Profiel

Media en het verbonden leven

Henne Pauli (voormalig hoofdredacteur/uitgever van Adformatie) blogt wekelijks over de huidige positie van de media, innovaties, de veranderde houding van consumenten van de mobiele lifestyle en hoe je daar nou aan kunt verdienen.

Foto: Louis Engelman


Onderwerpen


Archief


2010

Media en het verbonden leven

Vuilspuiterij, hoe meer hoe beter

De mens is geneigd tot het kwade. En dat is een zegen voor de media.
Het opsporen en berechten van dat kwaad (al is het maar door trial by media) heeft onze misdaadverslaggeving in de Hall of Fame van de journalistiek gebracht. Peter R. de Vries is - terecht- wereldberoemd, sinds zijn onthullingen in De Zaak Holloway en al zijn andere speurwerk.
Misdaad spreekt tot de verbeelding. Ook oud-politieman Appie Baantjer zaliger, en zijn creatie rechercheur De Cock (‘met cee-oo-cee-kaa') zijn er als boek- en als televisieserie ware volkslievelingen mee geworden.
Maar Het Kwaad is een goedlopend bedrijf,dat zijn vertakkingen heeft in alle segmenten van de samenleving. In het bestuur, in de gezondheidszorg, in de economie en, ja waarachtig, zelfs in de media zelf. Bijvoorbeeld als zij in hun jacht op emotiejournalistiek plotseling een open zenuw van hun publiek raken. Maak maar even een flashback naar het schijnheilige rumoer om vliegrampslachtoffertje Ruben en De Telegraaf.
 

Onthullingen? Wij smullen ervan!

Je zou denken dat uitgevers grote budgetten beschikbaar stellen om onthullingsjournalistiek mogelijk te maken. Maar inplaats daarvan worden redacties op water en brood gezet. Alleen bij de omroep zie je een levende traditie in vuilnisbakkenjournalistiek. Bij de publieken vooral door Zembla (Vara) en Holland Doc (VPRO) en bij de commerciële omroep door het SBS6-programma Undercover van Alberto Stegeman. Zij zoemen als strontvliegen rond de hoofden van besturend Nederland. Maar nu er een gure bezuinigingswind rond het Hilversumse Mediapark waait is er een gerede kans dat deze programmamakers in één moeite door ook een doodsklap krijgen.
Zeker sinds onze dagbladen grotendeels op tabloidformaat zijn overgegaan zou je eigenlijk bij de kranten een constante stroom van muckraking journalism verwachten. Sinds in 1919 de eerste tabloids in Amerika verschenen is sensatiejournalistiek van het type ‘Headless Body in Topless Bar' overbrekelijk met dit formaat verbonden. Die eerste tabloid was de New York Illustrated Daily News. De oprichter van deze succeshit Captain Joseph Medill Patterson, liet voor de krant een wolkenkrabber bouwen met boven de deur de gedenkwaardige inscriptie ‘God houdt van de gewone man, hij heeft er immers zoveel van geschapen'. Hij was ook de uitgever die hamerde op het feit dat het IQ van de lezer niet uitstijgt boven het niveau van een twaalfjarige. Ik lees dit in de biografie over de legendarische onderzoeksjournalist I.F. (Izzy) Stone (die zich overigens verre hield van sensatiezucht). Mediamensen kunnen het nu in de ramsj vinden Selexyz-Scheltema.


Maar in onze tabloids houdt het niet over met deze hoogstaande vorm van vuilspuiterij. In NRC.Next al helemaal niet. Maar ja daar kiezen ze nu voor een filosoof als hoofdredacteur. Dan heeft De Telegraaf het met een bakkerszoon op die plek toch beter begrepen. Die krant kwam met een - in de ogen van de AIVD- staatsgevaarlijke publicatie hoe onze veiligheidsdienst mak aan de leiband loopt van de Amerikanen. De Volkskranttabloid is nog niet verder dan een tamme onthulling over diplomafraude bij de Hogeschool Inholland en Het Parool op tabloidformaat komt hooguit met de plaatselijke onthulling dat jochies zich toegang tot de bouwputten van de Noord-Zuidlijn weten te verschaffen om daar lekker te kunnen joyrijden.Ik hoop dat ik veel over het hoofd zie, maar naast de vele Zembla-onthullingen zoals het machtsmisbruik in Almelo, het wegmoffelen van de Q-koortsepidemie en De Bouwfraude steken de tabloids nogal minnetjes af.
Rechtstreekse overheidssubsie voor de pers is natuurlijk uit den boze. Maar als de regering de kranten écht een steuntje in de rug wil geven, zorg dan voor een goede Klokkenluiders-regeling. Want van lekken worden kranten lekker vet.


Onderwerpen: I. F. Stone, onthullingsjournalistiek, tabloids.

01-09-2010 13:51 | 73 keer bekeken | schrijf reactie

Ups & Downs in de Beleveniseconomie

Als mediaondernemer moet je over een goed incasseringsvermogen beschikken. Bij de ondergang van Het Gesprek zagen we Frits Barend manhaftig verklaren dat verliezen ook bij het spel hoort. Maar na drie jaar sappelen moet het toch een hard gelag zijn. Ook al vergeet Frits niet om medepresentator/dochter Barbara stevig te pluggen. (Zo'n somber mediamoment kun je toch nog aardig naar je hand zetten.)
Ook door de wol geverfde entrepreneurs kunnen zich stevig verkijken op de kansen van een nieuw mediaconcept. Nog maar drie jaar geleden mislukte John de Mols zender Talpa, ondanks een stal vol televisiesterren en een studio boordevol programmatalent. Bijna op hetzelfde moment startte de nieuwe praatzender Het Gesprek. Maar desalniettemin verklaren mediacracks Derk Sauer, Ruud Hendriks, Harry de Winter en Barend het mislukken van praatzender Het Gesprek met de erkenning dat ze onderschat hebben hoe moeilijk het is om een televisiezender te beginnen.

Waar begin je aan, als mediaondernemer wanneer zelfs deze grote jongens zich in hun vingers snijden?


Wat zich een beetje stad noemt, heeft tegenwoordig wel een tot broedplaats opgepimpt bedrijfsmonument . Er broeden vogels van allerlei pluimage. Maar je kunt er op rekenen dat er een paar internetbedrijfjes tussen zitten. Dat zijn de uitgeverijen van de toekomst. Hebben zij de vechtlust en het geluk om uit te groeien tot de uitdagers van Time Warner of van Google?
Uit alle verhalen rond deze sympathieke jonge honden blijkt wel dat het bikkelen is. De conjunctuur van de afgelopen tien jaar heeft zich gekenmerkt door enkele hoge toppen, maar vooral door gure diepe dalen. Het overgrote deel van die nieuwe-media-uitgeverijtjes is gedoemd tot een marginaal bestaan. Niet in de laatste plaats omdat Nederlandse creatieve werkers zich eigenlijk het lekkerste voelen in kleinschalige bedrijven. Dan ontbreekt de brandende ambitie om een global player te worden.


Toch kun je in de Quote 500 Junior van dit jaar zo'n 25 ondernemers jonger dan 40 jaar in de mediabranche tegenkomen. Bovenaan de lijst Michiel Mol, oprichter van Lost Boys (al vergaarde zijn vader eerder in de computersector het familiefortuin). Verder bijvoorbeeld televisieproducent Reinout Oerlemans van Eyeworks en internetondernemer en crossmediaonderzoeker Han de Groot van Metrixlab.
Echte global players zijn Bennie Eeftink en Peter Driessen (beiden op de Quote juniorlijst). Hun in 2001 opgerichte Hilversumse bedrijf Spill Group (nu Spil Games) stortte zich in 2004 op online spelletjes en werd in een paar jaar tijd uitgebouwd tot een wereldspeler in casual games, groter dan Disney. Met bijna 50 gamesites maandelijks meer dan 130 miljoen unieke bezoekers trekken, is dat alleen geluk? In Sprout vertelde Driessen een tijdje geleden dat ‘smart' ook een spelletje meespeelt: de marktpotentie zien van een domeinnaam als ‘Spelletjes.nl'. Het verdienmodel is vooral pre-rolling, het afspelen van een reclamefilmpje voordat de speler zijn spelletje kan starten. Daarnaast ontwikkelen ze branded games voor bekende merken. Maar interessant: ook de online verkoop van spelletjes genereert inkomsten. De kopers zijn vooral vrouwen!! Die Spelletjes.domeinen vervolgens ook overnemen in het buitenland (Frankrijk, Duitsland Spanje, UK) of zelf ontwikkelen in andere regio's (China). Daarvoor heb je kapitaal nodig. Zo kwam Joop van den Ende aan boord met zijn venture capital-vehikel Van den Ende & Deitmers Crossmedia Fund. Dat is groeistrategie. Met als doel: de wereld veroveren. Naast de meeste landen in Europa zit Spil Games nu in Canada, Zuid-Amerika en Azië met 49 lokale gamesites in 19 talen. Think global, act local.
Over de omzetcijfers wordt overigens behoorlijk schimmig gedaan. In Quote circuleert een omzet van € 15 miljoen per jaar. Da's misschien een mooi getal voor de Quote Junior 500. Maar vergelijk dat met de 3,4 miljard euro jaaromzet van uitgeefdino Wolters Kluwer. Die staat dan ook in een beter lijstje: de Fortune 500 grootste ondernemingen in de wereld.


Onderwerpen: Fortune 500, Quote 500 Junior, venture capital, verdienmodel.

25-08-2010 14:21 | 162 keer bekeken | schrijf reactie

De Padden op, de Lannen in

Een makkelijk apparaat voor onderweg. Daarvoor heb ik zo'n iPad aangeschaft in de Jan Modaal-versie. Dus alleen met Wi-Fi. "Want overal heb je wel Wi-Fi, denk je dan. "En 3G daar worden alleen de telecommers maar wijzer van."
Overal Wi-Fi klopt heel aardig. Zelfs als je vakantie viert en met je iPad het water op gaat. Op de meeste plekken waar je afmeert, detecteert mijn iPad wel een huis of gebouw met een Wi-Fi-LAN. Maar dan...Wie laat je binnen?

Dat valt dus vies tegen.

Ik moet bekennen dat het me al de grootste moeite kostte met mijn pad op mijn eigen afgeschermde thuisnetwerkje te komen. Als je de beveiliging uitschakelt is het makkelijk zat. Maar zo mag het niet. Zelfs wettelijk moet je je draadloze netwerk afschermen, wil je niet opdraaien voor het misbruik dat een passerende en slechtwillende downloader van jouw IP-nummer maakt.
Maar zie als alfa maar eens de toegangscode van je router op te snorren. Als je zoiets al vastlegt, dan zit dat in die grote schoenendoos met toegangscodes voor alles en nog wat waar je in je digitale bestaan een abonnement op heb, of hebt gehad, of waar de uitgever je de zoveelste wijzigingsbrief van heeft gestuurd. Diezelfde doos waarin ook je wachtwoorden en inlogcodes van je creditcards bewaart. Wachtwoorden die je braaf om de zoveel maanden creatief verandert omdat het systeem je daar, ‘voor je eigen veiligheid', toe dwingt.
Allemaal dingen waar je als consument helemaal niet mee lastig gevallen wilt worden.
In je vakantie beweeg je je per definitie in de rafelranden van de informatiesamenleving. ‘Weg van de dagelijkse hectiek'. Dat houdt juist in: losbreken uit alle netwerken die je stevig vastpinnen op jouw plekje in de samenleving. Maar je wil toch je dagelijkse krantje lezen. En ook wel graag een vakantie-ebook downloaden.

Dan wordt je dus zo'n man met spillebenen uit een korte broek, zenuwachtig zoekend naar een gelegenheid die zichzelf uitvent met ‘Free Wi-Fi !'. Maar daarvoor moet je dan wel weer een stadje opzoeken. En daar blijkt al meteen dat onze verzorgingsstaat nog lang niet af is. Want wie verwacht dat elke openbare gelegenheid toch wel is voorzien van een Wi-Fi-hotspot, die komt bedrogen uit. Zelfs de openbare bibliotheek verkoopt ‘nee'aan een iPadbezitter met hoge verbindingsnood. Zo kweek je digibeten, dames en heren bibliothecarissen! In Wi-Fi-land heerst het particuliere initiatief. De horeca heeft aardig in de smiezen dat je met een Wi-Fi-etiket op je raam allerlei nieuwe klanten trekt. McDonalds en La Place zijn er snel achter dat de kantoorloze zzp'er en de krantbeluste downloader blij binnenvallen, omdat hun uithangbord ook gratis internettoegang belooft.
En zo kom ik er dan eindelijk achter dat tussen die ruim 200.000 iPhone en iPad Apps - waarvan nu 20.000 specifiek voor de iPad- ook een Wi-Fi-Finder zit.
Handig hoor.

Ivm. de vakantieperiode verschijnt deze blog tot 25 augustus om de veertien dagen.


Onderwerpen: apps, bibliotheek, IPad, Wi-Fi.

11-08-2010 20:36 | 309 keer bekeken | schrijf reactie

Vals hondje

Een waakhond moet kunnen blaffen. En als een onbevoegde het erf betreedt, ja, dan gaat er een broekspijp aan flarden. Als waakhond van de vrije mededinging zet de NMa met zijn 20 miljoen boete voor Wegener de tandjes wel heel diep in het vlees. Temeer waar de vijf betrokken leidinggevenden persoonlijk voor een totaalbedrag van 1,3 miljoen het NMa-schip in gaan. Het gaat om een vermeend persmonopolie in Zeeuws-Vlaanderen door onrechtmatige samenwerking van Wegenerbladen BN/De Stem en de PZC.
NMa lijkt gekozen te hebben voor een makkelijk succesje. Want terwijl in tal van andere Nederlandse regio's al lange tijd sprake is van overheersing door één dagbladtitel, beloofde PZC-eigenaar Wegener (nu onderdeel van het Mecomconcern) in 2000 bij de overname van BN/De Stem dat beide kranten onafhankelijk zouden blijven. Na een klacht van een lezer startte de NMa vorig jaar een onderzoek en komt nu tot de conclusie dat de redacties en de commerciële afdelingen van beide titels verregaand geïntegreerd zijn. Let wel, we spreken hier over een dunbevolkt gebied waar BN/De Stem een oplage van 9000 kranten heeft en de PZC bijna 7.500. De twee titels bestaan nog, maar Wegener erkent dat er redactionele samenwerking is. Het concern ziet dit als een beslissing van de twee hoofdredacteuren die zich kunnen beroepen op hun redactiestatuut.
Ik heb geen medelijden met Wegener. Als die 20 miljoen er zijn moeten ze direct in het uitgeknepen verslaggeverscorps gestoken worden. Maar het spierballenvertoon van de NMa komt wel erg hypocriet over. Decennia lang hebben NMa-voorgangers verhinderd dat krantenbedrijven zich met omroep mochten bezighouden en zij hebben zich ook niet bekreund om het ontstaan van one-paper-cities. Als er in de 90-er jaren een toezichthouder was geweest die met dezelfde felheid de pluriformiteit had bewaakt, dan zouden er wellicht meer concurrerende titels per regio en per stad zijn overgebleven. Maar het is zeer de vraag of dat levenskrachtige bedrijven zouden zijn geweest. Met titels die op de advertentiemarkt belangrijke adverteerdersbudgetten aan zich zouden kunnen binden. Schaalgrootte geeft een medium ook overlevingskansen. We verwachten allemaal dat de dagbladsector nu eindelijk met crossmediale content de omslag weten te maken naar andere kanalen en jongere doelgroepen. Daar heb je wel enige financiële slagkracht voor nodig en een aantrekkelijk beursprofiel.
Zeeuws-Vlaanderen hoort bij Zeeland (ik zeg het maar even). Voor de 381.477 Zeeuwen is er naast BN/De Stem en de PZC ook nog Omroep Zeeland als volwassen journalistieke tegenhanger. Ook voor Zeeuws-Vlaanderen. En verder stuit je op een flinke handvol plaatselijke kranten en krantjes van De Bevelander tot The Domburg Times.
Ook in Zeeland zal het persconcentratievirus wel zijn tol eisen. Maar met de opkomst van de digitale media lijkt het er toch op dat waakhond NMa vooral naar schaduwen uit het verleden hapt.

Ivm. de vakantieperiode verschijnt deze blog tot 25 augustus om de veertien dagen. De volgende aflevering komt op 11 augustus.


Onderwerpen: NMa, persconcentraties, Wegener.

27-07-2010 10:37 | 358 keer bekeken | schrijf reactie

Mobiel & moraal (dus dit stukje kun je wel overslaan)

Heel soms zie je nog wel zo'n afgedankte koelkast bij het vuilnis staan. Dan knippert toch weer even die moraalspier ergens onderaan je maag: ‘uhuh, koelvloeistof met Cfk's, Al Gore, milieuvervuiling'. Als je zo'n ding koopt bij de witgoedboer krijg je als extra premie de zielenrust dat er goed en milieubewust voor je oude apparaat wordt gezorgd. Kost je een paar tientjes verwijderingsbijdrage, maar dan ben je toch weer mooi even de held van de cradle-to-cradle-beweging.


Intussen sta ik te trappelen om mijn eerste echte 'Hollandse' iPad af te halen. En zo trappelt vast de helft van de wereldbevolking. Alleen al Apples onderaannemers in Taiwan (met fabrieken in China) produceren nu bijna 2,4 miljoen iPads per maand -inderdaad: per maand- om aan al dat getrappel tegemoet te komen.


Heb ik me 1 seconde afgevraagd of dat apparaat onder fatsoenlijke arbeidsomstandigheden en zonder het milieu te belasten wordt gemaakt?

Mijn morele seconde is voorbij en een paar clicks verder weet ik nu dat milieugoeroe Al Gore ook in de Raad van Commissarissen zit bij Apple, dus dat zit wel goed. En Apple publiceert natuurlijk jaarlijks in een duurzaamheidsverslag hoe zijn onderaannemers omgaan met de arbeidswet en met milieunormen. Ook Steve Jobs (die we in deze blog hinderlijk volgen) neemt zijn maatschappelijke verantwoordelijkheid.
Zo rapporteert Jobs dat er in 2009 elf gevallen van kinderarbeid zijn geconstateerd en dat er tientallen schendingen van het Supplier Responsability-beleid zijn geweest, waar Apple tegen is opgetreden. Tsja, maar aan de andere kant van de toonbank staan wel al die klanten te trappelen om zo snel mogelijk hun iPad op te halen, dus rammen met die productie! En vervolgens snijden de krantenfoto's door je ziel, waarop handenwringende Chinese families de zelfmoorden bewenen van hun gezinsleden die het moordende productietempo in de iPadwerkplaats niet meer verdroegen.


Wij moeten Apple (en Microsoft, en Google, en Dell, en Samsung etc etc) dus heel goed bij de les houden om onze gretigheid zonder bloedvergieten te bevredigen. Het goede nieuws is, dat wij consumenten daar zo onze waakhonden voor hebben. Journalisten, die reportages maken over het bedrijf Foxconn in Shenzen, in de Chinese Pareldelta, waar de zelfmoordgolf plaats vond. En die schrijven over het arbeidersverzet dat nu in China ontluikt. En de NGO's als GoodElectronics en makeITfair, die Al Gore op de jaarvergadering aan de tand voelen en die met de electronicasector ‘makeITfair'-convenanten afsluiten.
Kunnen we toch met een goed gevoel naar de winkel.

Ivm. de vakantieperiode verschijnt deze blog tot 25 augustus om de veertien dagen. De volgende aflevering komt op 28 juli.


Onderwerpen: Al Gore, cradle-to-cradle, IPad, makeITfair, Steve Jobs.

14-07-2010 11:29 | 413 keer bekeken | schrijf reactie

Tabs, pads & boards

Steve Jobs heeft hem nog gekend: Mark Weiser de CTO van Xerox Palo Alto Research Centrum. Jobs dochter Lisa zong rockballad ‘Revolution' met drummer Marks ‘geek bandje' Severe Tire Damage. Weiser publiceerde in 1991 het beroemde artikel in the Scientific American ‘The Computer for the 21st Century'. Hij overleed in 1999 (een jaar na Lisa's optreden) maar de computerwetenschapper liet met deze publicatie een testament na dat richtinggevend werd voor de volgende generatie machine-ontwerpers.

Weiser classificeerde computers voor het eerst in de driedeling ‘tabs', ‘pads' en ‘boards'.

Wij herkennen daarin de huidige smartphones, iPad/netbooks en onze moderne wanddecoratie: de digitale televisieschermen. Weiser gaf de verschillende formaten een wat andere rol dan ze nu hebben. Tabs beschreef hij als de kleinste component van de virtuele wereld, een soort persoonsgebonden post-it, nu eens in de vorm van een intelligente badge, dan weer als jouw persoonlijke minischerm op te roepen op een willekeurig computerscherm in je nabijheid. Terwijl pads in zijn visie de rol van velletjes papier vervullen. Altijd en overal voorhanden, zonder specifieke functie, maar door de gebruiker voor van alles te benutten met directe toegang tot de gewenste content. Boards, formaat flipover, zouden dan een rol moeten vervullen in de communicatie-overdracht bij leersituaties of vergaderingen, beschrijfbaar doormiddel van een elektronisch krijtje, maar tegelijkertijd met de rol van boekenkast waaruit je naar willekeur artikelen of teksten kunt oproepen. Vandaag de dag doen onze ‘digiboards' in scholen en kantoren dit, met een voor wijlen Weiser onvoorstelbare multimediale kracht.
Maar Weiser had nog iets anders voorzien: deze tabs, pads en boards vormden onze interfaces met de intelligente bekleding die de samenleving in de 21ste eeuw zal aanbrengen over alle dingen in onze omgeving.

Alomtegenwoordige intelligentie als een teflonlaag over straten, gebouwen en interieurs.

Hij vergeleek dit al in 1988 met de manier waarop het schrift alomtegenwoordig is in onze maatschappij. Letters en tekens ‘bebakenen' je omgeving en zelfs je hele leven. Eigenlijk grotendeels zonder dat we het ons bewust zijn. Elektrotechniek heeft hetzelfde gedaan met elektromotoren, die nu onzichtbaar allerlei hulpmiddelen in beweging zetten. En digitalisering zal uiteindelijk onze totale materiële omgeving bezielen en verrijken met allerlei toegangspoorten tot driedimensionale virtuele werelden. "Als stof, huid en klei" werd later wel gezegd.

Als uitgever maakte ik rond de milleniumwisseling grapjes over toenmalig Wolters Kluwer-voorman Caf van Kempen, die al onze content wilde ‘granuleren'. Ontsluiten tot op de kleinst mogelijke eenheden. Een monnikenklus qua metadatering.
Maar hij had het visioen van Weiser wel goed begrepen. Wie als uitgever een rol wil spelen in de 21ste eeuw moet een onlosmakelijk onderdeel worden van het digitale weefsel dat over onze wereld wordt uitgespreid. Metadatering van multimediale content is dan de basis. Slim inbouwen van verdienmomenten een continuïteitsvoorwaarde. Maar het ‘draait' om het gevoel voor de gebruiker. Hoe gaan wij ons gedragen in een wereld die in vrijwel alles een verlengstuk is van onze eigen impulsen, ambities en sociale contacten.
Let maar goed op Steve Jobs. Hij heeft Weiser nog gekend.


Onderwerpen: Caf van Kempen, geek band, Lisa, Mark Weiser, Palo Alto, Revolution, Steve Jobs, ubiquitous computing.

07-07-2010 10:39 | 631 keer bekeken | schrijf reactie

Doe mee aan de wedstrijd

De makke van die 200 duizend applicaties van Apples AppStore is de overdaad.
Je voelt je als een Ossie in het Kaufhaus des Westens.

Als aanbieder heb je eigenlijk maar één optie: ‘Be good and tell it!'

Hoe je dat invult hangt af van je strategische behendigheid en van je budget. Zonder budget kan het ook, weet de guerrillamarketeer, maar zonder behendigheid lukt niets.
Een goede zet is je concept in te sturen voor een wedstrijd. Zo doen muzikanten het ook. Je leert er veel van en het vergroot je marketingvernuft.
Half juli sluit de inzenddatum van de Accenture Innovation Awards 2010. Een belangrijk podium voor innovators in de communicatie en mediasector. Overigens was de winnaar van vorig jaar, Layar de augmented reality browser voor de mobiele telefoon, op zichzelf zo spectaculair dat deze innovatie op eigen kracht al veel publiciteit kreeg.
Maar in het kielzog van Layar, profiteren ook minder bekende nieuwelingen als Paazl waarmee je na een aankoop je bezorgdienst kunt regelen of Ecobutton, de knop waarmee je energie bespaart op je device.

Consultant Accenture weet daarbij steeds uit het royale aanbod van inzendingen een verhelderend inzicht in trendveranderingen te destilleren.
Wat meteen opvalt is dat de printuitgevers tot nu toe vrijwel afwezig zijn in het deelnemersveld. Dat bestaat voor het merendeel uit innovatieve middelgrote softwarebedrijfjes en webbouwers. Bij de klassieke media stuit je wel een aantal keren op omroepen als NPS (met een gamesite voor het programma Klokhuis) en de KRO die in samenwerking met Beeld&Geluid archief een slimme publieksgame Waisda ontwierp om tv-beeld te metadateren.

Schuivende panelen

De trendveranderingen volgens Accenture:
Terugkijkend vanuit 2009 naar het voorafgaande jaar waren de trends (in consultancy Engels vanzelfsprekend):
1. Power in your hand (consumenten hebben veel applicaties binnen handbereik)
2. Big Money in Small Places (er valt met een focus op nichemarkten veel geld te verdienen op het web)
3. Organize yourself (organiseer je vele web/mobiele accounts en sociale net werken samen met je agenda)
4. Supporting Civil Engagement (Consumenten worden geholpen bij het maken van maatschappelijk verantwoorde keuzes zoals energiebesparing en donaties aan goede doelen)
Als je de voorgaande jaren 2007 en 2008 overziet dan tekent zich de ontwikkeling af van het ontdekken van nieuwe spelregels, zoals de introductie van crowdfunding door Sellaband, het afbreken van toetredingsbarriëres en het vieren van de nieuwe overdaad, naar de doorbraak van mobiele mediaconsumptie.
In de innovatietrends van 2009 zien we nu vooral de invloed van de kredietcrisis. Van overmoed naar inkeer. We gaan consolideren door het uitnutten van kleine markten, we gaan onze maatschappelijke verantwoordelijkheid nemen en we gaan orde scheppen in de oeverloze mogelijkheden.


Online media aanbieders en gebruikers worden stilletjes volwassen.


Onderwerpen: Innovatie, Innovation Awards, mediatrends, mobile apps.

29-06-2010 16:04 | 451 keer bekeken | schrijf reactie

Pluk Ze!

Wat kunnen journalisten toch mauwen over de tijd dat ze de directie met een schop onder hun kont van de redactie konden sturen. Als ze de tekenen van hun tijd hadden verstaan zouden ze die macht heus behouden hebben. Nu bombardeert de publieke omroep ons met spotjes die ons inprenten ‘dat de meerderheid van het Nederlandse publiek onafhankelijke journalistiek wenst'. De omroep vreest diepsnijdende bezuinigingen. Vergis ik me? Was het niet datzelfde publiek dat in het stemhokje iets anders wenste? Kortgeleden hield journalist Jan Tromp - voormalig adjunct-hoofdredacteur en correspondent in de Verenigde Staten van deVolkskrant- een lezing ter gelegenheid van het 10-jarig bestaan van de Master Journalistiek aan de Universiteit van Amsterdam (zelf noemde hij zijn tekst ‘gezeik'). Tromp: "Een paar jaar geleden moest je vrezen dat de onverschillige eigenaars de krant te gronde zouden brengen. Nu lijkt het erop dat we eigenaars hebben die zoveel van de krant houden dat ze de redactionele macht overnemen. Zeg zelf maar wat erger is."

Ja, de nieuwe mediabazen Derk Sauer, Christian van Thillo en David Montgomery hebben zoveel verstand van mediamerken, dat de journalistiek vreest door hen van tafel gespeeld te worden. "Zeg zelf maar wat erger is."

Wat erger is, is dat er zo weinig ondernemingsgeest te vinden is onder journalisten en programmamakers. Tromp somde zelf op waarom de journalistiek geen vuist kan maken: een vak zonder aanzien, meer lawaai dan inhoud, constant gekleineerd door een heel leger van spindoctors en voorlichters. Journalisten hadden zich zelf al jaren geleden opnieuw moeten uitvinden, maar zij zijn nauwelijks bereid tot vernieuwing of zelfreflectie, en tot het zoeken naar nieuwe verdienmodellen. Wel eisen ze van hun broodheren - de investeerder of de belastingbetaler- dat zij onbeperkt en ongestoord hun kunstje mogen opvoeren zoals ze dat al jaren gedaan hebben. Kranten maken nog winst, maar hun bereik kalft zienderogen af. Het publiek doet andere dingen, de muziek is naar huis en de adverteerders doen het licht uit. Ook Tromps collega-hoofdredacteur Pieter Broertjes bevestigde de wereldvreemdheid van zijn generatie journalisten door zich tijdens een adverteerdersbijeenkomst te beklagen dat adverteerders zijn krant links laten liggen. Nu de creatieven geen visie hebben op hun toekomst beslissen de eigenaren over de nieuwe strategie van hun titels. De Masteropleiding van Amsterdam zou eigenlijk een voorbeeld moeten nemen aan die van de University of Missouri School of Journalism. In 1994 (toen al!) lanceerde deze universiteit een crossmediaal platform Mediastorm dat indringende journalistieke docudrama's produceert met integratie van animatie, audio, video en indringende fotojournalistiek. Items van tien tot vijftien minuten, alsof ze gemaakt zijn voor de iPad. Dat is journalistiek die begrijpt dat je met emotie toegang krijgt tot het brein van je lezer/kijker/gebruiker. Zo kwamen innovatieve producties tot stand over huiselijk geweld, drugsverslaafden, seksueel geweld als terreurstrategie, het uithuwelijken van kinderen en tientallen andere onderwerpen voor allerlei typen zenders. Vaak gesponsord door particuliere organisaties of weldoeners als George Soros.

We kennen in ons land maar een paar van dat soort experimenten: de VPRO met ‘Een grote bruine envelop', natuurlijk ook het Beagle-project van dezelfde omroep. Dan is er nog het ‘Sochi-project, waarbij een paar ondernemende Nederlandse freelancers publieksfunding hebben georganiseerd voor een meerjarig journalistiek project in het Russische Sochi waar de Olympische Spelen van 2014 worden gehouden.
Ik zou zeggen ‘Pluk Ze!' Zo'n Nederlandse Mediastorm zou toch een aardige bestemming zijn voor een innovatiefonds waarin al die oud-PCM-managers hun onterecht ontvangen APAX-bonussen moeten storten.


Onderwerpen: APAX, crossmedia, crowd funding, Innovatie, IPad, Jan Tromp, Mediastorm, PCM.

22-06-2010 13:26 | 656 keer bekeken | schrijf reactie

Mythen over merken

Bestaat er één waarheid? Ja, voor religieuze fanaten wel. Maar niet voor uitgevers. Op een recent seminar zag ik dat zelfs de religieuze uitgever Kok uit Kampen werkt aan een mobiele app van Bijbelteksten (Refo500-project). Het merk ‘Bijbel' leent zich kennelijk goed voor allerlei crossmediale extensies. Van papyrusrollen, via kruiswegstaties, brandstapels en Cecil B. Demilles '10 Geboden' tot Pauspop en nu Bijbelse apps.

Maar niet elk mediamerk leent zich voor zo'n brede mix aan kanalen. Er zijn titel die het in meerdere kanalen uitstekend doen, zoals De Boerderij op tv, op internet en tal van andere spinoffs een hechte community bedient. Maar NRCtv, mag je toch geen succes noemen. En Volkskrant moet nu zelfs - met subsidiegeld - een sociale mediaredacteur aanstellen omdat 70 procent van de doelgroep de Volkskrant-website niet weet te vinden. Vergeefse moeite. Die doelgroep weet allang dat ze online en nu ook mobiel voor nieuws bij Nu.nl moeten zijn.

Een merk heeft blijkbaar in het ene kanaal een hele andere lading dan in het andere.

Dat is natuurlijk een groot nadeel als je een flink stuk van de adverteerderseuro wilt claimen. Want doelgroepen verspreiden zich over allerlei kanalen en adverteerders (en hun mediabureaus) zoeken breed bereik. Als je merk gebonden is aan één kanaal mis je veel geld.
Maar een man als Christian van Thillo laat zich toch niet weerhouden om zijn kranten mee te geven dat papier hun strijdperk is en dat zijn hun krachten niet moeten verspillen aan experimenten met andere mediakanalen. Liever een machtig merk in één kanaal dan crossmediaal meepruttelen ergens in het peloton.
Uitgeverijen die veel mediatypen overkoepelen zijn dan in het voordeel. Uitgeefconcerns kunnen bij adverteerders hun gecombineerde bereik claimen. Toen de STIR en de NOM vorig jaar een combinatie aangingen met hun bereikscijfers kon Sanoma trots roepen dat zij by far de grootste crossmediale uitgeverij zijn met een bereik van 91 procent. Let wel ‘crossmediale uitgeverij'. En niet ‘crossmediale merk'. Overigens een knappe prestatie om van het ‘Ministerie van Tijdschriften', dankzij de acquistitie van Ilse Media (sinds kort omgedoopt tot Sanoma Digital), ook zo'n sterke positie op te bouwen in andere genres. Volgens Paul Molenaar, de man die Ilse Media groot maakte, gaat het om een keuze tussen klant of merk. Het merk is sterk in het kanaal waarvoor het primair geschapen is. Er zijn maar weinig merken met een one-brand-fits-all-potentie. Soms vallen doelgroep en community samen.Zoals bij Autoweek. Wie dat blad koopt of zich erop abonneert heeft (even) meer met auto's dan de modale consument. Zo betrokken, dat je er in alle kanalen content over wilt vinden. Vaak is dat niet zo en kies een uitgever voor ‘de klant', ofwel ‘de community' die zich vormt rond een thema. Met crossmediale platforms waar meerdere merken input voor leveren. Dat kan dan gaan van ‘gezondheid' tot kleine niches als ‘schaken', onderwerpen waar je communities en diensten aan kunt koppelen. Zo heeft De Telegraaf zijn Autotelegraaf.nl. Een merk als NRC bindt niet de nieuwsjunks die elk moment van de dag via elk kanaal met tekst, foto, en video-reportages uitsluitend door de NRC bediend willen worden. Hooguit wil de doelgroep de krant wel lezen op verschillende digitale leesapparaten. Voor televisienieuws gaan ze wel naar de NOS. Maar verschillende NRC-rubrieken hebben wel fans die kunnen uitgroeien tot crossmediale communities, zoals cultuur de cultuurreizigers bindt, ‘Aan de wandel' de rustzoekende wandelaars en ‘Opinie&Debat' de spraakmakende intelligentsia.

Maar is dit nu de waarheid? Zit het merk vaak vastgeketend aan zijn oorspronkelijke kanaal, of kan het de overstap maken naar een kanalenmix met nieuwe media? Over een maand komt de iPad naar Nederland, de mediaklutser bij uitstek. Dat kan zomaar alle vaststaande waarheden op losse schroeven zetten. Want de Bijbel zal ook op de iPad wel weer een topper worden.


Onderwerpen: binding, community.

16-06-2010 11:55 | 422 keer bekeken | schrijf reactie

Waartoe ben ik op aarde?

In onze tijd is iedereen gedwongen zichzelf opnieuw uit te vinden als mediapersoonlijkheid. Toen televisie kwam moesten krant en bioscoop nadenken over hun kernfunctie. Toen dagbladen met weekendmagazines begonnen moesten opiniebladen zich beraden op hun reden van bestaan. Onze hele geschiedenis zit vol met dit soort transformaties. In de jaren '90 van de vorige eeuw koppelde CERN-onderzoeker Tim Berners-Lee HTML-pagina's aan elkaar tot het ‘World Wide Web'.

Maar nu is het persoonlijk.

We zijn nu zelf een medium. Zonder uitzondering zijn wij allemaal wandelende tweewegzendertjes geworden. Het heeft geen twintig jaar geduurd voordat internet volledig bezit van ons heeft genomen, en nu ook nog eens mobiel. Wat betekent het dat iedereen thuis en onderweg permanent met de hele wereld is verbonden? In deze chaotische mediademocratie moeten alle ‘klassieke' media hun ‘waartoe-ben-ik-op-aarde?' opnieuw overdenken. Dat nadenken moet beginnen met observeren. Het gadeslaan van mensen die helemaal gedachtenloos en vanzelfsprekend gebruik maken van alle middelen om zich te uiten of informatie en amusement op te halen. We leven nu met generaties die opgegroeid zijn met de expansie van het internet of die geboren zijn in een volledig be-netwerkte beleveniseconomie.

Een van de gevolgen is dat we overal om ons heen hypes zien ontstaan en weer uitdoven. Kinderen pesten elkaar sluw via chatboxen. Nieuwtjes vliegen rond zonder te wachten op autorisatie of weerwoord. Beleidsmaatregelen worden ondermijnd door desinformatiecampagnes. Verdienmodellen sneuvelen onder torrentsites. Maar ook worden autoritaire regeringen uitgedaagd door moedige maar ongrijpbare bloggers, kan sms plotselinge massademonstraties veroorzaken, zien we burgers machtsmisbruik en crimineel gedrag filmen en broadcasten, en creëert onbekend talent een eigen wereldpodium.
Je ziet nu overal een strijd ontbranden tussen autoriteiten en gevestigde belangen tegenover nieuwkomers op het mediatoneel en spontane gebruikerscommunities. De heiligen zitten heus niet altijd aan de kant van de internetvernieuwers. Leg maar eens uit dat het beschermen van copyrights een daad van verkalkte industrieën is wanneer dit opgehemelde ‘illegaal kopiëren' ten koste gaat van het inkomen van muzikanten, filmers en schrijvers. Verdedig maar waarom het rondstrooien van onbevestigde roddelberichten meer toekomst moet hebben dan het in stand houden van kostbare journalistenredacties die schiften tussen ‘waar' en ‘vals'. En wat is de winst van een rondzingende moddercampagne als deze vorm van meningsvrijheid onverdiend karaktermoord pleegt op moeizaam opgebouwde reputaties?

Nee, nieuwe media zijn niet per definitie ‘goed'. De aanpassing van de bestaande media aan deze nieuwe biotoop moet gepaard gaan met radicaal afbreken van bestaande zekerheden, maar zeker ook met sterk geloof in eigen kracht. Zoek uit hoe die nieuwe gebruikers hun eigen mediamix samenstellen en kruip in het gaatje dat ze voor jou creëren. Dien ze, en maak ze zo tot loyale volgelingen.


Onderwerpen: Tim Berners-Lee, Wold Wide Web.

10-06-2010 14:56 | 334 keer bekeken | schrijf reactie

Benarde Bonding

‘Bonding'.Zo'n raar dominee-Gremdaat-woord . Met lichte verbazing heb ik gezien hoe in de afgelopen jaren het vertrouwde woord ‘binding' uit, zeg maar, ‘lezer-blad-binding' in onbruik raakte. Steeds vaker nemen jonge uitgevers en marketeers nu het begrip ‘bonding'in de mond. Merkbinding werd zo merkbonding.
Met ‘bonding' kun je verschillende kanten uit. Ook zeer avontuurlijke. Van Dale houdt het op de uitleg: ‘het krijgen van een emotionele band'.
‘Bonding' hebben we met de moedermelk ingedronken. De moeder-kind-hechting is de sterkste intermenselijke relatie die er bestaat en voor vrijwel ieder van ons het fundament van onze identiteit. Zo'n hechting, willen uitgevers dát? Als je voortdurend op elkaars lip zit is dat niet erg bevorderlijk voor het toelaten van nieuwe informatie en het ontwikkelen van verfrissende inzichten.
Binnen hun eigen branche vormden uitgevers lange tijd een tamelijk gesloten en ietwat elitair bastion. Een geval van lichtelijk incestueuze bonding. Zeker toen De Nederlandse uitgeefwereld nog verkaveld was over drie dominante uitgeefhuizen: VNU, Elsevier, Wolters Kluwer, De toen nog bescheiden Perscombinatie, Wegener, de Telegraaf en de nog kleinere Weekbladpers opereerden in de schaduw van deze drie. De wereld was geruststellend plat (‘winst kun je plannen'..). Het omroepbestel was en is nauwelijks minder gesloten. Dat heeft er zeker toe bijgedragen dat de media-exploitanten in ons land zo'n moeite hebben gehad om de omslag naar internet te maken, toen de consumenten het nieuwe medium en de nieuwe contentaanbieders al lang omarmd hadden. Alleen de tijdschriftentak van VNU, verkocht aan het Finse Sanoma, slaagde erin met Ilse Media een vuist op internet te maken.

Toen Mamma eindelijk de luiken opende bleek de aarde ineens rond (‘waar komen al die whizzkids vandaan?')

Branchekoepel NUV liet eind 2007 door TNO een studie maken over de toekomst van het uitgeefbedrijf. TNO kwam terug met vier toekomstscenario's. In het kader van de verkleutering getooid met de etiketten ‘Massa Melissa', ‘Niche Nick', ‘Verbonden Vera' en ‘Locale Luca'. Scenario 1 Melissa: ‘business as usual' met fysieke producten tegen lage kosten. Scenario 2 Nick: ‘van niche naar common practice', succesvolle niches worden razendsnel vercommercialiseerd, de consument wil betalen voor gemak, waarheidsvinding en overzicht. Scenario 3 Vera: ‘alles onderling met elkaar uitwisselen' waarbij de consument zich laat leiden door medeconsumenten en liever zelf knipt en plakt, dan te betalen. En dan scenario 4 Luca: ‘oriëntatie op persoonlijke leefomgeving' waarin het draait om echtheid en authenticiteit en de consument wil betalen voor kwaliteit en human touch.

Als ik een gokje mag wagen zet ik in op een partijtje bonding met Vera.

Zien we niet een geweldig succes voor de dominante sociale netwerken op internet als Facebook, Hyves, Linkedin etcetera? Als je het aan de consument vraagt, vraagt die het liever aan een wat ervarener medegebruiker en haalt'ie z'n bestanden wel ergens gratis van internet. Dat is helemaal in lijn met het eigentijdse ‘netizen', waarbij we uit een veelheid aan losse relaties veel meer nieuws en informatie naar boven weten te krijgen dan uit die hechte ‘bonding'met betaalde titels van klassieke uitgeverijen.

Maar zal dat promiscue erop los flirten de internetgebruiker nog lang worden toegestaan? Of komt die potige Massa Melisse ons thuisbrengen en gaan we weer stevig aan de moederborst. Drinken kreng!


Onderwerpen: binding, bonding.

02-06-2010 12:44 | 460 keer bekeken | schrijf reactie

3e Wereld computer

Wat is de maakbaarheid van veranderingen toch ongrijpbaar. Nicholas Negroponte, de grote visionair en MIT-wetenschapper, beschreef in 1995 hoe optimistisch hij was over de opkomst van de digitale wereld. Bijna alles wat hij toen voorzag is uitgekomen. De mondialisering van de economie, de opkomst van de selfemployed kenniswerker en het verlies van vaste banen. Ja, ook de opkomst van het digitale vandalisme. Dít was de kern van zijn rooskleurige blik: ‘elke generatie zal digitaler zijn dan de voorafgaande. Daarom liggen de besturingsbits van de digitale toekomst meer dan ooit in handen van de jeugd'.

Yes we can!

Maar hoewel wij inmiddels vrijwel helemaal ‘digitaal leven', is Negropontes levenswerk One Laptop Per Child (OLPC) op een grote teleurstelling uitgelopen. Door elk kind in de ontwikkelingslanden van een laptop te voorzien zou de digitale wereld ‘hoop en waardigheid brengen op plaatsen waar er voorheen maar heel weinig van bestond'. Dat waren zijn woorden in 1995. In 2005 lanceerde hij OLPC waarmee hij jaarlijks 10 tot 20 miljoen gratis computers (met een kostprijs van 100 dollar) wilde verspreiden onder schoolkinderen in ontwikkelingslanden. Maar nu (2010) staat de teller van Negroponte pas op 1,4 miljoen kinderen in 35 landen. In de grote ontwikkelingslanden met iets meer economische kracht, zoals Brazilië, kwam het project nergens van de grond. Ondanks schitterende toezeggingen van de staatshoofden. Oorzaken? Door commerciële chaos. Door tegenwerking van Microsoft en andere computergiganten. En door de kredietcrisis.
Tamelijk onverwacht (serendipity!) hielp de onwikkeling van Negropontes goedkope en zuinige X0-laptop, andere computerproducenten in het zadel die nu dankzij zijn research goedkope netbooks op de markt konden brengen. Dit damestasjesmodel is inmiddels een heel gewild marktsegment.

Maar niet voor de kinderen in de Derde Wereld.

Nicholas gaat stug door, sadder and wiser. Hij gebruikt nu geen grote sponsors, maar individuele consumenten uit de rijke landen. Nu met een puur op crowd-funding gestoeld programma Give 1 Get 1 waarbij de kopers in rijke landen twee laptops tegelijkertijd aanschaffen, één voor henzelf en één voor een kind in een arm land.
Innovatie in mediabedrijven hoeft niet zo onvoorspelbaar te zijn. Je kunt de verschillende processen immers behoorlijk plannen en mensen aanspreken op hun rol in het geheel. Toch loopt het nog heel vaak mis. Meestal omdat de kosten of tijdsinvestering volledig uit de hand lopen. Of allebei. Ook doordat een innovatietraject geen harde prioriteit krijgt van de leiding. Aan goed marktonderzoek schort het ook vaak. Misschien ben je dan wel té navelstaarderig met je innovatie aan de slag gegaan. Bang dat de concurrentie er lucht van krijgt? Angst is je slechtste raadgever.
De winnaars zitten bij de bedrijven die het hele concurrentieveld omverwerpen doordat ze de spelregels naar hun hand weten te zetten. Zoals volksbankier Binckbank met zijn minimale marges alle gevestigde banken het nakijken gaf en vervolgens met Brand new day de verzekeraars een lesje leert. Of Steve Jobs, die met de iPod en zijn ‘pay-per-tune' iTunes-winkel de kwijnende muziekindustrie heeft overgenomen.
En nu brengt Jobs de wereld een heel nieuw apparaat: de iPad. Nu al een doorslaand succes in de VS . Vandaag kost dit multimedia-apparaat nog zo'n 400 dollar. Maar de wereldwijde opmars en daarmee de daling van de kostprijs moet nog beginnen. Straks elk Derde Wereld kind een gratis iPad?
Ook al heeft Nicholas het niet gedaan, de volkscomputer komt eraan!


Onderwerpen: Innovatie, IPad, Nicholas Negroponte.

25-05-2010 14:01 | 528 keer bekeken | schrijf reactie

Mizzi heeft de tijd

Revoluties lopen altijd anders dan de profeten voorspellen. Maar dat ik zo snel bevestigd zou worden in mijn verwachting dat de lezers de uitgevers digitaal inhalen had ik vorige week niet kunnen vermoeden.

Het fikkie werd onlangs nog opgestookt door een opiniestuk van Contact-directeur Mizzi van der Pluijm in de NRC. Zij betoogt dat ondanks de mediahype rond e-readers (zoals de iPad) uitgevers rustig de tijd kunnen nemen om de zaken rond het e-book te regelen. Zij kijkt naar de zeer beperkte afzet van e-book tot nu toe en ze baseert zich op het feit dat vooral 50-plussers zich manifesteren als afnemers van e-books. Van der Pluijm concludeert dat het mooi is als uitgevers en de boekenbranche over vijf jaar alle zaken rondom het e-book geregeld hebben.

 

Hoeveel medestanders zal Mizzi hebben?

 

Zij lijkt haar bezonken oordeel te baseren op de verkoopcijfers van Contact. Zo berichtte zij ruim een jaar geleden,dat ze van Renate Dorresteins bestseller ‘Echt Sexy’ tegenover 100 duizend gedrukte exemplaren, slecht 14 e-book-versies had verkocht. Maar het aardige van aardverschuivingen is dat niemand ze ziet aankomen. De e-reader-aardverschuiving komt dus uit de hoek van de 50-plussers. ‘Dat kan niet waar zijn’, redeneren mensen als Mizzi van der Pluijm, want ‘50-plussers veroorzaken geen revoluties’. Zij werd onlangs aardig op haar vingers getikt door een bibliotheekdirecteur die uitriep dat in zijn regio (Brabant) de e-readers en de uitleenlicenties voor e-books niet aan te slepen zijn. Inderdaad, voor 50-plussers…

Dat is maar een verwaarloosbare groep. Zij vormen slechts eenderde van de bevolking en groeien in aantal tot 2020 met 75 procent per jaar, tegen de 50-minners met 1 procent. Het is een groep die heel erg hecht aan ‘gemak’, en daar ook het geld voor heeft. En die graag zelf de leesbaarheid van teksten wil instellen. Kennelijk bedienen de uitgevers van het gedrukte woord deze groep heel slecht. Maar dat heeft geen haast.

Mijn bibliotheekdirecteur vertelt waar dat toe leidt: “De belangstelling is groot, (maar) voor een uitleenbaar e-book moet je als bibliotheek een licentie kopen die het e-book behandelt als een fysiek boek. Is het uitgeleend, dan is het niet meer beschikbaar. Onbestaanbaar voor een digitaal bestand en leg het maar eens aan je klanten uit”.

Intussen loopt de verkoop van de iPads in de VS stormachtig. Apple heeft de uitlevering naar andere grote markten moeten uitstellen. ‘Apple heeft een runaway hit’, schrijven de waarnemers. En het is vooral verrassend dat niet alleen de vaste kern van Apple-aanbidders de iPad omarmt, maar dat het ding juist ook bij mensen zonder Apple-genen goed aanslaat.

Van der Pluijm concludeerde uit de beschrijving die Steve Jobs bij zijn nieuwste gadget gaf, dat het lezen van teksten op de iPad niet zo’n hoge vlucht zou nemen. Jobs noemde het immers zelf niet bij de eerste gebruiksmogelijkheden. In de praktijk is de iPad voor de mensen die hem in handen krijgen meteen een hebbeding. En Steve Jobs gaat niet over het gebruik dat anderen van zijn uitvinding maken. Als hij dat al wilde beheersen, dan leert de praktijk dat mensen veel beter zijn in het bedenken van toepassingen dan uitvinders zelf.

Maar Mizzy van der Pluijm heeft alle tijd. Zij wel. Ach, en waarom ook niet?

In de 19e eeuw dwongen landbouwers af dat er een man met een rode vlag voor de trein (en later ook voor de auto) moest uitlopen omdat anders het vee zou schrikken.

De Industriële Revolutie is er tóch gekomen.



28-04-2010 12:21 | 581 keer bekeken | schrijf reactie

Nu of nooit

Op het recent gehouden iPadseminar voor uitgevers van Mediafacts stelde NRC-directeur Gert Jan Oelderik onomwonden, dat nieuws gratis ís en gratis zal blíjven. "Dat was al zo bij de dorpspomp", aldus Oelderik,"en internet is ook een dorpspomp". ‘Nieuws heeft pootjes', luidt de uitdrukking. Voor de nieuwsgaring laat de internetter graag de betaling aan de adverteerder over. Zeker op internet kunnen gebruikers allerlei wegen vinden om gratis in hun nieuwsbehoefte te voorzien. De krant is niet de brenger van het nieuws, maar de duider van het nieuws. Oelderik is van mening dat mensen wél bereid zijn te betalen voor de toelichting, de kleuring en de analyse van de nieuwsstroom. Hij vindt daarvoor steun bij de tienduizenden digitale kranten die hij dit jaar al verkocht heeft.

Wat is dát dan waard?


In het geval van de NRC 79 eurocent. Dat is de prijs van een digitale versie die je kunt downloaden voor alle mogelijke leesapparaten die op de markt zijn. Binnenkort ook voor de iPad. De prijs van een papieren krant steekt daar ineens duur bij af. Een los nummer kost door de week 1,80 euro en met een jaarabonnement op z'n minst 1,10 per nummer. Laten we voor het drukken en bezorgen nou eens 50 cent rekenen, dan levert je dat in twee jaar zo'n 300 euro op. Daarvoor kan je de overstapper van papier naar digitaal met een beetje slim inkopen een leuk leesapparaat aanbieden. Zo slijten ook de telecommers hun abonnementen, inclusief de mobieltjes. En het heeft ze geen windeieren gelegd. Oelderik zinspeelde al op zo'n scenario.
Jaren geleden is de president-directeur van een groot uitgeefconcern (Wolters Kluwer) de laan uitgestuurd omdat hij zijn klantgroepen wilde dwingen om hun vakinformatie digitaal af te nemen. Destijds was zo'n opgelegde overstap in uitgeefland een brug te ver.


Maar nu mag de krant z'n knopen tellen.

Óf zelf de digitalisering van het klantbestand ter hand nemen, óf dat overlaten aan andere partijen die zo slim zijn om een packagedeal van leesapparaten inclusief kranten te gaan aanbieden. Bol.com is er al mee bezig. En dan voor een prijs waarbij die krant als ‘gratis extra' over de toonbank gaat.
Nu zijn krantenkopers nog gewend aan de prijzen van gedrukte exemplaren. Dus nu heb je als dagbladuitgever nog de kans om bij dat prijsniveau de ruimte te vinden om de leesapparaten zelf massaal te introduceren en te koppelen aan jouw krantenmerk. Niet omdat gedrukt papier zal verdwijnen. Er zal nog heel lang, en in een of andere vorm (waarschijnlijk altijd), behoefte blijven aan lezen vanaf papier. Maar voor een actuele , dagelijkse krant zal papier snel te duur, de logistiek te gecompliceerd en de samenstelling te onhandig worden. En waarom zou een krantenlezer trouw blijven aan het dure geklepper van zijn brievenbus als hij om zich heen talloze andere mogelijkheden ziet om datzelfde product goedkoper en met meer gemak digitaal te lezen? Grote kans dat kranten door hun eigen lezers worden ingehaald.
Je kunt je zomaar samenwerkingsverbanden voorstellen, waarbij krantentitels gezamenlijk hun lezerspubliek migreren van papier naar ereaders. En hun druk- en verspreidorder gezamenlijk gecontroleerd afbouwen. Er wordt tegenwoordig gelukkig veel bijgepraat in krantenland.
Maar ach, waarom ineens zo uitpakken? Je kunt het natuurlijk gewoon aan de markt overlaten. Misschien is de krant toch maar een brave meneer.


Onderwerpen: businessmodellen, epaper, telecommodel.

20-04-2010 20:59 | 780 keer bekeken | schrijf reactie

Uitgeven in de deeltjesversneller

De injectienaald, die informatie inspuit in ons brein. De tabula rasa, het onbeschreven blad dat door de media wordt volgekliederd. Het bombardement aan informatieprikkels waaronder wij bezwijken. Er zijn veel metaforen over onze omgang met informatie. Steevast eindigt zo'n beschrijving in de ondergang van de menselijke soort. Onze zwakke hersenen moeten die vloedgolf van informatie tot een zinvol geheel ordenen en raken door uitputting gedegenereerd. In het fin de siècle van de 19e Eeuw schreef de arts Max Nordau daar het spraakmakende boek ‘Degeneratie' over (1892). Eind van onze vorige eeuw stonden de media weer bol van stukken over de ‘informatie overload'. Allerlei boeken en cursussen over Time Management zouden ons lot moeten verlichten. Maar was ons lot wel zo zwaar? Reclameprofessor Giep Franzen constateerde al in 1998 dat het zinnig is om je af te vragen wie eigenlijk de macht heeft over datgene wat gecommuniceerd wordt, de zender of de ontvanger? We hebben al die zenders namelijk allang hun lesje geleerd, dankzij de veelheid aan interactieve media waar we intussen over beschikken. "Mensen zijn (..) ervaren consumenten van reclame (lees, van informatie HP) geworden", schreef Franzen. "We beschikken nu over een heel scala van inzichten en modellen van de zelfstandige en actieve rol van de ontvanger bij de verwerking van informatie" Met andere woorden: wij mensen zijn intussen strenge meesters geworden over de toegang tot ons brein.

Je komt er niet zomaar in.

Want we kunnen je zappen, of we kunnen je selectief waarnemen, of we laten alleen maar beelden door, of we kappen je na een seconde genadeloos af. En als je ons niet helpt met een handig instrumentarium om je door te sturen, op te slaan, te twitteren of sociaal te netwerken, dan heb je maar bar weinig toekomst op de digitale snelweg. Filteren doen we tegenwoordig zelf. In de tijd van de drukpers vervulde díe de rol van filter. Schrijvers als Clay Sherky wijzen er op dat uitgevers die moesten investeren in duur drukwerk zich niet konden veroorloven om onverkoopbare boeken te drukken. Dus selecteerden zij, met een staf van specialisten, van te voren de informatie die gedrukt en op de markt gebracht kon worden. Die economische noodzaak is verdwenen. In het tijdperk van de flitscommunicatie willen we zelf in de cockpit zitten waar we informatie filteren, assembleren en distribueren in onze eigen netwerken. Net als curatoren in een museum die kunstwerken selecteren, bij elkaar hangen en toelichten, zijn wij onze eigen curatoren geworden die informatieatomen filteren, doorlaten, klonteren, herverpakken en weer verspreiden. Dat is de strekking van een geruchtmakend essay dat blogger Scobleizer afgelopen maart de wereld instuurde. Scobleizer is het pseudoniem van ‘techno evangelist', oud Microsoft-functionaris en Fast Company-medewerker Robert Scoble. Hij stempelt iedereen die deelneemt aan de informatiestroom tot ‘curator'. En nu struikel je in elke blog of presentatie over dit woord.Curators hebben real-time ‘trechters' nodig, voor het bewerken van al die instant rondschietende tweets, blogcitaten, fotos', youtube fragmenten etcetera etcetera. Scobe heeft die trechters omschreven in zijn essay ‘The Seven Needs of Real-Time Curators'. 't Gaat om: Bundelen van infodeeltjes, Rangorde aanbrengen, Herverspreiden, Redigeren, Updaten, Verrijken met interactieve apps, Gedrag van je publiek volgen (tracking). 'Real-Time Curation', het is net alsof je gaat uitgeven in de deeltjesversneller van onze atoomwetenschappers.
Pas maar op dat je hersens niet verweken.


Onderwerpen: curation, filters, Informatieverwerking, Robert Scoble.

13-04-2010 13:22 | 788 keer bekeken | schrijf reactie

Bron van inkomsten

PSV-marketeer Peter Kentie heeft het begrip in ons land geïntroduceerd: ‘source publishing', de bron gaat zelf zijn eigen content publiceren. In het geval van Kentie - sportmarketeer van het jaar 2008 en van oorsprong grafisch ontwerper - is de bron ‘het rood-wit-gevoel van zijn voetbalclub PSV'.
Clubliefde is een ijzersterke basis voor een community. En het is de ideale omgeving voor een crossmediamodel. Peter Kentie beschouwt zichzelf als de uitgever (van magazines tot tv-programma) voor een doelgroep die in leeftijd uiteenloopt van 0 jaar tot 98 jaar en die niet alleen de omvang heeft van de 30duizend seizoenkaarthouders die het Eindhovense PSV-stadion bevolken, maar eerder van de 600duizend mensen die zich maandelijks als unieke bezoekers melden bij de website van PSV. Eigenlijk begint het bij de 400 PSV-babies die jaarlijks met hun ouders en grootouders het voetbalstadion vullen voor de inmiddels traditionele Phoxybabyfoto: de letters PSV op de grasmat, uitgebeeld door honderden Maxi Cosi's. Het is de initiatie in de Phoxi-kidsclub met 24.500 leden van PSV (‘Ph' inplaats van ‘Foxy' vanwege de Philips-oorsprong). Weken waarin de merchandising op volle toeren draait, want de PSV-outfit begint met clubrompertjes, babyslofjes, petjes, sjaaltjes, en zelfs rood-witte zuigspeentjes.

Hoeveel clubliefde kan een uitgever aan?

Voetbalclubs zijn wel zo'n beetje de meest geknuffelde communities die we kennen. Het zou niet eerlijk zijn om alle voorbeelden van groepsgevoel af te meten aan het wij-gevoel van voetballiefhebbers. Maar dat wij-gevoel is op heel veel plekken te vinden. Ook de uitgever van Boerderij.nl (alles rond het boerenbedrijf, van de liefde in de hooiberg tot de prijzen van het zaaigoed) en de uitgever van Zoom ( alles over hobbyfotografie, van mooie fotoplekjes tot tot jaarlijkse drukbezochte fotografiebeurs) koesteren het wij-gevoel als dé gouden band tussen groep en merk. Communities waar de fans ook de actieve beoefenaren zijn, hebben gelukkig minder last van fans die hun hobby misbruiken voor wangedrag, zoals in de voetballerij.
Het lijkt wel of marketeers beter toegerust zijn om communities te faciliteren dan uitgevers. Uitgevers hebben nog steeds de neiging om zich meer te fixeren op het medium dat zij exploiteren dan op de doelgroep waarvóór zij dat doen. Zo hebben we ons als uitgevers ook georganiseerd: algemene boeken, kranten, tijdschriften, vakinformatie. En rondom dat oorspronkelijke medium, voegen uitgevers dan kraaltjes toe in de vorm van websites, webtv, magazines, e-books, apps. Nog steeds ‘productgericht'.
Marketeers redeneren veel commerciëler. Denken veel meer vanuit mogelijkheden om hun doelgroep te verbreden (babies!) en te exploiteren (extra betalen voor andere cameraposities van dat mooie doelpunt!). In de Adformatie van begin april stond een mooi citaat van een ex-Heineken-marketeer die schaamteloos communities beoordeelt op hun verdienpotentie: "Ajax, daar kun je echt veel geldomzet mee maken als je dat slim doet, en (ook) Nederlandse Ski Vereniging, Hyves en TMF". Maar zo commercieel als ze zijn, voegen marketeers misschien wel meer clubwaarde aan het leven van de fans toe dan de uitgevers die zich beperken tot het maken van een blaadje of het in de lucht houden van multimedia. Je exploiteert immers geen afzonderlijke media, maar je exploiteert een merk. En een merk moet je met liefde en vriendschap bouwen. Want dat merk belichaamt alles waar de groep voor staat.
De Leeuw mag niet in zijn hempie staan.

Zoals Peter Kentie al aangaf: groepsgevoel moet uit de community zelf opborrelen. De uitgever is de moeder van de groep. Blij met elk boertje van zijn clublid.


Onderwerpen: community, merken, social publishing.

06-04-2010 17:26 | 699 keer bekeken | schrijf reactie

Hardware or nowhere

Dezer dagen luidt de stelling dat de uitgevers een vuist moeten maken.'Ze moeten het digitale lezen in eigen hand houden. En ze moeten voorkomen dat één standaard de markt gaat domineren. Anders nemen de hardwareleveranciers het over, en die willen zoveel mogelijk apparaten wegzetten met content erop tegen de laagst mogelijke prijs.'

Hoe naïef kun je zijn?

Drie jaar geleden had je met deze opvatting hout kunnen snijden.
We hadden meteen op de Kindlefiets van Amazon kunnen springen of Bol.com kunnen paaien. Hadden als uitgevers gezamenlijk een digitale strategie met die partnesr kunnen uitzetten. Het publiek een betaalbaar en gebruiksvriendelijk apparaat kunnen voorschotelen waar snel meer functies aan werden gekoppeld. We hadden...
Amazon en Bol.com hebben het moeizame zaaiwerk opgeknapt. Uitgevers hebben voornamelijk de hakken in het zand gezet. Maar nu de leesapparaten ons om de oren vliegen en de eerste scheepsladingen van de Apple's iPad al onderweg zijn, is er voor uitgevers nog maar één uitweg. Schik je naar de grootste hardwareleveranciers. Kies voor die ene dominante standaard waarmee je helderheid schept voor het lezende publiek. En speel het spel behendig mee.
Moeten we steeds opnieuw het wiel uitvinden wanneer technologische innovaties de markt veranderen?
Nooit lag het primaat bij de contentmakers. Altijd waren de innovators machinebouwers.
Of het nu ging om drukkers, die persformaten dicteerden. Om televisiefabrikanten die met elkaar oorlogjes over PAL of NTSC-standaard uitvochten. Of neem de markt voor videorecorders. Daar liet Philips nuffig zijn V2000-systeem ten onder gaan omdat de heren uit Eindhoven geen pornofilms wilden verspreiden, terwijl de Japanse VHS-fabrikanten die schaamte allang voorbij waren. Dus wonnen ze dat oorlogje. Vul zelf de recente geschiedenis maar in: pc's met Microsoft's Windows, iPhone's MacOS X, nu tegen Google's Android smartphone.

Het is dus hardware or nowhere

En besef ook goed: het gaat niet over ‘lezen'. Het gaat over ‘multimedia'! Consumenten gebruiken media door elkaar: boeken, muziek, film, tijdschriften, nieuws, achtergronden, telefoon, sociale netwerken. We weten al twee decennia dat die convergeren. Heus, de mensen blijven ook nog wel van die media apart genieten, maar ‘crossmediaal' zal stap voor stap de harten van de consumenten veroveren. Want nu liggen die handige blenders in de winkel: alle media in één apparaat.
En dan willen we als uitgevers nu nog even een vuist maken? Nu op de valreep nog even de hardwareleveranciers onze tanden laten zien? Forget it!
Buig maar mee als een riet. Maak gebruik van de verdienmodellen die de hardwareleveranciers voor ons in de markt drukken. Sta niet te jammeren over prijsdumping als je zelf op internet niks beters hebt kunnen bedenken dan al je spullen gratis weggeven.

Ga nu als printuitgevers, met omroepproducenten, muziekindustrie en filmmakers om tafel.
Verover je publiek met hartverwarmende mediamerken. Maak vrienden! Heel veel vrienden!
Als je dan een A-merk hebt gebouwd en weer sterk staat, ga dan weer eens praten met de hardwarebobo's.
En onthou: "Speak softly, but carry a big stick".


Onderwerpen: Betalen voor content, businessmodellen, crossmedia, e-boeken, Innovatie.

30-03-2010 09:27 | 1131 keer bekeken | schrijf reactie

Passie is de motor

Wat een verleidelijke belofte: In de digitale wereld kan iedereen kan zender zijn!
Ja kán.
Als je een computer met een redelijke internetverbinding hebt ligt de wereld voor je open.Dus, wat lét je?
Je moet wel weten waar je aan begint hoor.
Regel 247 van De Maakbare Mens luidt: ‘WEEST VOLHARDEND, ENEN DAG VOLSTAAT NIET'.*
Voor zenden heb je frequentie nodig. Wie gaat je vinden en waar gaan ze je vinden?

Om te beginnen moet je attractief zijn voor een groep mensen. Laten we dat maar je ‘golflengte'noemen. Je golflengte verenigt de mensen die je publiek gaan vormen. De mensen die jij gaat leiden. Seth Godin zou zeggen: je ‘tribe'. Daar moet je dus eventjes over nadenken.

Maar bovenal gaat deze regel over ‘toewijding' (‘commitment' if you prefer English) Als publiceren gewoon je dagelijkse werk is, waar je elke maand een leuk CAO-loon voor krijgt, lijkt dat een makkie. Doorgaan met ademhalen , je nieuwtjes verzamelen en je (opinie) stukjes schrijven. Maar dat klinkt al een pietsie fletsig en dan is het meteen ook werk om je huiswerk te moeten doen. Dat steekt natuurlijk schraal af bij de gretigheid die je proeft bij blogs als iPadplanet, Frankwatching, Nico Dijkshoorn of Nalden. En bloggers zijn bloggers. Er is geen onderscheid tussen professionele bloggers en de amateurbloggers die je kunt vinden op Viva.nl, Spunk en Hyves. Want zoals Frank (Jansen)watching als oud-TNT-ér van z'n interesse z'n blog ging maken en Dijkshoorns talent wakker werd gekust door Big Brother, zo kan elk moment een volhouder opstaan, die puur op karakter van een incidenteel stukkie een regelmatig verschijnend medium weet te maken. Frequentie heeft zuigkracht. Voor een nieuwsbriefje dat nu en dan verschijnt of een column die met tussenpozen druppelt, moet je Madonna zijn of de Paus (Benedictus veroorzaakt zelfs met een weeë pastorale brief complete hysterie).

Toewijding is een kostbare gave die ons net als moederliefde liefst dagelijks, of een paar keer per week gegeven wordt. Als je een online mediamerkje wilt worden neem je eigenlijk de verzorging van een hele kudde Tamagotchi's op je. De Tamagotchi-generatie kan nog nachtmerries krijgen van de afhankelijkheid van deze virtuele wezentjes. Als je ze eenmaal tot leven hebt gewekt, gaan ze je al snel met hun gepiep achtervolgen. 't Zijn hongerige dieren die gevoed en geknuffeld willen worden. Een ongeïnteresseerde verzorger zit al snel met een nest valse en onwillige mormels. Maar als je zorg ontstaat vanuit een innerlijke drang, dan groeit je kudde als kool. Dus wat je ook bent, amateur of professional, als je een publiek aan je wilt binden moet je over dat bijzondere gen beschikken. 
Het gen dat ‘passie'heet.


Onderwerpen: bloggen, frequentie, passie, Seth Godin, tribe.

23-03-2010 12:11 | 1113 keer bekeken | 1 reactie

Hub Holland hub!

Van de week viel ik in een discussie tussen de gamers abbelsab en poeperdje over de vraag of glasvezel voordelen heeft boven de kabel.
Ik heb er de ballen verstand van. Maar deze internetters maken zich er terecht druk over. Want we jagen niet alleen in toenemende mate gigabites aan games over het internet. Maar daar komt nog eens een veelvoud aan bandbreedte verslindende films en en youtube videootjes bij. In de kortste keren staan alle kabeltjes roodgloeiend. Kan het misgaan?
Een paar jaar terug werd in Nederland de noodklok geluid over het dreigende gebrek aan bandbreedte. Het goede nieuws is dat ons land al vroeg aan de slag is gegaan met het aanleggen van glasvezelkabel. Maar dat is vooral een zaak van gemeenten en dus tamelijk verbrokkeld. Het slechte nieuws is dat de behoefte aan bandbreedte bij consumenten zo snel is gestegen dat die capaciteit ook weer snel opgesoupeerd wordt. Meer asfalt trekt meer verkeer. En de knelpunten zorgen voor opstoppingen. We hebben bijvoorbeeld wel een glazen wijkcentrale, maar naar ons huis loopt in de meeste gevallen nog een koperdraadje.

Is afknijpen is de oplossing?

Mobiliteit zit bij mensen ingebakken. Dat is met ons telecomverkeer niet anders. Hoe meer bandbreedte, hoe meer mogelijkheden, hoe meer hoe meer gebruikers. En de economie van onze informatiesamenleving vaart daar wel bij. Maar kunnen we dat bijbenen?
‘Nederland Breeeeeedbandland' is het nu het devies. Ja, een gidsland zullen we zijn! In de Randstad zitten we al klaar om naast goederenhub Rotterdam en passagiershub Schiphol ook de grootste content-aanvoerhaven van de wereld neer te zetten: onze eigen Dutch Media Hub. In 2018 moet Nederland het internationale knooppunt zijn voor opslag en distributie van digitale media in Europa (lees ik in het recent verschenen Immovator-jaarboek). Films, video, games, tv-uitzendingen uit heden en verleden. "Vanuit Nederland wordt alles efficiënt opgeslagen, vindbaar gemaakt en in topkwaliteit gedistribueerd." Als een Litouwer een Disneyfilm wil zien, bestelt zijn provider hem met flitssnelheid in Nederland. En vanuit de Dutch Media Hub leveren we die dan in HD-kwaliteit en in het juiste formaat aan de leverancier in Litouwen. En daarbij zorgen we ook nog voor de verrekening met de eigenaar van de content in de VS. In nanoseconden. Er loopt nu een pilot met Warner Brothers.

De grote schakelaar die in Amsterdam in de grond zit, kan een geweldige kans bieden voor klassieke en nieuwe contentmakers. Als uitgeverijen, omroepen, producenten en (mobiele) applicatiebouwers met een ondernemende geest onder de knie krijgen hoe ze met crossmediale producties downloadjunkies moeten bedienen. Want consumenten hebben hoge transmissiesnelheden nodig om al het leuks en leerzaams te kunnen doen dat ze op hun multimedia-apparaten aangeboden krijgen. Daarom wil de Europese Commissie dat heel Europa in 2013 breedband heeft met minstens 30 Megabite per seconde. In 2020 moet de helft van de Europese huishoudens beschikken over minimaal 100 Mbps. Neelie Kroes mag het gaan regelen. Tussen de Bosporus en de Noordkaap zal de komende jaren heel veel glasvezel de grond ingaan. Dat het glasvezelnetwerk zal kraken onder alle verkeersdrukte staat wel vast.
Toch knaagt er iets: in de rest van de wereld internetten mensen juist meer met een mobiele breedbandverbinding dan via een vaste verbinding. 640 Miljoen gebruikers doen het via mobiel en 490 miljoen gebruikers via een vaste aansluiting. Natuurlijk, dat heeft vaak alles te maken met slechte verbindingen in landen en continenten met ‘jonge' economieën. Dus is er een dikke kans dat de backbone van ‘hét www' straks vooral een mobiele en flexibele infrastructuur zal zijn. Met minder glas en minder graafwerk.
En dan zitten abbelsab en poeperdje weer mooi met een dilemma: vast of mobiel?


Onderwerpen: breedband, gamers, glasvezel, mediapark, Mobiel, mobiel netwerk, Neelie Kroes, vast netwerk.

16-03-2010 11:17 | 1545 keer bekeken | schrijf reactie

Sensuele letters

Toen NRC Handelsblad dit jaar de ‘ganzevoetjes' als z'n nieuwe logo introduceerde (ook voor NRC Next) zaten we plotseling middenin een eeuwenoude typografische traditie. Het ganzevoetje is het Franse aanhalingsteken ‘guillemet' > in dubbele uitvoering >>. De aaibaarheid van dat voetje heeft op mij een betoverende uitwerking. Letters hebben net zo'n eigen wezen als mensen.

Mijn letterleermeester is Gerard Unger, nu hoogleraar Typografie aan de kunstenfaculteit in Leiden. Ik heb Unger zo'n twintig jaar geleden meegemaakt toen ik voor Adformatie een restylingsteam mocht formeren met Gerard Unger, Paul Mertz en Joop Swart. Ja, van mijn toenmalige baas Cees Steur mocht een restyling wat kosten. Naast het bladontwerp tekende Unger ook een nieuwe masthead die nog steeds de voorpagina van Adformatie domineert. Hij bouwde voort op het ontwerp van de eerste Adformatie uit 1973 door Louis Swart. Omdat het blad uitpuilde van journalistiek reclamenieuws besloot Louis Swart destijds dat de titel dit ook grafisch moest uitbeelden. Hij brak gewoon de poot van de eerste letter af. Zo ontstond afgebroken A van Adformatie. Ik bid en smeek dat de huidige hoofdredactie en vormgeving deze brandstory in ere zullen houden.

Unger heeft wereldwijde roem vergaard met zijn verbetering en efficiency van de krantenletter, met name zijn letterfont ‘Swift' is door veel gerenommeerde kranten toegepast. En de Volkskrant gebruikt sinds 2006 zijn ‘Capitolium'. Toen ik met hem samenwerkte was Unger al een professoraal type. Maar als het over lezen op papier gaat kan hij losbarsten in pure lyriek: ‘Lezen houdt niet alleen je ogen bezig, maar ook je handen: met omslaan, strelen, vouwen of scheuren. Krant, tijdschrift, boek, bundel, formulier of vel worden met de handen opgenomen, geopend, gedraaid, doorgegeven. Zelfs een prop ervan maken (..)kan bevrediging schenken'. (Unger in zijn boek ‘Terwijl je leest')
Ik moet veel aan hem denken omdat 2010 het jaar van het elektronisch papier zou worden. Met een doorbraak van e-readers (zoals de iLiad van IREX) die het gevoel geven dat je van papier leest, dankzij elektrisch geladen wit/zwarte microcapsules zonder de achtergrondverlichting van gangbare computerschermen. Dat komt doordat deze schermen het papier reflecteren zoals papier dat doet. Met (bijna) dezelfde kijkhoek en -zoals bij een boek- met de leeslamp erboven als het te donker wordt.
Maar in plaats van het e-book, krijgen we het i-book. Eén letter verschil, maar een historische tweesprong. Want waarschijnlijk gaat het merendeel van de mensen boeken en kranten lezen op de multimediale schermen van de tablets die straks door Apple, Google en Microsoft op de markt geduwd worden.

De beleving van letters kan ook uitlopen op pure sensualiteit.
Voordat ik nu onder curatele wordt gesteld, wijs ik op de ruiten van de Amsterdamse kroegen. Café Het Papeneiland, Café Biljart Amstelvaart, Café Slijterij Oosterling (Anno 1877) zijn beschilderd met letters die wulps over het glas heen dartelen. Nog tientallen andere drankgelegenheden in Amsterdam en wijde omstreken, waar wij straks onze epaper lezen, zijn beschilderd met het Leo Beukeboom-font . In een special van het blad Creatie (uitgave Adformatiegroep) zijn het juist buitenlandse ontwerpers die opkomen voor deze handgeschilderde Amsterdamse belettering. Amsterdammers zijn er zo aan gewend, dat ze de schoonheid ervan niet meer zien. Letterschilder Beukeboom (66) zit na een beroerte thuis. Zijn werk is aan de heidenen overgeleverd.
Maar Beukebooms rembrandtieke letterfont is nu de ‘Geheimtip' van de internationale typografenwereld.


Onderwerpen: Digitaal papier, epaper, iLiad, IREX, Letterontwerpen.

09-03-2010 12:00 | 1128 keer bekeken | schrijf reactie

De Mobgeneratie raast binnen

Ruim tien jaar geleden verscheen het boek ‘Inside the Tornado'van Geoffrey Moore. Een spannende visie op marketing in het online-tijdperk. Moore opende onze ogen voor het inzicht dat de verkoop van een product niet het eind is, maar juist het begin. In Moore's tijd ging het om computers en software. Nu gaat het om mobiele ‘handhelds' en de applicaties voor die apparaten. De boodschap: als verkoper moet je een tornado teweeg zien te brengen waardoor jouw product tot in alle uithoeken verkrijgbaar is en massaal wordt aangeschaft. Als't moet gratis. Want het gaat om de vervolgaankopen.

‘Niks nieuws, gewoon koppelverkoop' zegt u. Mag zo zijn. Maar wie krijgt het voor elkaar om als een rattenvanger van Hamelen de hele muziekindustrie in zijn greep te krijgen? Daar heb je een wervelstormtaktiek voor nodig.
Onlangs verkocht Apple zijn 10 miljardste song online. Vandaag de dag verkoopt iTunes elke drie maanden een miljard songs. Na de introductie van de Appstore kostte het drie jaar om een miljard songs te verkopen, maar de verdubbeling naar twee miljard kwam al in het vierde jaar. De omzetstroom maalt steeds sneller. Het nieuwe verkoopmodel per song, voor een bedragje dat je niet voelt, heeft ook de verkoop van de iPhones met hun gemaksvriendelijke besturingsmodel opgestuwd. Apple heeft een tornado op pad gestuurd en de concurrentie is door de mobiele tsunami weggespoeld. Contentaanbieders profiteren ervan. We mogen gnuivend constateren dat de muziekhandelaren door de iPhone van van een illegaal downloadinfarct gered zijn. Maar het lijkt erop dat de mediasector net zo gretig houvast zoekt bij de strohalm van Steve Jobs.
NRC Handelsblad kon kortgeleden trots melden dat de krant al twee weken na de lancering van zijn iPhoneapp z'n 10 duizendste betaalde download kon registreren. eReaders.nl meldde ook dat de krant in diezelfde periode nog eens 12.500 epapers verkocht via verschillende andere ereader-apparaten. Conclusie van de NRC: ‘nog steeds zijn er mensen bereid om te betalen voor digitale content'.

Maar in het oog van de tornado heerst bedriegelijke rust

Terwijl de media-industrie op zijn grondvesten schudt, lijkt de rest van de samenleving onberoerd. Kijkonderzoek (SKO) vertelt dat in 2009 tvkijken in Nederland na slapen en werken nog steeds ‘stabiel' de belangrijkste tijdbesteding is, met gemiddeld drie uur en vier minuten per dag. TVkijken via internet (uitgesteld kijken) is daarbij met 1,6 procent van de kijktijd nog maar een dwerg. En al zo'n dertig jaar achtereen zijn wij consistent op jaarbasis zo'n duizend uur in de weer met media en ict.
Maar kijk-es-anders: wie klikt op tijdsbesteding.nl ziet, dat tvkijken krimpt en dat internet- en ict-gebruik groeit. TVkijken stabiel? Het vijfjaarlijkse SCP-onderzoek (over de periode 1975-2005) gaf over de laatste vijf jaar voor tv een trendbreuk te zien met een plotselinge afname van de kijktijd met een kleine twee uur per dag. Daarentegen steeg het ict-gebruik juist met twee uur. Bedenk daarbij dat ict pas in 1985 in de statistieken verscheen. Kan niet wachten op het volgende SCP rapport in 2011.


Wij schrijven mensen graag onveranderlijke gewoonten toe. En dus zijn we geneigd onszelf te blijven zien als tvverslaafde couchpotatoes. Maar mediagebruik heeft alles te maken met het aflossen van generaties. Generation Next, de internetjeugd, draait momenteel aan de knoppen en de wereld is al een stuk interactiever. Maar de naschoolseopvangkinderen (scrabblewoord) die in het nieuwe millennium van pa en ma een mobieltje kregen voor hun telefonische knuffel, zijn ook al bijna volwassen. Dat apparaatje was hun nanny. Die Mobgeneratie duimt zich nu naar de macht.
Daar komen ze aan. Als een tornado.


Onderwerpen: epaper, Geoffrey Moore, NRC, online marketing, Strategie, tijdbesteding.

02-03-2010 11:02 | 1358 keer bekeken | schrijf reactie

Zijn uitgevers nodig?

Doen we er eigenlijk nog wel toe?
Uitgevers zijn de boeman. Journalisten en programmamakers beklagen zich er al jaren over dat de redacties zo onbehoorlijk uitgekleed worden, dat er geen lol meer aan is om voor een uitgever te werken. Nog onlangs vertelde de Britse journalist Nick Davies - schrijver van het boek ‘Flat Earth News (Ned. vert. ‘Gebakken lucht') - aan een Nederlands publiek dat de toegenomen winstgerichtheid van eigenaren ertoe heeft geleid dat een journalist nu drie keer zoveel artikelen schrijft als in 1985. "Als je een journalist tijd afneemt, is het alsof je een timmerman zijn hamer afpakt." Journalisten hebben de tijd niet meer voor hun core business: zaken controleren, de waarheid brengen. Journalisten kiezen daardoor voor nieuws dat verkoopt in plaats van nieuws dat relevant is, "en het publiek heeft dat door", zegt Davies. Het zal hem dan ook niet verbazen als er over twintig of dertig jaar helemaal geen journalisten meer zijn.
 

Intussen groeit er een nieuw pact tussen onafhankelijke journalisten en lezers: crowd funded journalism. Buiten de uitgevers om. Crowd funding kennen we al een paar jaar van succesvolle webventures als Sellaband. Dat gaat zo: artiesten presenteren zich op Sellaband en verzamelen fans die via deze website geld doneren. Zo kan hun favoriete bandje voldoende kapitaal bijeen krijgen om onafhankelijk een muziekalbum te produceren. De sponsors delen in de opbrengst. Met dit model is bij Sellaband al 3 miljoen dollar over de tafel gegaan. (Eind februari 2010 struikelde Sellaband bijna over zijn eigen populariteit. De inleg was er wel, maar voor het produceren van de albums bleek zoveel geld nodig dat de marketing erbij inschoot. Nu is Sellaband in Duitse handen). 
Reporters en documentairemakers hebben deze crowd funding ook ontdekt. Als hobbyzeiler zocht ik kortgeleden informatie over plastic soep in de oceanen (kom ik nog wel eens op terug). Tot mijn verbazing vond ik een reportage van Lindsey Hoshow over ‘the Pacific garbage patch' met daarbij de mededeling: ‘Travel expenses were paid in part by readers of Spot.Us, a nonprofit Web project that supports freelance journalists.' Een kleine 1600 fans steunen op deze site, met individuele bijdragen van 20 dollar, kortlopende journalistieke researchprojecten met begrotingen die lopen van 700 tot 10.000 dollar. Zo bewaren journalisten hun onafhankelijkheid hoewel ze werken met geld van particulieren. Het voorbeeld van Spot.Us en het vergelijkbare Kickstarter.com inspireert ook Nederlanders. In het leuke journalistenvakblad ‘Villamedia' kon je onlangs lezen hoe twee ondernemende freelancers een vijf jaar durend reisproject in de Kaukasische regio rond Sochi (waar in 2014 de Olympische Winterspelen plaatsvinden) met microsponsoring van de grond krijgen. De 30 mille per jaar wordt bijeengebracht via hun site www.thesochiproject.org. Daar kiezen sponsors voor brons (10 euro per jaar), zilver (100 euro) of goud (1000 euro). Van de tot nu toe 264 deelnemers kozen er toch 8 voor goud. Het vak van journalist heeft voor lezers dus best economische waarde en levert zelfs fanclubs op voor researchprojecten.
Maar hebben uitgevers ook waarde?
Nou, voor journalisten wel. Want die willen tóch bereik! Zo verscheen het Pacific-verhaal niet (alleen) op een website voor sponsors, maar op de wijdverspreide en gezaghebbende Science-pagina's van de New York Times. Sponsors beklaagden zich er zelfs over dat het niet op de voorpagina stond. En ook de Sochi-expeditie streeft naar exposure in ‘de traditionele media'.

Met andere woorden: het zijn de uitgevers die de mediamerken moeten bouwen om journalisten een podium te geven voor hun verhalen. Dat in de afgelopen decennia in de directieburelen doel en middelen zijn verwisseld ( kapitaal vergaren om journalistieke producties mogelijk te maken en daarmee lezers te bedienen), omdat de redactiebudgetten ter wille van de beursnotering tot minder dan het minimum zijn uitgeknepen, wordt fijntjes door crowd funding gecorrigeerd.
Uitgevers zijn dus broodnodige ‘bereiksbouwers'. En ze zijn nu via hun oude en nieuwe kanalen naarstig op zoek naar hun eigen crowd funding.
Voor "weg met ons" is het nog even te vroeg.


Onderwerpen: Betalen voor content, crossmedia, crowd funding, Innovatie, media.

23-02-2010 11:41 | 1334 keer bekeken | schrijf reactie

McLuhans speelgoed

Wij hadden indertijd - in the Radio Days- een magisch kastje aan de muur: het radiodistributietoestel. Eerst was het een bruingebeitst houten geval met stretch stof over de luidspreker. Na een paar jaar kregen we het beige Philipsdesign uit de Bert Garthoff-dagen. Als je íets kunt zeggen over de veranderingen in het gezinsleven tussen pakweg 1950 en 2010 dan is het wel dat families steeds verder uit elkaar gedreven zijn.
Dat distributietoestel trok ons allemaal naar dezelfde hoek van de kamer. Alleen als je zowat ín de speaker kroop kon je echt genieten van Wim Sonneveld als ‘Willem Parel de Orgelman'. De oren van alle gezinsleden op een kluitje bij de radio. Hoorspelen (Paul Vlaanderen), quizzen ('t Hangt aan de muur en het tikt) en revues (De Bonte Dinsdagavondtrein) dat waren de genres die de radio tot het middelpunt van het gezin maakten. Toen de televisie zijn intrede deed kon iedereen al zijn eigen plekje in de huiskamer opzoeken. Daarna zijn we met onze draagbare toestellen over het hele huis verspreid geraakt, En met de komst van de desktop is elk lid van de woongroep (kan je nog van ‘gezin' spreken?) naar z'n eigen kamer gedreven.

Ieder medium heeft steeds zijn eigen taal uitgevonden, zijn eigen palet van mogelijkheden om een verhaal te vertellen. De gesproken brief (radio), de ‘western' (bioscoop), de column (krant), de sitcom (televisie), en nu de blogs (internet) en de apps (iPhone).
Het ambacht van de boekenuitgever, de radiomaker, de filmer, de bladenmaker, de dagbladjournalist, de tvprogrammamaker, de fotograaf, is het beheersen van een hele reeks verschillende genres binnen dat ene medium.

En toen kwamen de bytes.

De grote nivelleerder heeft niet alleen alle content overdraagbaar gemaakt van het ene medium naar het andere, ook de media zelf zijn gedigitaliseerd en vervangen door een representatie op een computerscherm. Laat dit even bezinken, dan zul je beseffen dat dit inzicht goed is voor eenzelfde ‘claim to fame' als destijds Marshall McLuhans motto "the medium is the message". Media zijn gevaarlijk speelgoed leert McLuhan: nieuwe media scheppen nieuwe mensen, nieuwe mensen scheppen nieuwe werelden.
Wat betekent het, dat we binnenkort op onze iPad (de Apple-naam wordt vast een soortnaam) met dezelfde vingerknip een boek van de plank nemen, een krant doorbladeren, een film bekijken, of onze email checken? Het betekent dat crossmedia wakker is gekust.. Het mediavak is voorgoed veranderd. Al deze verschillende media zijn voortaan ‘genres' geworden op een nieuw apparaat dat iedereen in z'n jaszak kan dragen.
Natuurlijk: die iBooks zijn ook op het scherm nog goed als boek herkenbaar, net als alle andere media, die ooit op papier werden gedrukt, of in vinyl gegroefd, of als ethergolven of op celluloid verspreid werden. Maar nu zijn ze virtueel, ze hebben geen bezorger nodig, je hoeft niet naar de winkel, je kunt al die media met zoektechnieken doorzoeken, je kunt bestanden audio,visueel en tekst combineren in en eigen document en eindeloos samplen en reproduceren. De iPad is een echte media'blender'. Tegelijkertijd kun je al die afzonderlijke media met hun vertrouwde pacing blijven consumeren. Maar wie nu van papier wil blijven moet scherp de bibliofiele wensen van een lezer bedienen. Wie een glossy blad wil blijven drukken moet dat volstoppen met beleving.
Elk medium blijft bestaan, maar onze relatie tot dat medium verandert. Zoals de relatie tussen twee beminden verandert wanneer er een derde in het spel komt.

En kan die iPad dan alsjeblieft weer een gezinsspeeltje worden? Lekker samen cocoonen op de sofa. Ach, daar zijn ze weer, de radio days.

        

 


Onderwerpen: crossmedia, e-boeken, media, nieuwe media, Radio Times.

16-02-2010 14:39 | 1175 keer bekeken | schrijf reactie

De mummie en de Mandarijn

De tycoon mummelt een beetje. In 2011 zal hij 80 jaar zijn. Maar oh, wat zou ik graag mummelen met de staat van dienst van Rupert Murdoch. Zijn imperium News Corporation bestiert hij sind 1954. Met een lokaal Australisch krantje en tv-station, dat hij van zijn vader erfde, veroverde hij achteenvolgens Australië, Groot-Brittannië de Verenigde Staten en Azië. Je kunt hem een schavuit noemen, want hij is er niet vies van om zijn kranten en tv-stations als politiek wapen in te zetten. Maar dat is het spel en zo zijn de regels. Als je tycoon bent.

Alleen steken er een paar zeurende nagels in Murdochs doodskist. Daar staan de namen op van Larry Page en Sergey Brin, de twee slimme Stanfordboys die in 1998 Google bedachten en die de zoekmachine volgens de nieuwe wetten van de interneteconomie gratis uitrolden over de hele wereld. "Zij stelen onze verhalen", lispelt de mummie. En hij kondigt aan dat hij de ‘contentkleptomanen en plagiaatplegers' met een hele batterij juristen te lijf zal gaan.

En Murdoch gaat nog verder: alle content van zijn kranten en tv-stations zal, op een inhoudsteaser na, achter een betaalmuur verdwijnen. "Dat zal tijd worden", roept zijn leeftijdgenoot Warren Buffett. Deze miljardair bijgenaamd ‘Het orakel van Omaha' kapittelt de uitgeefbranche omdat die sinds de opkomst van het internet te zelfgenoegzaam heeft gedacht dat het allemaal zo'n vaart niet zou lopen. Online gaven zij hun product gratis weg, terwijl ze er op papier geld voor bleven vragen. Als ze hun lezers eerder hadden opgevoed met de gewoonte dat je ook voor online content geld moet betalen, hadden ze nu kunnen beschikken over een geaccepteerd (verdien)model.

"As is verbrande turf", zei mijn moeder altijd. Het kan zomaar zijn dat Buffett en Murdoch bezig zijn de vorige oorlog uit te vechten.

Rupert heeft aardig wat politieke rellen op zijn naam staan, maar op dit terrein wordt hij toch grandioos verslagen door Google. Page en Brin veroorzaakten begin 2010 een culturele oorlog tussen het Westen en het Chinese imperium met hun beslissing om de Chinese Muur van Censuur rond de Chinese internetgebruikers aan te vallen (omdat Google zich onder dwang van de Chinese communistische partij uit China zou moeten terugtrekken, hebben de golden boys hun verzet maar een maand vol kunnen houden). Het Witte Huis steunde hun principiële stap en Hillary Clinton, de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, dikte dat nog eens aan met een internet freedom initiative dat botst met het beleid van de Chinese Mandarijnen.

Is dit nu de strijd van de giganten? Niet alleen in de economische loopgraven, maar zelfs op het diplomatieke strijdtoneel? Is het de strijd van de economie van het geld verdienen tegen de economie van het delen? De strijd van machtsmonopolies tegen the crowd, het miljardenleger van autonome internetgebruikers? Daar ziet het wel naar uit. Nog kort geleden waarschuwde cyberjurist Lawrence Lessig, de grondlegger van het auteursrechtensysteem Creative Commons, dat de grote mediaconcerns jacht maken op elke particulier die iets download of op sites als Hyves of Youtube plaatst waarbij hun auteursrechten in het geding kunnen zijn. Als is het maar een blooperfilmpje over de poes, waarbij op de achtergrond het tvtoestel toevallig Fox-nieuws of Sky heeft opstaan.

Hun wapen is een internationaal verdrag, het Anti-Counterfeiting Trade Agreement (ACTA). Dat, aldus Lessig, buitensporige actie tegen auteursrechtschendingen mogelijk maakt. Hij pleit voor een liberaler systeem waarbij makers ervoor kunnen kiezen om niet-commercieel gebruik van hun werk mogelijk te maken.

Toch, als ik eerlijk ben, deel ik het standpunt van Murdoch: laat de gebruiker voor content betalen. De verdedigers van de vrije internetrevolutie, zoals Guardian-hoofdredacteur Alan Rusbridger, zien voor zich dat de adverteerders al deze gratis content mogelijk zullen maken, omdat zij rabiaat op zoek zijn naar online bereik. Worden we daar dan warm van?

‘Gratis internet' bestaat dus niet. Murdoch was er snel mee klaar: "Bullshit!"


Onderwerpen: Betalen voor content, businessmodellen, Google, media.

09-02-2010 12:52 | 895 keer bekeken | schrijf reactie

De draagbare God

Steve Jobs van Apple doet met zijn iPad anno 2010 hetzelfde trucje dat Abraham Elsevier en zijn oom Bonaventura al rond 1600 bedachten. Je begint letters te gieten, dan heb je een drukkerij en vervolgens wil je die pers ook uitbaten. Dus ga je zelf uitgeven. En om een zo breed mogelijke verspreiding te krijgen maak je kleine boekjes die makkelijk draagbaar zijn en niet te duur in de aanschaf. Voilà, de iPad en het pocketboekje a la Bonaventura.

Vervolgens veroorzaakt dat een culturele revolutie, want kennis is draagbaar geworden. Of Bonaventura zich daarvan bewust was weten we niet, maar dat Steve Jobs het donders goed begrijpt hebben we de afgelopen maanden kunnen meemaken. Elke scheet rond de iPad -maandenlang getooid met de schuilnaam iSlate- was goed voor een stroom speculaties in de pers. Heb je tijd van leven, zet dan op 27 januari 2035 het woordje ‘iPad' in je agenda en wacht af.

Toen Elsevier in1580 in Leiden z'n drukkersbedrijf begon, was de uitvinding van de boekdrukkunst al dik een eeuw onderweg (‘Hello Gutenberg!'). Het werk van de drukker bevorderde de opkomst van de burgerij en de steden, en was goed voor een hele serie burgerlijke revoluties en de dood van God. ‘Wilt u ook een onsje Verlichting? Drukken we voor u.'

Als de ICT het equivalent is van de losse-letterdruk, en de komst van internet gelijk staat aan de groeiende macht van de drukkersgeslachten, dan reken ik het uitbreken van de smartphone-epidemie tot de evenknie van massapers. Zoals de kranten voor het eerst het volk een stem gaven, zo heeft de mobiele lifestyle wereldwijd ‘suckers' van allerlei rang en stand, uit de metropolen en uit de bush bush, in dezelfde virtuele ruimte gebracht. En daar is het nu een gekakel van jewelste.

Terug naar Steve Jobs: het gedoe rond zijn tablet-pc iPad is kenmerkend voor de groupies rond dominante mannetjes. Wie de macht van de leider vreest, begint zenuwachtig te wriemelen als het alphamannetje duidelijk zit te broeden op een plannetje. Zo heeft Microsoft's Steve Ballmer , toch lange tijd de topaap in ICT-land, begin 2010 razendsnel een tablet-pc gelanceerd die hetzelfde moet kunnen als de op dat moment nog in nevelen gehulde iPad. Muziek, spelletjes, boeken, kranten, tijdschriften. Alleen wordt niemand er warm van.

Een paar dagen daarna zagen we een monsterverbond rondom de succesvolle Kindle van Amazon. In een vlucht naar voren mocht Microsoft op zijn tablet, de Kindle-software van Amazon installeren, zodat we de e-books van Amazon niet langer op een Kindle hoeven te lezen. En begin januari heeft Amazon ook derden toegelaten op zijn Kindle-ontwikkelplatform. Bezitters van dat leesapparaat kunnen straks ook bij anderen hun e-books kopen. Maar jammer, ineens gaat het niet meer over e-books.

Waaruit bestaat die macht van de Apple topaap dan wel? Uit niets meer of minder dan ‘voeldoosjes met sex appeal'. Met de introductie van de iPod in 2001 heeft Jobs een wereldwijd publiek verleid om zich volledig uit te leveren aan de erotische magie van het Apple-design met z'n verslavende vingernavigatie. Dat hij daarvoor het tijdloze ontwerp van een oude Braun-radio heeft gepikt, maakt het alleen nog maar leuker. Mobiel internet is gelijk iPhone/iPad, is gelijk Apple. De andere rivalen Microsoft en Google zijn door Jobs succesvolle iPhone Appstore beschamend van het terrein gejaagd. Achter de struiken zinnen zij nu op een geniale tegenzet. Maar het publiek ligt weer smakkend voor het altaar van De Grote Ontwerper. Onze sexy tablet is ons IK. Alle content is plotseling mobiel. Ook video, ook de boeken, ook de kranten. En we zuigen de Apple-servers helemaal leeg.


2010 is niet het jaar van de doorbraak van het e-book, zoals we dachten, maar Het Jaar Dat De Mobiele Lijfstijl Doorbrak.




01-02-2010 11:24 | 648 keer bekeken | 2 reacties





?>