De injectienaald, die informatie inspuit in ons brein. De tabula rasa, het onbeschreven blad dat door de media wordt volgekliederd. Het bombardement aan informatieprikkels waaronder wij bezwijken. Er zijn veel metaforen over onze omgang met informatie. Steevast eindigt zo'n beschrijving in de ondergang van de menselijke soort. Onze zwakke hersenen moeten die vloedgolf van informatie tot een zinvol geheel ordenen en raken door uitputting gedegenereerd. In het fin de siècle van de 19e Eeuw schreef de arts Max Nordau daar het spraakmakende boek ‘Degeneratie' over (1892). Eind van onze vorige eeuw stonden de media weer bol van stukken over de ‘informatie overload'. Allerlei boeken en cursussen over Time Management zouden ons lot moeten verlichten. Maar was ons lot wel zo zwaar? Reclameprofessor Giep Franzen constateerde al in 1998 dat het zinnig is om je af te vragen wie eigenlijk de macht heeft over datgene wat gecommuniceerd wordt, de zender of de ontvanger? We hebben al die zenders namelijk allang hun lesje geleerd, dankzij de veelheid aan interactieve media waar we intussen over beschikken. "Mensen zijn (..) ervaren consumenten van reclame (lees, van informatie HP) geworden", schreef Franzen. "We beschikken nu over een heel scala van inzichten en modellen van de zelfstandige en actieve rol van de ontvanger bij de verwerking van informatie" Met andere woorden: wij mensen zijn intussen strenge meesters geworden over de toegang tot ons brein.

Je komt er niet zomaar in.

Want we kunnen je zappen, of we kunnen je selectief waarnemen, of we laten alleen maar beelden door, of we kappen je na een seconde genadeloos af. En als je ons niet helpt met een handig instrumentarium om je door te sturen, op te slaan, te twitteren of sociaal te netwerken, dan heb je maar bar weinig toekomst op de digitale snelweg. Filteren doen we tegenwoordig zelf. In de tijd van de drukpers vervulde díe de rol van filter. Schrijvers als Clay Sherky wijzen er op dat uitgevers die moesten investeren in duur drukwerk zich niet konden veroorloven om onverkoopbare boeken te drukken. Dus selecteerden zij, met een staf van specialisten, van te voren de informatie die gedrukt en op de markt gebracht kon worden. Die economische noodzaak is verdwenen. In het tijdperk van de flitscommunicatie willen we zelf in de cockpit zitten waar we informatie filteren, assembleren en distribueren in onze eigen netwerken. Net als curatoren in een museum die kunstwerken selecteren, bij elkaar hangen en toelichten, zijn wij onze eigen curatoren geworden die informatieatomen filteren, doorlaten, klonteren, herverpakken en weer verspreiden. Dat is de strekking van een geruchtmakend essay dat blogger Scobleizer afgelopen maart de wereld instuurde. Scobleizer is het pseudoniem van ‘techno evangelist', oud Microsoft-functionaris en Fast Company-medewerker Robert Scoble. Hij stempelt iedereen die deelneemt aan de informatiestroom tot ‘curator'. En nu struikel je in elke blog of presentatie over dit woord.Curators hebben real-time ‘trechters' nodig, voor het bewerken van al die instant rondschietende tweets, blogcitaten, fotos', youtube fragmenten etcetera etcetera. Scobe heeft die trechters omschreven in zijn essay ‘The Seven Needs of Real-Time Curators'. 't Gaat om: Bundelen van infodeeltjes, Rangorde aanbrengen, Herverspreiden, Redigeren, Updaten, Verrijken met interactieve apps, Gedrag van je publiek volgen (tracking). 'Real-Time Curation', het is net alsof je gaat uitgeven in de deeltjesversneller van onze atoomwetenschappers.
Pas maar op dat je hersens niet verweken.