Steve Jobs heeft hem nog gekend: Mark Weiser de CTO van Xerox Palo Alto Research Centrum. Jobs dochter Lisa zong rockballad ‘Revolution' met drummer Marks ‘geek bandje' Severe Tire Damage. Weiser publiceerde in 1991 het beroemde artikel in the Scientific American ‘The Computer for the 21st Century'. Hij overleed in 1999 (een jaar na Lisa's optreden) maar de computerwetenschapper liet met deze publicatie een testament na dat richtinggevend werd voor de volgende generatie machine-ontwerpers.

Weiser classificeerde computers voor het eerst in de driedeling ‘tabs', ‘pads' en ‘boards'.

Wij herkennen daarin de huidige smartphones, iPad/netbooks en onze moderne wanddecoratie: de digitale televisieschermen. Weiser gaf de verschillende formaten een wat andere rol dan ze nu hebben. Tabs beschreef hij als de kleinste component van de virtuele wereld, een soort persoonsgebonden post-it, nu eens in de vorm van een intelligente badge, dan weer als jouw persoonlijke minischerm op te roepen op een willekeurig computerscherm in je nabijheid. Terwijl pads in zijn visie de rol van velletjes papier vervullen. Altijd en overal voorhanden, zonder specifieke functie, maar door de gebruiker voor van alles te benutten met directe toegang tot de gewenste content. Boards, formaat flipover, zouden dan een rol moeten vervullen in de communicatie-overdracht bij leersituaties of vergaderingen, beschrijfbaar doormiddel van een elektronisch krijtje, maar tegelijkertijd met de rol van boekenkast waaruit je naar willekeur artikelen of teksten kunt oproepen. Vandaag de dag doen onze ‘digiboards' in scholen en kantoren dit, met een voor wijlen Weiser onvoorstelbare multimediale kracht.
Maar Weiser had nog iets anders voorzien: deze tabs, pads en boards vormden onze interfaces met de intelligente bekleding die de samenleving in de 21ste eeuw zal aanbrengen over alle dingen in onze omgeving.

Alomtegenwoordige intelligentie als een teflonlaag over straten, gebouwen en interieurs.

Hij vergeleek dit al in 1988 met de manier waarop het schrift alomtegenwoordig is in onze maatschappij. Letters en tekens ‘bebakenen' je omgeving en zelfs je hele leven. Eigenlijk grotendeels zonder dat we het ons bewust zijn. Elektrotechniek heeft hetzelfde gedaan met elektromotoren, die nu onzichtbaar allerlei hulpmiddelen in beweging zetten. En digitalisering zal uiteindelijk onze totale materiële omgeving bezielen en verrijken met allerlei toegangspoorten tot driedimensionale virtuele werelden. "Als stof, huid en klei" werd later wel gezegd.

Als uitgever maakte ik rond de milleniumwisseling grapjes over toenmalig Wolters Kluwer-voorman Caf van Kempen, die al onze content wilde ‘granuleren'. Ontsluiten tot op de kleinst mogelijke eenheden. Een monnikenklus qua metadatering.
Maar hij had het visioen van Weiser wel goed begrepen. Wie als uitgever een rol wil spelen in de 21ste eeuw moet een onlosmakelijk onderdeel worden van het digitale weefsel dat over onze wereld wordt uitgespreid. Metadatering van multimediale content is dan de basis. Slim inbouwen van verdienmomenten een continuïteitsvoorwaarde. Maar het ‘draait' om het gevoel voor de gebruiker. Hoe gaan wij ons gedragen in een wereld die in vrijwel alles een verlengstuk is van onze eigen impulsen, ambities en sociale contacten.
Let maar goed op Steve Jobs. Hij heeft Weiser nog gekend.