Duizenden tweets over een twaalfjarig moedertje. Tienduizenden over een doorgedraaide schutter. Honderdduizenden over een radioactief besmette tsunami, en ontelbaar veel over de met bloed betaalde Arabische lente. Vrijwel iedereen kan nieuws verspreiden en becommentariëren. En we doén het.

Een ramptweet is als een Damschreeuw. Ons brein staat meteen op scherp. Alle mensen rennen naar de dorpspomp. Indertijd kwamen er extra krantenedities, nu hebben we ons mobieltje.

Zaterdagmiddag twaalf uur is een goed slecht-nieuws-moment. Kranten zijn al gezakt. Redacties draaien weekenddienst. De MIVD belt niet terug. Maar de desinformatieindustrie draait op volle toeren. Niks mis mee. Nieuws stroomt. Maar midden in die turbulentie ontstaat de behoefte aan betrouwbare bronnen.

Dat is het mediamoment van de autoriteiten. Wie dan rust uitstraalt bouwt aan een onaantastbare reputatie. Goede woordvoerders dempen de hysterie: schooldirecteur Wim Moes, interimburgemeester Bas Eenhoorn , kernrampvoorlichter Edana, Benghazijournalist Mohamed Nabbous.

Zij zijn de curators die op z'n minst enige orde aanbrengen in een baaierd van geruchten, en op z'n best bezinning brengen in de uitzinnige mediagekte. Want, wat opvalt is dat radio, televisie en nieuwsblogs in de beginfase rijp en groen rondbazuinen uit angst om iets te missen. Pas later halen ze hun stijlboek uit de kast, dan wordt de nieuwsstroom weer professioneel gecheckt en wordt er zorgvuldiger omgesprongen met de privacy van mensen die in het nieuws zijn.

Bij calamiteiten of man-bijt-hond-nieuws volgt iedereen kennelijk z'n meest primitieve instinct. Journalistiek gezien gebeuren er dan veel kwalijke zaken. Zoals televisieploegen die het schoolplein van de Groningse basisschool De Heerdstee belegeren en argeloze kinderen voor de camera halen, of, zoals de EO deed, via Twitter contact gaan leggen met medescholiertjes. Ook nog eens hypocriet verdedigd met een beroep op de noodzaak van journalistiek onderzoek. Bewonderenswaardig is de professionele manier waarop schooldirecteur Moes de media hun werk heeft laten doen, maar tegelijkertijd heeft herinnerd aan hun journalistieke code om kwetsbare kinderen met rust te laten. Tevergeefs overigens.

Bij overheidswoordvoerders komt ook altijd een ander belang om de hoek kijken. Meestal moet er een straatje worden schoongeveegd. Bij de Japanse tsunamiramp komt pas een maand later naar buiten dat de explosie van kernreactor Fukushima net zo'n omvangrijke radioactieve uitstoot heeft veroorzaakt als destijds Tsjernobyl. Dat overheden paniek willen vermijden is één ding, dat ze essentiële informatie achterhouden is zeer kwalijk. Ook in de Alphense shoot out heeft de overheid een dubbele pet op. Die van ordehersteller, en ook die van de instantie die een psychisch labiele dader een wapenvergunning verleende.

Onze verslaving aan ‘brekend' nieuws is vast een evolutionair trekje in onze overlevingsdrang. Een krachtige aandrijver van een geweldige geruchtenstroom. Om het nieuws op de hielen te zitten moeten moderne media die geruchtenstroom direct oppikken en begeleiden. Al was het maar om ook als nieuwsbron tussen de sociale media zichtbaar te blijven. Daarbij moet een journalistiek medium in staat zijn om al heel vroeg het kaf van het koren te scheiden. Door voortdurend goed voeling te houden met communities en door een samenwerkingsrelatie op te bouwen met al die ‘burgerjournalisten' met een twitteraccount. Zoveel ogen en oren als nu had de klassieke nieuwsjager nooit tot zijn beschikking. Daarbij moet de professional rolvast blijven en transparant zijn over de journalistieke normen die hij hanteert. Wel achter nieuwe feiten aanjagen en data vergaren, maar ook check en dubblecheck en weerstand bieden aan lynchpartijen op internet.
Wie echter net zo emotioneel en instinctmatig reageert als de eerste de beste twitteraar onderscheidt zich niet als vakman. En dat doet afbreuk aan de bereidheid om voor die professionele ‘curation' van het nieuws te betalen.