie terug te veroveren. De strategie bestaat dus uit het scherp bewaken van je kerncompetentie.En daarmee slim ondernemen.
Het zou mij niets verbazen als educatieve uitgevers in de toekomst ook het eindproduct zouden kunnen leveren: het diploma. Met hun kennis van onderwijsmethoden, leerwegen en didactiek moet het niet zo moeilijk zijn om eigen onderwijsinstellingen op te richten. Branchegrenzen vervagen alom. Het merk INHOLLAND heeft net een enorme reputatiedreun gekregen. Misschien moeten we het eens proberen met de NOORDHOFF SCHOLENGEMEENSCHAP als onderwijsmerk.