Honderd miljoen tablets wereldwijd in 2013, stelt dat wat voor? Nog niet echt, als je het vergelijkt met de ruim een miljard mobieltjes die jaarlijks over de toonbank gaan. Er zijn nu 4.2 miljard mobiele telefoons in gebruik. En elk mobieltje wordt per dag gemiddeld 150 keer bekeken.

Maar zie het anders. Die honderd miljoen tablets leren uitgevers hoe je content moet vormgeven, verspreiden en te gelde moet maken op mobiele apparaten.
Wat wij in het werkelijke leven zien - kinderen die volwassenen leren hoe je met slimme apparaten moet interacteren - dat zien we ook in de economie: consumenten die tegenstribbelende traditionele bedrijfstakken een nieuw tijdperk induwen.

Tomi Ahonen, de in Azië gevestigde Finse uitvinder van ‘Mobiel als het 7e Massamedium', beschrijft hoe vanaf de eerste Japanse introductie van het mobieltje in 1979, vooral sinds de tweede helft van de negentiger jaren, het aantal functies van de bellende zakjapanners van jaar op jaar is uitgebreid. Dat houdt niet op. Ahonen telt nu 11C's van Communication tot Cyber en Career.(Zijn boeken puilen uit van dit soort lijstjes). Maar voor ons zijn vooral de C's van (Media)'Consumption' en ‘Charge' relevant. De mobiele mediaconsumptie begon in 1998 met het downloaden van ‘ringtones' (o zoete herinnering), en werd snel gevolgd door de uitvinding van ewallet-achtige mobiele betaalsystemen. Geen gezeur meer met creditcards.

Maar in de uitgeefbranche vonden we die handel in ringtones en sms-jes en het uitwisselen van met je mobieltje gemaakte fotootjes maar kinderachtig gedoe. En ook toen Apple tien jaar geleden de muziekindustrie schokte door losse muzieknummers per stuk te gaan verkopen in zijn iTunes-winkel, bleef het in uitgeversogen een gimmick voor tieners.
Wij hebben het mobiel uitgeven geleerd van downloadende kinderen.

Wie nu chagrijnig doet over de strenge regeltjes en de verplichte dertig procent afdracht van Apple, vergeet voor het gemak dat Apple een panklaar distributiekanaal, verdienmodel en productcategorie heeft neergezet. Uitgeefhuizen hoeven daar alleen maar hun content in stoppen om mee te liften op het succes van de mobiele industrie.

Goed dat er concurrerende kanalen zijn om Apple binnen de touwen te houden -al is de superioriteit van de iPad wel tot 2013 verzekerd. Maar dat nu bijna zeventig procent van de uitgevers in Nederland het dit jaar een werkende app op de markt heeft, kan alleen dankzij het prefab-lespakket dat Steve Jobs aan de mediasector heeft aangeboden.

Zo gezien is de tablet met zijn 9-inchscherm voor de contentindustrie een belangrijk voorportaal voor het uitgeven in het echte billion-dollar-wereld: de smartphones. Dat is de wereld van de megagetallen: de mega-consumptie en de mega-inkomsten.

Daardoor leren multimedia-uitgevers ook om hun verdienmodel van gestage abonnementsinkomsten om te bouwen naar een exploitatie gebaseerd op losse verkoop(in-app sales).
Het kiosk-model is de kunst om riante kasstromen op te wekken door de consumentenmassa steeds weer te verleiden tot een kleine aankoop. Murdochs 14-cents-Daily is het gewaagde voorbeeld. Maar, wie weet, verkopen alle dodebomenuitgevers straks doodleuk ringtones.