Profiel
Onderwerpen
- Betalen voor content (2x)
- businessmodellen (3x)
- Commissie Brinkman (1x)
- Digitaal papier (3x)
- e-boeken (1x)
- Google (1x)
- Innovatie (4x)
- IPad (1x)
- kranten (3x)
- Mecom (1x)
- mediapark (1x)
- Mobiel (1x)
- nieuwe media (3x)
- Online (3x)
- Redactiesystemen (1x)
- Strategie (1x)
- VNU media (1x)
Archief
Gijs Manders, Director Media Atos Origin
Mijn IPad
Eindelijk is hij binnen. Mijn IPad.
En het is echt een heel bijzonder apparaat. Mooi, snel, simpel.
Ik ben heel benieuwd hoe en hoeveel ik hem over een paar maanden nog gebruik. Zal hij naast mijn ebook-reader in de kast liggen? Of zal hij mijn laptop vervangen hebben en zal ik hem altijd binnen armlengte houden?
Ik neig naar het laatste. Niet als werkpaard, zoals de laptop maar als entertainment voor mail, internet, YouTube, games en leuke Apps.
Iedereen die in media werkt moet er direct een kopen. Pas dan kun je je een oordeel vellen. Want het is wel een apparaat waar je verliefd op kunt worden. Ik kan me ook zeker voorstellen dat enorm veel mensen er een zullen kopen en hem gebruiken voor bijvoorbeeld hun nieuws. Het kan inderdaad een revolutionair ding zijn. Veel hant af van de apps die ervoor beschikbaar komen. Dat valt nu nog een beetje tegen. De echte killer-app moet ik nog vinden, hoewel de browser en YouTube dat natuurlijk eigenlijk al zijn.
War direct positief opvalt is dat de batterij lang genoeg meegaat (veel langer dan een laptop).
Het is wel echt irritant dat Apple en Adobe ruzie hebben. Zo ondersteunt de IPad geen Flash. Bij de IPhone is dat nog niet zo irritant maar de IPad gebruik ik veel om te surfen en pas dan valt je op dat er heel veel sites zijn die Flash gebruiken. Heel irritant.
Anyway, ik ben echt erg benieuwd. Ik snap zeker waarom er al meer dan 1 miljoen van verkocht zijn en waarom HP en Microsoft hun eigen plannen voor een tablet opgegeven hebben. Als je hiertegen wilt concurreren moet je met echt iets unieks komen.
Verstuurd vanaf mijn iPad
Onderwerpen: IPad.
De kracht van de krant
Op dit weblog schreef ik vorige maand over onze plannen om nieuwe betaalmogelijkheden voor on-line content te ontwikkelen. Daar kreeg ik wel een paar reacties op, maar het bleef beperkt.
Tot vorige week. Toen schreef Jan Benjamin in het NRC over dit initiatief in zijn artikel "Krantenwereld op zoek naar de heilige graal". Toen bleek de kracht van de krant!. Het waren maar 2 alinea's in dit artikel die uiteindelijk geleid hebben tot een heleboel artikelen op verschillende websites, telefoontjes van klanten, journalisten en andere geïnteresseerden.
Je kunt je natuurlijk afvragen of al deze aandacht komt vanuit de kracht van de krant of vanuit de kracht van het merk NRC.
Ik neig naar het laatste....
Onderwerpen: Betalen voor content, kranten.
"Dat wordt betalen!"
Het is natuurlijk maar helemaal de vraag of we straks allemaal gaan betalen voor het online lezen van nieuws of andere content. Maar dat is niet het onderwerp waar ik het over wil hebben. Ik ben het gepraat hierover namelijk zat. We gaan er gewoon oplossingen voor bouwen. Daarmee gaan we experimenteren en dan gaan we leren wat er het beste werkt.
Het enige model dat uitgevers nu hebben om online bezoekers te laten betalen is het abonnementsmodel. Dat is voornamelijk vanwege de hoge transactiekosten voor online betalingen. Abonnementen werken maar voor een bepaalde groep.
Wat we nu, samen met enkele uitgevers, aan het ontwikkelen zijn, is een simpel systeem waarbij een consument "credits" kan kopen waarmee hij vervolgens online content kan kopen.
De website bezoeker koopt bijvoorbeeld voor 5 Euro een 50-tal credits waarmee hij bijvoorbeeld 50 artikelen kan lezen. Net zoals dat bij veel andere diensten zoals gaming, gambling of mobiele telefoons gaat.
De ambitie is natuurlijk om daarna met een veelheid aan uitgevers bij hetzelfde systeem aan te sluiten zodat je vanuit diezelfde portemonnee bij heel veel verschillende uitgevers informatie kunt kopen.
Er zijn meerdere initiatieven op dit gebied. Zoals van Google of van grote internationale banken. Atos Origin is in Europa een van de grootste partijen op het gebied van elektronische betalingen en we zijn van daaruit ook bij die initiatieven betrokken.
Maar het gaat niet om het neerzetten van een marktstandaard. Die komt er uiteindelijk wel.
Het belangrijkste is dat we nu stappen nemen en leren welke modellen werken. Wat wordt het pricing model? Wat worden de mogelijkheden die we consumenten aanbieden? Werkt pay-per-use? Per dag? Per artikel? Werkt het om gratis 10 credits te bieden als proefabonnement? Is het een goed model voor special-interest kanalen? Etc.
Als de marktstandaard zich dan ontpopt, dan zijn wij en onze lezers er klaar voor. Bel of mail me als je wilt meedoen: 06-51226006 of gijs.manders@atosorigin.com
Onderwerpen: Betalen voor content, businessmodellen.
Redactionele automatisering voor kleine uitgevers
Donderdag nam ik deel aan de paneldiscussie op de Nationale Uitgeefdag met het onderwerp uit de titel. Aanleiding was dat GEA adviesgroep een onderzoek heeft gedaan naar de mogelijkheden die ICT biedt om het vervaardigingsproces van een tijdschrift sneller, transparanter, goedkoper en makkelijker te laten verlopen.
Het onderzoek, dat is uitgevoerd in opdracht van het Stimuleringsfonds voor de Pers, geeft een helder inzicht in de besparingsmogelijkheden voor kleine en middelgrote tijdschriftuitgevers. Ik raad het dan ook zeker aan om het boek hier te bestellen.
Zelf heb ik me gericht op een aantal adviezen voor implementatie:
- Maak in het verkoopproces heldere afspraken. Vooral over de inzet van de juiste mensen bij implementatie en dat ze niet mogen wijzigen. Zorg dat die ene consultant die uw werkprocessen kent en hoe de oplossing geïmplementeerd moet worden, betrokken blijft.
- Voer zelf de regie. Ga er niet vanuit dat de leverancier wel weet wat hij doet. Elke organisatie en workflow is anders. Er gaan problemen komen die u zelf moet oplossen. Laat het u helder uitleggen en neem zelf de besluiten.
- Doe het met eigen mensen. Vaak worden externen ingehuurd om het project binnen uw organisatie te implementeren. Beter is om eigen mensen vrij te spelen en eventueel externen tijdelijk hun werk te laten doen.
- Doe een (betaalde) pilot. Een leverancier moet in staat zijn om in zeer korte tijd 80% van de functionaliteit ingericht te hebben in een pilot. Dat geeft inzicht in wat er echt allemaal gaat veranderen en kan gebruikt worden voor training.
- Laat de trainer of consultant na 3-4 maanden terugkomen en laat hem met je mensen meewerken. Leer op dit moment om echt de functionaliteit te benutten. In dit stukje zit 20% van je efficiencywinst.
- Leg veel meer nadruk op referentiebezoeken. Trek 3-4 dagen uit om bij collega bedrijven te gaan kijken. Loop door de hele workflow heen en leer waar hun problemen en efficiency zitten. Bespreek ook echt de problemen. Die waren er ongetwijfeld.
Ik geef overigens direct toe dat het open deuren zijn. De meeste projecten lopen echter juist op deze punten mis.
Meer tips voor implementatie in het boek van Gea.
Onderwerpen: Redactiesystemen.
On-line kan het gat niet vullen dat print laat vallen
Zolang uitgevers dit niet accepteren en blijven focussen op omzetgroei, dan gaat het mis. Dat is de essentie van mijn gesprek met Henk Blanken (adjunct hoofdredacteur NDC/VBK en media-guru - zie http://www.henkblanken.nl/).
De on-line verdiensten liggen een factor 10 tot 100 lager dan de verdiensten in print, bij een vergelijkbaar bereik. Dat is op zich niet nieuw, maar de meeste uitgevers willen er nog niet aan.
Het advies is om te accepteren dat de inkomsten uit print zullen dalen. Daar zul je je organisatie op moeten inrichten. On-line is interessant, maar daar kom je niet verder dan kleine groepjes mensen die initiatieven nemen met relatief beperkte omzet.
Er moet flink geïnnoveerd worden. Uitgevers en journalisten zijn daar niet erg sterk in. Je moet je papieren product juist omarmen en daarin de realiteit accepteren. Gericht op innovatie binnen het papieren product zelf. Niet al je kaarten zetten op on-line ambities.
Met een focus op winst kun je nog lang mee. Met een focus op omzetgroei maak je de organisatie kapot.
Onderwerpen: Innovatie, kranten.
Welke media-initiatieven groeien nog in deze tijd?
Afgelopen week had ik een goed gesprek met Ronald Egas, uitgever van de IT titels van VNU Media zoals Computable, Tweakers.net, Channelweb.nl en ITdirectory.nl.
Met een sterke afhankelijkheid van vacatures en IT advertenties zitten ze natuurlijk in een moeilijke hoek en hebben dan ook de nodige kostenreducties doorgevoerd. Het is een typisch voorbeeld van een bedrijf waar 5 goede jaren gevolgd worden door 2 slechte jaren. Zodra de (IT) markt aantrekt zijn ze ook de eerste die profiteren.
Maar er zijn wel degelijk initiatieven die nog groeien! Interessant vond ik de IT knowledge base van Computable. Hier kunnen IT-bedrijven hun kennis etaleren en bezoekers kunnen er gratis in zoeken. Het verdienmodel bestaat eruit dat een bezoeker van de knowledge base zijn gegevens achterlaat als hij een whitepaper download en de kennisleverancier zo'n 60 Euro betaalt voor deze lead (studenten worden eruit gefilterd).
Vooral in de IT werkt dit principe. Volgens marketing organisatie Sherpa wil de business professional, en vooral de IT-er, zelf zoeken naar de informatie. En een organisatie zoals Atos Origin publiceert vaak een enorme berg aan whitepapers en onderzoeken. Dus hiervoor een marktplaats creëren is geen slecht idee.
60 Euro voor de gegevens van een business professional die bezig is met een onderwerp waarin een organisatie expert is, is geen slechte prijs.
Of ben ik gewoon in zijn sales-pitch getrapt? Want inmiddels heb ik natuurlijk wel de afspraak met onze marketing directrice geregeld....
Onderwerpen: businessmodellen, Online, VNU media.
Je moet geld verdienen rondom de content
Je kunt, volgens hem, geen geld meer verdienen aan zaken die bekeken, gelezen of beluisterd worden. Zijn advies is om zaken te verkopen die niet te kopiëren zijn en de bezoeker te laten betalen voor premium abonnementen.
Een voorbeeld dat hij gaf was Pandora. Een gratis internet radiostation waar de muziek gratis is, maar de gebruiker betaalt voor een premium versie met meer functies. Daarbij zullen veel content producenten volgens hem zich gaan transformeren tot aggregators die voor een bepaalde doelgroep informatie verzamelen.
MAAR: als iedereen geld verdient rondom de content en zich gaat richten op verzamelen, wie gaat er dan de content nog maken? En hoe gaat deze journalist dan betaald worden?
De vergelijking met een internet radiostation gaat volgens mij dan ook niet op. Voor de schrijvende pers zijn er geen internationale verrekenmodellen en is er geen Buma en geen I-tunes. Veel bands en artiesten verdienen het meeste geld aan optredens maar of dat nu het verdienmodel voor de toekomst wordt voor journalisten....
Wie het weet mag het zeggen. De oplossing om geld te verdienen rondom de content kan uitkomst bieden voor uitgevers, maar is niet de oplossing voor de journalistiek.
Onderwerpen: businessmodellen, Online.
Meer een krantenman dan een financieel manager?
Het Nationaal Uitgeverscongres gisteren was erg goed en gezellig. Ik keek vooral uit naar de toespraak van David Montgomery, de CEO van Mecom. Ik was vooral nieuwsgierig of hij nu een krantenman is of toch vooral een keiharde financiële manager die enkel uit is op korte termijn gewin.
De openingsspreker Arnold Heertje gaf een heel betoog waarin hij stelde dat de sturing door managers de hele krantensector kapot heeft gemaakt. Hij gaf PCM/Apax als voorbeeld en definieerde de manager als een man die vanaf een grote afstand, zonder enige voeling met de werkvloer of de klanten stuurt op enkel financiële parameters. Gericht op de korte termijn en zijn eigen salaris en bonus.
Spannend werd het toen moderator Frénk van der Linden exact dezelfde woorden gebruikte om David Montgomery te introduceren. Het was duidelijk cynisch bedoeld maar kwam niet bij iedereen zo over. Het was dan ook chiquer geweest om deze introductie in het Engels te doen zodat Montgomery direct had kunnen reageren. Hij had het vast kunnen waarderen.
Volgens de aanwezigen vanuit Wegener was het niet zijn beste toespraak en er zijn een paar zaken waarin ik het absoluut oneens ben (zoals zijn stelling dat er ooit weer betaald gaat worden voor on-line nieuws).
Maar daar ging het me niet om. Ik wilde weten of hij, nog steeds, een uitgeefhart heeft.
De speech nam veel van mijn twijfel weg. Die twijfel verdween helemaal toen ik hem kort sprak. We spraken over zijn introductie door Frénk van der Linden. Hij reageerde hierop laconiek "You know what they say about managers; If they were any good they would have been journalists".
Onderwerpen: Mecom.
Media moeheid
Dat is niet handig in mijn vak en ik weet ook niet exact waardoor het komt, maar ik had het gehad met discussies over de toekomst van de media. Je kon geen tijdschrift, website of mailtje openen of het ging er weer over.
En of het nu aan de crisis lag of aan voorjaarsmoeheid, ik weet het niet, maar alle verhalen ademden pessimisme of ronduit depressiviteit. Wat me vooral irriteerde in deze discussies was dat ze weer over een algemeen toekomstbeeld gingen en totaal niet concreet werden.
Maar... die periode lijkt voorbij. De afgelopen weken zie ik duidelijk lichtpuntjes. Vooral in de vorm van concrete lanceringen en stappen.
Zoals ik hier al eerder schreef verwacht ik erg veel van e-books. En juist op dit vlak waren er verschillende lanceringen en initiatieven. Amazon introduceerde de nieuwe Kindle, maar mooier nog is de FLEPia van Fujitsu; een e-book dat 260.000 kleuren kan weergeven en 177 gram weegt.
En erg interessant in dit speelveld zijn natuurlijk de geruchten rondom de introductie van de Apple Mediapad waarmee Apple een device aanbiedt dat een mix is tussen een tablet-pc, een i-pod en een e-book reader.
Nu wachten op de eerste krant die haar papieren product volledig vervangt door een e-book reader. Financieel kan het makkelijk omdat de kosten van krantenuitgevers voor 50% aan het papieren product vasthangen.
Je moet wel een beetje lef hebben.
Onderwerpen: Digitaal papier, e-boeken, Innovatie, kranten.
De commissie Brinkman
Heeft journalistiek een publieke functie?
De essentiële vraag is of de journalistiek een publieke functie heeft. Zo ja; dan moet je deze structureel steunen door de subsidiegelden te herverdelen en niet alleen de publieke omroep te steunen. Als de journalistiek echt de waakhond van de samenleving is, dan kom je er niet met 8 miljoen voor innovatie.
Heeft de overheid een rol?
Daarnaast is natuurlijk de vraag of de overheid een taak heeft om een sector te helpen die zichzelf opnieuw moet uitvinden. Het antwoord hierop is JA.
Veel van de mensen die ik spreek vinden dat de sector het lange tijd zelf te goed heeft gehad en niet open stond voor innovatie. Dat vind ik onzin. Het is inderdaad zo dat grote concerns enorm moeilijk zichzelf opnieuw uitvinden, maar het is juist de overheid die via de mediawet deze sector heeft tegengehouden. Veel uitgevers hadden graag zichzelf ontwikkeld tot multimedia concerns en een commerciële omroep opgericht maar dat was (tot recent) beperkt door de mediawet. De angst voor Berlusconi-taferelen die aan deze beperking ten grondslag lag, heeft er helaas wel toe geleid dat alle commerciële TV zenders in buitenlandse handen zijn.
Elke uitgever is zich ervan bewust dat het medium niet belangrijk is, of dat nu papier, internet, TV of radio is. Alle media moeten ingezet worden om de doelgroep te bereiken. Voor Nederlandse uitgevers is het wel erg zuur dat TV door de overheid lange tijd uit deze mix is geweerd.
Wat brengt de toekomst?
Hierbij moet je natuurlijk de vraag stellen wat de toekomst ons brengt als we niets doen. Door de digitale media is het eenvoudig geworden om nieuws van derde partijen bij elkaar te brengen en commercieel aan te bieden aan een doelgroep. Mooi gepersonaliseerd aangeboden, precies wat de consument wil. Hierin zitten twee problemen,
1. Ontkoppeling van inspanning en opbrengsten
Ten eerste het probleem dat de ontkoppeling tussen de bron van het nieuws en de bijpassende inkomsten. Wanneer een onderzoeksjournalist van bijvoorbeeld NRC een aantal weken werkt aan een gedegen onderzoek dan staat 10 minuten nadat het gepubliceerd is de essentie ervan op alle nieuwssites in het land. En deze sites ontvangen de advertentie-inkomsten die feitelijk opgebracht worden door het gedane onderzoek. Deze ontkoppeling van werk en opbrengsten zal ertoe leiden dat het diepgravende werk onbetaalbaar wordt, wat vervolgens leidt tot een verschraling van het nieuwsaanbod.
Zelf hou ik enorm van een aantal Amerikaanse series zoals Lost en Prison Break. Die download ik dus via PiratBay en kijk ik (dus) zonder de bijpassende reclame. Dat is uiteindelijk een failliet systeem. Het maken van de serie is uiteindelijk niet meer te betalen.
Overigens denk ik dat de stelling "information wants to be free" klopt en dat dit probleem van hergebruik van nieuws niet te stoppen is door auteursrecht of beveiliging. Het voorstel van 2e kamerlid Boris van der Ham (D66) om geld vrij te maken voor onderzoeksjournalistiek zou hier een deel van de oplossing kunnen zijn.
2. Personalisatie leidt tot verkokering.
Het tweede punt is personalisatie. Lang is het adagium van hoofdredacteuren geweest "je moet er toch niet aan denken dat je lezers aanbiedt wat ze willen lezen?"
Ook deze verkokering is overigens moeilijk tegen te gaan. Het positieve van zoekmachines is dat je alles kunt vinden. Het nadeel van Internet is toch wel dat ook elke mafkees soortgenoten vindt en zijn afwijking normaal gaat vinden. Ik ben geen hoofdredacteur maar onderschrijf dat het goed zou zijn als iemand er voor zorgt dat iedereen een breed wereldbeeld houdt.
Een gezamenlijk distributie bedrijf
Een van de ideeën die geopperd werden voor de commissie Brinkman is het opzetten van een gezamenlijk landelijk distributiebedrijf. Op dit moment maken druk en distributie samen ongeveer de helft van de totale kosten uit dus dit lijkt een goed idee. Vooral omdat met het teruglopen van de papieren oplage deze kosten een steeds groter aandeel gaan vormen. Je kunt een geleidelijke terugloop in de oplage niet in je distributie opvangen. Je moet immers landelijke dekking blijven houden. Daar komt vrij snel een bodem in zicht.
Dit is een jaar of 5 geleden al eens onderzocht, maar toen zag een van de grote uitgevers de distributie nog als een uniek punt en goede barrière voor nieuwe toetreders. Inmiddels zal de noodzaak wel ingezien worden.
Of direct naar e-paper?
Je kunt je de vraag stellen of je niet beter direct naar een e-paper oplossing over moet stappen. Toekomstgericht, beter voor het milieu en het biedt de mogelijkheid om te gaan segmenteren en individualiseren.
Als je 8 miljoen te besteden hebt en je wilt echt een verschil maken, dan lijkt dit een goede stap. Uitgevers kunnen hier nu nog een positie innemen en wellicht voorkomen dat consumenten ook op dit medium verwachten dat de informatie gratis is. En met ongeveer 130€ per abonnee aan kosten voor drukken en distributie ben ik benieuwd welke krant als eerste de volledige overstap durft te maken.
Bereik of individuele impact?
Hoewel individualisering kan leiden tot verkokering, biedt het uitgevers ook de mogelijkheid om hun advertentie-inkomsten te verhogen. Zoals ik hier al eerder schreef ben ik er van overtuigd dat de toekomst voor uitgevers ligt in 1 op 1 communicatie. Digitale media stellen je in staat om veel beter je doelgroep in kaart te brengen. Tot op individueel profiel. De inzet van deze amazon-technieken verhogen de advertentie inkomsten en bovendien stellen lezers deze manier van adverteren ook nog eens enorm op prijs.
Oplossing?
De oplossing is niet eenvoudig. Vast staat dat je eerst de primaire vraag moet stellen of (schrijvende) journalistiek een publieke functie heeft.
Ik denk dat het antwoord hierop "JA" dient te zijn. Dan moet je dus ook het bestel wijzigen. Er is immers geen logica waarom onze publieke omroep alle media inzet behalve papier*. Er is enkel de historie waarin het papieren medium altijd goed bediend is geweest door stichtingen die de pluriformiteit van de pers hoog hadden. Dat lijkt nu niet langer haalbaar.
Maar als je dan toch 8 miljoen moet besteden aan innovatie, zorg dan dat je dat doet voor media die nog niet "geclaimd" zijn, zoals digitaal papier of online video. Terwijl je de schrijvende pers leert om multimediaal richting 1 op 1 communicatie te gaan.
*= de tv-gids zie ik hier niet als echt publicatiemedium
Onderwerpen: Commissie Brinkman, Digitaal papier, Innovatie.
Hoe kunnen uitgevers innoveren?
Een tijdje terug stond op deze site de stelling van GeenStijl dat uitgevers niet in staat zijn om echt vernieuwende initiatieven te nemen. De manier waarop grote organisaties bestuurd worden staat dat in de weg.
Zijn bedrijven van enkele duizenden werknemers in staat om echt unieke nieuwe initiatieven te nemen? Of zijn dit soort bedrijven beter af om nieuwe start-ups simpelweg te kopen nadat het eerste succes is behaald?
Als je kijkt naar de meest succesvolle websites, zoals geenstijl zelf, dan zijn ze inderdaad meestal klein begonnen en daarna gekocht.
De guoeroe op dit gebied is Henry Mintzberg. In zijn boek "Strategy safari" onderscheidt hij 10 archetypes voor strategievorming. Enorm versimpeld samengevat zijn er initiatieven die je op de strategische-planning manier kunt aanpakken (de Michael Porter manier). Maar er zijn ook veel initiatieven die je op de Gary Hamel manier moet aanpakken: learning by doing. Het belangrijkste criterium om tussen deze methoden te kiezen is de voorspelbaarheid van de markt.
De on-line uitgeefmarkt is uitermate onvoorspelbaar, dus....
Veel grote uitgeverijen zijn beter af door een oorlogskas aan te leggen voor overname van start-ups. Met hun bereik zijn ze wel uitstekend in staat om kleine initiatieven uit te rollen tot landelijke successen en te exploiteren. Daar kun je mooie processen, business cases en besturingsmodellen voor verzinnen...
Onderwerpen: nieuwe media, Strategie.
Waarom makkelijk doen…..
Als je er ook een heel technisch ingewikkeld verhaal van kunt maken.
Dat lijkt vaak nog steeds het uitgangspunt als je in Hilversum het mediapark betreedt.Bij een recent Immovator evenement volgde ik de discussie. Er was volgens de deelnemers aan de discussie meer behoefte aan mensen die de vertaalslag kunnen maken tussen Media en ICT. Met “wat een onzin” mengde ik me in de discussie.
Het Hilversumse mediapark is een van de laatste bolwerken waar nog steeds een “ICT-kennis=macht” bolwerk geldt. Soms denk ik wel eens dat dit de reden is waarom er een hek om het mediapark staat.Veel projecten lopen hierop vast. De technologie is te complex. De techneuten scheppen op over hun kennis en de managers snappen er te weinig van. Er zijn maar weinig mensen die de totale keten overzien.
Gelukkig is het tijdelijk. Dit was immers 5 jaar geleden exact hetzelfde in de bank-wereld of elke willekeurige andere industrie. Maar het is in die jaren wel drastisch veranderd. Vooral door standaardisatie en ICT-inzicht van managers.Sterker nog; in veel industrieën is de ICT zodanig gestandaardiseerd dat alleen nog maar functioneel gesproken wordt over wat de oplossing moet doen. Totaal niet meer over hoe het onder de motorkap moet werken.
Zoals ook bij printuitgevers met de komst van PDF en XML standaarden het proces veel inzichtelijker geworden is en standaard oplossingen snel op zijn gekomen. Nog steeds zijn er uitgevers die de techniekleverancier, van bijvoorbeeld het advertentiesysteem of het redactiesysteem, laten vertellen hoe ze moeten werken. Maar gelukkig is dat een uitstervend soort.
Dus leidt alsjeblief geen speciale media-ICT’ers op in Hilversum. Adapteer gewoon zoveel mogelijk standaard technologie en laat je niet gek maken maar laat het je uitleggen. Iemand die het je niet kan uitleggen snapt het zelf niet.
Onderwerpen: mediapark.
Hoe verhoog je de on-line advertentieinkomsten?
Het antwoord op deze vraag is eigenlijk vrij simpel. Je schotelt de bezoeker van de website de advertentie voor waarbij de slagingskans het hoogst is.Dus als je betaald wordt per “click through”, dan schotel je de bezoeker de banner voor waarbij de kans op doorklikken het grootst is.
En toch doen nog weinig uitgevers dit. Waarom?Omdat het knap ingewikkeld is om dit goed te doen en veel adverteerders nog betalen op basis van het aantal keer dat de advertentie bekeken is.Maar dat gaat veranderen. Al is het maar omdat veel bezoekers het juist erg waarderen als zeer relevante advertenties worden aangeboden.
Met behulp van “predictive analysis” kun je het gedrag van mensen analyseren en op basis daarvan ook hun gedrag gaan voorspellen.Sommige uitgevers in Nederland maken al gebruik van deze technologie om bijvoorbeeld hun abonnementenverkoop te ondersteunen met bijvoorbeeld in Nederland een uitgever die zijn conversie van proef-naar-vast verhoogde van 4% tot 9%.
Voor on-line toepassingen heet dit “web-mining” en komen veel marketeers niet verder dan webstat of Google analytics. Terwijl marktleiders SPSS en SAS oplossingen bieden die veel verder gaan.Zo heeft een pilot bij de Deense uitgever Jubii tot een 40% verhoging van het aantal click-throughs geleid. Simpelweg door de advertentie aan te bieden op basis van de waarschijnlijkheid dat iemand door zou klikken.
Het lastige in dit vakgebied is dat je een enorme hoeveelheid complexe data moet interpreteren en daar generieke profielen uit destilleren. Maar voor mensen die het daarom maar niet toepassen verwijs ik naar de onderstaande quote:
“In God we trust
……. All others: bring data”
Barry Barada, Sara Lee
Onderwerpen: nieuwe media, Online.
Het gaat snel…
Soms word je ineens geconfronteerd met de snelheid waarmee nieuwe ontwikkelingen gaan. Vorige week had ik zo'n moment.
Woensdag ging ik een hapje eten met een paar mensen van Sanoma Uitgevers. Ik had een restaurant in Hoofddorp uitgezocht op aanraden van een collega. Het restaurant is gevestigd in het prachtige pand "Haarlemmermeerpaviljoen" dat gebouwd is tijdens de Floriade in 2002.
Een unieke locatie, die ik zeker aanbeveel.
Maar... het vinden van deze unieke locatie bleek lastiger. Het adres "Paviljoenlaan 1" bleek onvindbaar. Geen van onze navigatiesystemen kende het adres.
Sinds vorige week heb ik een nieuwe telefoon waarop Google Maps gratis meegeleverd is. Direct vond ik het restaurant en de route er naartoe. Heel simpel en direct.
Ik heb me wel eens afgevraagd waar Google naartoe wilde met applicaties zoals Google Earth. Ik had wel een beeld, maar had niet verwacht dat het zo snel zou gaan. Gooi de Tom Tom maar het raam uit. Google doet het gratis en je krijgt er nog gratis advies bij ook (lees: reclame)!
Zeker wanneer je dit combineert met "location based services", zoals bijvoorbeeld www.iens.nl deze gaat aanbieden, heb je een mooie dienst.
Heerlijk toch, dat je binnenkort een restaurant kunt vinden dat aanbevolen wordt door een van je vrienden of relaties, direct reviews bekijken, boeken en navigeren met je mobiele telefoon.
Wel ondertussen op de weg blijven letten...
Onderwerpen: Google, Mobiel.
Het wordt persoonlijk….
De grootste belemmering voor innovatie is het T-ford business model. Althans, dat schrijft C.K. Prahalad in het boek "The new age of innovation". Prahalad betoogt dat de zakenwereld vanaf de industriële revolutie is gericht op ongedifferentieerde groepen. Met als hoogtepunt het T-ford principe "any color is OK, as long as it is black".
Dit model heeft goed gewerkt in het verleden maar gaat ons niet helpen in de toekomst. Volgens Prahalad draait de toekomst om "N=1", waarmee hij aangeeft dat de toekomst draait om waarde toevoegen voor individuele consumenten.
Hij noemt ook concrete voorbeelden, zoals Nike die het mogelijk maakt om on-line je eigen schoenen samen te stellen (kleur, design), of het Finse Pomarfin dat je voeten scant met een digitale scanner en op basis daarvan een uniek paar schoenen laat maken (kleur, design en perfecte pasvorm). Een ander voorbeeld is het Ponds instituut van Unilever waar een persoonlijk verzorgingsadvies wordt gecreëerd op basis van huid, wensen en budget.
Het gaat volgens Prahalad daarbij niet om het aanbieden van een groot aantal opties waaruit een consument kan kiezen (zoals bijvoorbeeld bij Dell). De tijd waarin je de klant vertelt "we hoeven niet te weten wat je wilt; kies maar uit deze opties" is voorbij.
De essentie is dat de beleving van de consument centraal staat en bedrijven daarvoor alle relevante diensten bieden. Hierbij moeten organisaties gebruik maken van wereldwijde resources en zorgen voor een goede sociale en technische architectuur van de organisatie.
Een briljant boek van een van de meest toonaangevende management denkers. Zeker voor mediabedrijven een must-read, omdat juist daar N=1 centraal zou moeten staan.
"The New Age of Innovation"
Driving Co-created Value Through Global Networks
Door C.K. Prahalad, M.S. Krishnan
Uitg: McGraw-Hill
ISBN 0071598286 / 9780071598286
Hardback, 304 blz.
Onderwerpen: Innovatie, nieuwe media.
Ongewenst online profiel
Afgelopen maandagochtend liep ik na een avondje bijkletsen met wat oude vrienden ietwat versuft naar de koffieautomaat om een welverdiende en broodnodige dubbele espresso te trekken. "Zwaar gehad gisteravond?", hoor ik ergens vaag achter me, door het steeds heviger wordende gebonk en gesuis dat zich in m'n hoofd afspeelt heen. Mmmm... Hoe kan hij dat nou weten? Kegel? Rode ogen? "Tsjaaaa, haha, ik checkte net je Hyves eventjes. Iets met laat gemaakt Gijs? Katertje?" Shit! Daar had ik dus niet bij stilgestaan. Dacht ik alle voorzorgsmaatregelen te hebben getroffen, goed ontbijt, pepermuntkauwgom, extra strong uiteraard, paracetamol, en vooral niemand recht aankijken, krijg je dit......
Nu heeft het voor mij geen verschrikkelijke gevolgen als het uitlekt dat ik een keer een avondje te lang bij mensen thuis ben blijven hangen. Maar feit blijft wel dat tegenwoordig, nog voordat je je eigen kater goed en wel hebt kunnen verwerken, de oorzaak ervan binnen no time te achterhalen is voor je collega's.
Nu is dit slechts een onschuldig voorbeeld, maar het is wel zo dat bijna iedereen, bedoeld of onbedoeld, ontelbare sporen achterlaat op het internet door het steeds meer in gebruik raken van social networks, of dit nu de sites zijn gericht op vrienden (Hyves, Facebook) of de meer op zakelijke contacten gerichte netwerken zoals Linkedin. Op deze manier wordt er dus een (semi-)publieke digitale identiteit (een profiel) geconstrueerd. Er valt te achterhalen wie je bent, wat je doet, wie je contacten zijn, of dit de juiste contacten zijn en of je iemand bent die er maar een beetje bij hangt, of dat je juist een spin in het web bent.
Who cares, zou je zeggen.... Maar langzaamaan zijn er steeds meer instrumenten in opkomst die de sporen die je achterlaat achterhalen en reconstrueren tot een volledig profiel. Deze social network analysis tools destilleren zorgvuldig alle gegevens die je door de jaren heen op het net achterlaat. Kijk! Nu wordt het interessant. En gevaarlijk! Want wat voor een profiel heb jij de laatste jaren (onbewust) gecreëerd? Of erger, wat is er onder jouw naam, eventueel onder valse voorwendselen, gepubliceerd? Een online steunbetuiging aan Greenpeace van vijftien jaar geleden zou zomaar eens een nadelige invloed kunnen hebben op je sollicitatie bij Shell. Alles, maar dan ook alles, wat er ooit onder jouw naam is achtergelaten op het net wordt zo een bouwsteen van jouw online profiel, of je het nu wilt of niet. En als deze profielen in handen komen van headhuntersbureaus of grote personeelafdelingen dan zou je zomaar eens een probleem kunnen hebben dat lastig te weerleggen is.
Natuurlijk heb je een groot deel van het profiel dat zo ontstaat in eigen hand. Maar ben je je altijd wel bewust van wat je achterlaat en in hoeverre bepaalde informatie die nu nog ontraceerbaar lijkt in de toekomst met een simpele tool te achterhalen is? En wat als iemand onder jouw naam reageert op bepaalde blogs? Of door jou geschreven e-mails online zet? Eenmaal onderdeel van jouw online profiel en je zit er levenslang aan vast!
De vraag is nu of we ons nu al druk moeten maken over ons online profiel in de toekomst (of zijn we misschien al te laat?). Zijn er nu al zaken die op het moment totaal onschuldig lijken, maar die later nadelig zouden kunnen uitpakken voor ons profiel? Moeten we ons online gedrag volledig regisseren en misschien wel een PR-bureau in de hand nemen om nu al een zo goed mogelijk profiel te construeren met het oog op de toekomst?
Ik denk dat het allemaal zo'n vaart niet zal lopen. Ook in de toekomst zal bij sollicitaties meer gekeken worden naar je CV en je persoonlijkheid, en er zal rekening mee worden gehouden dat zo'n online profiel niet een afspiegeling van de werkelijkheid is. Maar toch... Een negatief online profiel zal waarschijnlijk ook niet in je voordeel werken...
Waar was ik? Ah! Espresso! Want m'n hoofd bonkt als nooit tevoren. En ik moet aan de slag. Maar eerst, voor het echte werk begint, toch maar even die krabbel van Hyves verwijderen. Je weet immers maar nooit, met het oog op de toekomst...
Wie weet wat weblogs waard zijn?
Er zijn al veel sites die op een Yahoo-achtige manier weblogs op een rij zetten en die de kwaliteit van blogs laten beoordelen door bezoekers, zoals blogged.com. Er zijn ook link-sharing sites waar je de favorieten van gelijkgestemden kan bekijken, zoals del.ici.ous.
Maar het beste werkt het eigenlijk als je iemand vindt met dezelfde interesses, die op zijn of haar weblog een actuele lijst bijhoudt. Maar hoe vind je die? Een start-up die potentieel het bovenstaande kan oplossen is Scoutle van Godfried van Loo.
Scoutle zoekt de voor jou relevante blogs en waardeert deze. Dat doet Scoutle met een persoonlijke crawler (je scout) die het internet afzoekt naar interessante blogs. Jouw scout vergelijkt je voorkeuren met die van andere scouts en zoekt zo de juiste blogs.
Scoutle moet door de blogger op de website worden geïnstalleerd en registreert daar hoeveel bezoekers het blog krijgt en hoe lang ze blijven. Op basis hiervan waardeert Scoutle de website regelmatig. Scoutle doet dus exact wat je zou willen en nog automatisch ook!
Het nadeel van Scoutle is dat op alle weblogs een stukje software geïnstalleerd moet worden. Dat beperkt het aantal blogs dat zich aansluit.
Als er een wereldwijde marktstandaard ontstaat voor de manier waarop blogs hun bezoek registreren, dan wordt een service als Scoutle gemeengoed en kunnen ook partijen als Google de waarde van de informatie van blogs publiceren. Een dergelijke standaard zal dan niet door Scoutle beheerd worden, maar door alle aangesloten bloggers. Alleen zo kan het een echte standaard worden en kan de bezoeker snel zien wat weblogs waard zijn.
Digitaal papier is het einde!
Digitaal papier zorgt voor een ontwikkeling die potentieel grotere gevolgen heeft. Bijvoorbeeld bij digitaal papier als advertentiemedium. Daarvoor is het een ideaal medium. Het is goedkoop en het is met een kleine stroomstoot van inhoud te veranderen.
De eerste toepassingsgebieden van digitaal papier zijn de verpakkingsindustrie en de outdoor reclame. En dat is logisch: een pak cornflakes met een bewegende haan erop trekt kinderen aan. Een abri met interactieve poster eveneens. Tegen een fractie van de productiekosten die zo'n toepassing nu zou kosten.
Vrachtwagens!
Dat is een advertentiemedium waar ik zelf veel van verwacht in combinatie met digitaal papier. Het enige wat je nodig hebt is een heleboel digitaal papier, een batterijtje en een simpele gsm-ontvanger en je kunt je hele vrachtwagen of trailer met een druk op de knop (van afstand) anders bedrukken.
Zoals een marketeer nu een "rondje abri's" besteld, zal hij of zij over 2 à 3 jaar een bestelling doen in de trant van "ik wil tussen 16:00 en 19:30 uur onze dagaanbieding op de zijkant en achterkant van 4.000 vrachtauto's in de regio Randstad."
Weer een mooi advertentiemedium erbij!
En het aandeel van de uitgever in de totale marketingmix daalt verder.
(Of de uitgever moet natuurlijk zelf de advertentieruimte op deze vrachtwagens gaan exploiteren).
Onderwerpen: Digitaal papier.


























