Bij mij in de straat staan parkeermeters met een touchscreen. Betalen kan alleen met plastic. Hartstikke handig, vind ik. Maar dat geldt niet voor iedereen. Het overkomt me geregeld dat mensen je wanhopig aankijken. Ik toets en betaal dan met mijn pas. In ruil krijg ik dankbare blikken en een handje contant. ‘Achterblijvers', denk ik dan.

Daar heb je natuurlijk een beeld bij van oude omaatjes, die als sinds de komst van de telefoon geen hoorn durven aanraken uit angst dat er een stem tegen ze begint te praten. Maar rond die parkeermeter tref ik volwassen mannen - vaak werklui - die met het schaamrood op hun kaken moeten bekennen dat ze de werking van het ding niet begrijpen, en dat ze sowieso geen pinpas aanraken omdat hun vrouw dat allemaal voor ze doet.
Ook op een mobiel apparaat is het swipen voor menig volwassene een vorm van toverij, waarbij de afloop van zo'n veeg op allerlei onheil kan uitdraaien. Ze zijn er bang van.

Wij zijn snel geneigd om ervan uit te gaan dat iedereen zo langzamerhand wel op een computer uit de voeten kan. En die enorm gebruiksvriendelijke iPads en andere mobiele mediatoestellen zijn dan helemaal kinderspel voor de goegemeente. Maar dat valt vies tegen.
Zo lees ik in een kersvers onderzoek van EDCL Nederland (De instantie die de Europese computerrijbewijzen uitreikt) dat ruim de helft van de werknemers en studenten over te weinig typevaardigheid beschikt om op goed op een computer uit de voeten te kunnen. En sinds Prinses Laurentien het onderwerp aan de oppervlakte heeft gebracht weten we dat ons land een absurd hoog aantal van anderhalf miljoen laaggeletterden herbergt, die zelfs grotendeels afgesneden zijn van dagelijkse basale bezigheden als straatnamen lezen , omgang met geldautomaten en parkeermeters bedienen. Laat staan dat ze kunnen internetten.

We vergapen ons graag aan die ‘geweldige groei' van mobiel internet gebruik. Maar als je naar de werkelijke aantallen kijkt is enige bescheidenheid op zijn plaats. De NOS is in Nederland zo'n beetje de meest gebruikte omroepapp. Maar als je kijkt om hoeveel unieke gebruikers het gaat, blijft de teller ergens tussen de 200- en 250duizend steken. En daarvan kijkt het merendeel vooral op Teletekst. NOS-video kijken op mobiel is nog slechts voorbehouden aan een kleine voorhoede van dik 50duizend gebruikers.


En zelfs voor dat early adoptersgroepje is het al gauw te moeilijk.

‘Keep it simple, stupid' is de les die de NOS heeft moeten leren. Zo vertelde Roeland Stekelenburg, het Hoofd Nieuwe Media van de NOS, enige tijd geleden dat apps zo eenduidig mogelijk moeten zijn. Geen NOS-app, maar een app voor Teletekst, een voor Uitzending Gemist en een voor Olympische Spelen. Elke bookmark kan een app zijn, maar een zenderapp is te gecompliceerd. Voor kranten en tijdschriften is het dan makkelijker om apps te bouwen die de identiteit van hun titel compleet neerzetten. Door de gewenning aan bladeren kun je ‘ in-app' al je rubrieken kwijt. Maar of dat zo blijft? Viva's populaire rubriek AnyBody is vorig jaar ter gelegenheid van de 1000ste aflevering wel als tijdschriftspecial en als boek verschenen, maar de eigen app ligt nog even in de ijskast.

Zowel voor toestellenbouwers als voor appdevelopers die grote markten in het verschiet zien, is het dus zaak om niet uitsluitend af te gaan op de generatie Next. Zelfs in die groep kun je niet van een algemeen niveau van excellente digivaardigheid uitgaan.
Wie de massa wil bereiken met mobiele apparaten en mobiele apps, moet amusement weten te koppelen aan de simpelste ergonomie en bedieningsgemak. Maar dan krijg je wel een tien van Prinses Laurentien.