Wat kunnen journalisten toch mauwen over de tijd dat ze de directie met een schop onder hun kont van de redactie konden sturen. Als ze de tekenen van hun tijd hadden verstaan zouden ze die macht heus behouden hebben. Nu bombardeert de publieke omroep ons met spotjes die ons inprenten ‘dat de meerderheid van het Nederlandse publiek onafhankelijke journalistiek wenst'. De omroep vreest diepsnijdende bezuinigingen. Vergis ik me? Was het niet datzelfde publiek dat in het stemhokje iets anders wenste? Kortgeleden hield journalist Jan Tromp - voormalig adjunct-hoofdredacteur en correspondent in de Verenigde Staten van deVolkskrant- een lezing ter gelegenheid van het 10-jarig bestaan van de Master Journalistiek aan de Universiteit van Amsterdam (zelf noemde hij zijn tekst ‘gezeik'). Tromp: "Een paar jaar geleden moest je vrezen dat de onverschillige eigenaars de krant te gronde zouden brengen. Nu lijkt het erop dat we eigenaars hebben die zoveel van de krant houden dat ze de redactionele macht overnemen. Zeg zelf maar wat erger is."

Ja, de nieuwe mediabazen Derk Sauer, Christian van Thillo en David Montgomery hebben zoveel verstand van mediamerken, dat de journalistiek vreest door hen van tafel gespeeld te worden. "Zeg zelf maar wat erger is."

Wat erger is, is dat er zo weinig ondernemingsgeest te vinden is onder journalisten en programmamakers. Tromp somde zelf op waarom de journalistiek geen vuist kan maken: een vak zonder aanzien, meer lawaai dan inhoud, constant gekleineerd door een heel leger van spindoctors en voorlichters. Journalisten hadden zich zelf al jaren geleden opnieuw moeten uitvinden, maar zij zijn nauwelijks bereid tot vernieuwing of zelfreflectie, en tot het zoeken naar nieuwe verdienmodellen. Wel eisen ze van hun broodheren - de investeerder of de belastingbetaler- dat zij onbeperkt en ongestoord hun kunstje mogen opvoeren zoals ze dat al jaren gedaan hebben. Kranten maken nog winst, maar hun bereik kalft zienderogen af. Het publiek doet andere dingen, de muziek is naar huis en de adverteerders doen het licht uit. Ook Tromps collega-hoofdredacteur Pieter Broertjes bevestigde de wereldvreemdheid van zijn generatie journalisten door zich tijdens een adverteerdersbijeenkomst te beklagen dat adverteerders zijn krant links laten liggen. Nu de creatieven geen visie hebben op hun toekomst beslissen de eigenaren over de nieuwe strategie van hun titels. De Masteropleiding van Amsterdam zou eigenlijk een voorbeeld moeten nemen aan die van de University of Missouri School of Journalism. In 1994 (toen al!) lanceerde deze universiteit een crossmediaal platform Mediastorm dat indringende journalistieke docudrama's produceert met integratie van animatie, audio, video en indringende fotojournalistiek. Items van tien tot vijftien minuten, alsof ze gemaakt zijn voor de iPad. Dat is journalistiek die begrijpt dat je met emotie toegang krijgt tot het brein van je lezer/kijker/gebruiker. Zo kwamen innovatieve producties tot stand over huiselijk geweld, drugsverslaafden, seksueel geweld als terreurstrategie, het uithuwelijken van kinderen en tientallen andere onderwerpen voor allerlei typen zenders. Vaak gesponsord door particuliere organisaties of weldoeners als George Soros.

We kennen in ons land maar een paar van dat soort experimenten: de VPRO met ‘Een grote bruine envelop', natuurlijk ook het Beagle-project van dezelfde omroep. Dan is er nog het ‘Sochi-project, waarbij een paar ondernemende Nederlandse freelancers publieksfunding hebben georganiseerd voor een meerjarig journalistiek project in het Russische Sochi waar de Olympische Spelen van 2014 worden gehouden.
Ik zou zeggen ‘Pluk Ze!' Zo'n Nederlandse Mediastorm zou toch een aardige bestemming zijn voor een innovatiefonds waarin al die oud-PCM-managers hun onterecht ontvangen APAX-bonussen moeten storten.