Doen we er eigenlijk nog wel toe?
Uitgevers zijn de boeman. Journalisten en programmamakers beklagen zich er al jaren over dat de redacties zo onbehoorlijk uitgekleed worden, dat er geen lol meer aan is om voor een uitgever te werken. Nog onlangs vertelde de Britse journalist Nick Davies - schrijver van het boek ‘Flat Earth News (Ned. vert. ‘Gebakken lucht') - aan een Nederlands publiek dat de toegenomen winstgerichtheid van eigenaren ertoe heeft geleid dat een journalist nu drie keer zoveel artikelen schrijft als in 1985. "Als je een journalist tijd afneemt, is het alsof je een timmerman zijn hamer afpakt." Journalisten hebben de tijd niet meer voor hun core business: zaken controleren, de waarheid brengen. Journalisten kiezen daardoor voor nieuws dat verkoopt in plaats van nieuws dat relevant is, "en het publiek heeft dat door", zegt Davies. Het zal hem dan ook niet verbazen als er over twintig of dertig jaar helemaal geen journalisten meer zijn.
 

Intussen groeit er een nieuw pact tussen onafhankelijke journalisten en lezers: crowd funded journalism. Buiten de uitgevers om. Crowd funding kennen we al een paar jaar van succesvolle webventures als Sellaband. Dat gaat zo: artiesten presenteren zich op Sellaband en verzamelen fans die via deze website geld doneren. Zo kan hun favoriete bandje voldoende kapitaal bijeen krijgen om onafhankelijk een muziekalbum te produceren. De sponsors delen in de opbrengst. Met dit model is bij Sellaband al 3 miljoen dollar over de tafel gegaan. (Eind februari 2010 struikelde Sellaband bijna over zijn eigen populariteit. De inleg was er wel, maar voor het produceren van de albums bleek zoveel geld nodig dat de marketing erbij inschoot. Nu is Sellaband in Duitse handen). 
Reporters en documentairemakers hebben deze crowd funding ook ontdekt. Als hobbyzeiler zocht ik kortgeleden informatie over plastic soep in de oceanen (kom ik nog wel eens op terug). Tot mijn verbazing vond ik een reportage van Lindsey Hoshow over ‘the Pacific garbage patch' met daarbij de mededeling: ‘Travel expenses were paid in part by readers of Spot.Us, a nonprofit Web project that supports freelance journalists.' Een kleine 1600 fans steunen op deze site, met individuele bijdragen van 20 dollar, kortlopende journalistieke researchprojecten met begrotingen die lopen van 700 tot 10.000 dollar. Zo bewaren journalisten hun onafhankelijkheid hoewel ze werken met geld van particulieren. Het voorbeeld van Spot.Us en het vergelijkbare Kickstarter.com inspireert ook Nederlanders. In het leuke journalistenvakblad ‘Villamedia' kon je onlangs lezen hoe twee ondernemende freelancers een vijf jaar durend reisproject in de Kaukasische regio rond Sochi (waar in 2014 de Olympische Winterspelen plaatsvinden) met microsponsoring van de grond krijgen. De 30 mille per jaar wordt bijeengebracht via hun site www.thesochiproject.org. Daar kiezen sponsors voor brons (10 euro per jaar), zilver (100 euro) of goud (1000 euro). Van de tot nu toe 264 deelnemers kozen er toch 8 voor goud. Het vak van journalist heeft voor lezers dus best economische waarde en levert zelfs fanclubs op voor researchprojecten.
Maar hebben uitgevers ook waarde?
Nou, voor journalisten wel. Want die willen tóch bereik! Zo verscheen het Pacific-verhaal niet (alleen) op een website voor sponsors, maar op de wijdverspreide en gezaghebbende Science-pagina's van de New York Times. Sponsors beklaagden zich er zelfs over dat het niet op de voorpagina stond. En ook de Sochi-expeditie streeft naar exposure in ‘de traditionele media'.

Met andere woorden: het zijn de uitgevers die de mediamerken moeten bouwen om journalisten een podium te geven voor hun verhalen. Dat in de afgelopen decennia in de directieburelen doel en middelen zijn verwisseld ( kapitaal vergaren om journalistieke producties mogelijk te maken en daarmee lezers te bedienen), omdat de redactiebudgetten ter wille van de beursnotering tot minder dan het minimum zijn uitgeknepen, wordt fijntjes door crowd funding gecorrigeerd.
Uitgevers zijn dus broodnodige ‘bereiksbouwers'. En ze zijn nu via hun oude en nieuwe kanalen naarstig op zoek naar hun eigen crowd funding.
Voor "weg met ons" is het nog even te vroeg.