Als mediaondernemer moet je over een goed incasseringsvermogen beschikken. Bij de ondergang van Het Gesprek zagen we Frits Barend manhaftig verklaren dat verliezen ook bij het spel hoort. Maar na drie jaar sappelen moet het toch een hard gelag zijn. Ook al vergeet Frits niet om medepresentator/dochter Barbara stevig te pluggen. (Zo'n somber mediamoment kun je toch nog aardig naar je hand zetten.)
Ook door de wol geverfde entrepreneurs kunnen zich stevig verkijken op de kansen van een nieuw mediaconcept. Nog maar drie jaar geleden mislukte John de Mols zender Talpa, ondanks een stal vol televisiesterren en een studio boordevol programmatalent. Bijna op hetzelfde moment startte de nieuwe praatzender Het Gesprek. Maar desalniettemin verklaren mediacracks Derk Sauer, Ruud Hendriks, Harry de Winter en Barend het mislukken van praatzender Het Gesprek met de erkenning dat ze onderschat hebben hoe moeilijk het is om een televisiezender te beginnen.

Waar begin je aan, als mediaondernemer wanneer zelfs deze grote jongens zich in hun vingers snijden?


Wat zich een beetje stad noemt, heeft tegenwoordig wel een tot broedplaats opgepimpt bedrijfsmonument . Er broeden vogels van allerlei pluimage. Maar je kunt er op rekenen dat er een paar internetbedrijfjes tussen zitten. Dat zijn de uitgeverijen van de toekomst. Hebben zij de vechtlust en het geluk om uit te groeien tot de uitdagers van Time Warner of van Google?
Uit alle verhalen rond deze sympathieke jonge honden blijkt wel dat het bikkelen is. De conjunctuur van de afgelopen tien jaar heeft zich gekenmerkt door enkele hoge toppen, maar vooral door gure diepe dalen. Het overgrote deel van die nieuwe-media-uitgeverijtjes is gedoemd tot een marginaal bestaan. Niet in de laatste plaats omdat Nederlandse creatieve werkers zich eigenlijk het lekkerste voelen in kleinschalige bedrijven. Dan ontbreekt de brandende ambitie om een global player te worden.


Toch kun je in de Quote 500 Junior van dit jaar zo'n 25 ondernemers jonger dan 40 jaar in de mediabranche tegenkomen. Bovenaan de lijst Michiel Mol, oprichter van Lost Boys (al vergaarde zijn vader eerder in de computersector het familiefortuin). Verder bijvoorbeeld televisieproducent Reinout Oerlemans van Eyeworks en internetondernemer en crossmediaonderzoeker Han de Groot van Metrixlab.
Echte global players zijn Bennie Eeftink en Peter Driessen (beiden op de Quote juniorlijst). Hun in 2001 opgerichte Hilversumse bedrijf Spill Group (nu Spil Games) stortte zich in 2004 op online spelletjes en werd in een paar jaar tijd uitgebouwd tot een wereldspeler in casual games, groter dan Disney. Met bijna 50 gamesites maandelijks meer dan 130 miljoen unieke bezoekers trekken, is dat alleen geluk? In Sprout vertelde Driessen een tijdje geleden dat ‘smart' ook een spelletje meespeelt: de marktpotentie zien van een domeinnaam als ‘Spelletjes.nl'. Het verdienmodel is vooral pre-rolling, het afspelen van een reclamefilmpje voordat de speler zijn spelletje kan starten. Daarnaast ontwikkelen ze branded games voor bekende merken. Maar interessant: ook de online verkoop van spelletjes genereert inkomsten. De kopers zijn vooral vrouwen!! Die Spelletjes.domeinen vervolgens ook overnemen in het buitenland (Frankrijk, Duitsland Spanje, UK) of zelf ontwikkelen in andere regio's (China). Daarvoor heb je kapitaal nodig. Zo kwam Joop van den Ende aan boord met zijn venture capital-vehikel Van den Ende & Deitmers Crossmedia Fund. Dat is groeistrategie. Met als doel: de wereld veroveren. Naast de meeste landen in Europa zit Spil Games nu in Canada, Zuid-Amerika en Azië met 49 lokale gamesites in 19 talen. Think global, act local.
Over de omzetcijfers wordt overigens behoorlijk schimmig gedaan. In Quote circuleert een omzet van € 15 miljoen per jaar. Da's misschien een mooi getal voor de Quote Junior 500. Maar vergelijk dat met de 3,4 miljard euro jaaromzet van uitgeefdino Wolters Kluwer. Die staat dan ook in een beter lijstje: de Fortune 500 grootste ondernemingen in de wereld.