Profiel

Media en het verbonden leven

Henne Pauli (voormalig hoofdredacteur/uitgever van Adformatie) blogt wekelijks over de huidige positie van de media, innovaties, de veranderde houding van consumenten van de mobiele lifestyle en hoe je daar nou aan kunt verdienen.

Foto: Louis Engelman


Onderwerpen


Archief


2010

Media en het verbonden leven

Sensuele letters

Toen NRC Handelsblad dit jaar de ‘ganzevoetjes' als z'n nieuwe logo introduceerde (ook voor NRC Next) zaten we plotseling middenin een eeuwenoude typografische traditie. Het ganzevoetje is het Franse aanhalingsteken ‘guillemet' > in dubbele uitvoering >>. De aaibaarheid van dat voetje heeft op mij een betoverende uitwerking. Letters hebben net zo'n eigen wezen als mensen.

Mijn letterleermeester is Gerard Unger, nu hoogleraar Typografie aan de kunstenfaculteit in Leiden. Ik heb Unger zo'n twintig jaar geleden meegemaakt toen ik voor Adformatie een restylingsteam mocht formeren met Gerard Unger, Paul Mertz en Joop Swart. Ja, van mijn toenmalige baas Cees Steur mocht een restyling wat kosten. Naast het bladontwerp tekende Unger ook een nieuwe masthead die nog steeds de voorpagina van Adformatie domineert. Hij bouwde voort op het ontwerp van de eerste Adformatie uit 1973 door Louis Swart. Omdat het blad uitpuilde van journalistiek reclamenieuws besloot Louis Swart destijds dat de titel dit ook grafisch moest uitbeelden. Hij brak gewoon de poot van de eerste letter af. Zo ontstond afgebroken A van Adformatie. Ik bid en smeek dat de huidige hoofdredactie en vormgeving deze brandstory in ere zullen houden.

Unger heeft wereldwijde roem vergaard met zijn verbetering en efficiency van de krantenletter, met name zijn letterfont ‘Swift' is door veel gerenommeerde kranten toegepast. En de Volkskrant gebruikt sinds 2006 zijn ‘Capitolium'. Toen ik met hem samenwerkte was Unger al een professoraal type. Maar als het over lezen op papier gaat kan hij losbarsten in pure lyriek: ‘Lezen houdt niet alleen je ogen bezig, maar ook je handen: met omslaan, strelen, vouwen of scheuren. Krant, tijdschrift, boek, bundel, formulier of vel worden met de handen opgenomen, geopend, gedraaid, doorgegeven. Zelfs een prop ervan maken (..)kan bevrediging schenken'. (Unger in zijn boek ‘Terwijl je leest')
Ik moet veel aan hem denken omdat 2010 het jaar van het elektronisch papier zou worden. Met een doorbraak van e-readers (zoals de iLiad van IREX) die het gevoel geven dat je van papier leest, dankzij elektrisch geladen wit/zwarte microcapsules zonder de achtergrondverlichting van gangbare computerschermen. Dat komt doordat deze schermen het papier reflecteren zoals papier dat doet. Met (bijna) dezelfde kijkhoek en -zoals bij een boek- met de leeslamp erboven als het te donker wordt.
Maar in plaats van het e-book, krijgen we het i-book. Eén letter verschil, maar een historische tweesprong. Want waarschijnlijk gaat het merendeel van de mensen boeken en kranten lezen op de multimediale schermen van de tablets die straks door Apple, Google en Microsoft op de markt geduwd worden.

De beleving van letters kan ook uitlopen op pure sensualiteit.
Voordat ik nu onder curatele wordt gesteld, wijs ik op de ruiten van de Amsterdamse kroegen. Café Het Papeneiland, Café Biljart Amstelvaart, Café Slijterij Oosterling (Anno 1877) zijn beschilderd met letters die wulps over het glas heen dartelen. Nog tientallen andere drankgelegenheden in Amsterdam en wijde omstreken, waar wij straks onze epaper lezen, zijn beschilderd met het Leo Beukeboom-font . In een special van het blad Creatie (uitgave Adformatiegroep) zijn het juist buitenlandse ontwerpers die opkomen voor deze handgeschilderde Amsterdamse belettering. Amsterdammers zijn er zo aan gewend, dat ze de schoonheid ervan niet meer zien. Letterschilder Beukeboom (66) zit na een beroerte thuis. Zijn werk is aan de heidenen overgeleverd.
Maar Beukebooms rembrandtieke letterfont is nu de ‘Geheimtip' van de internationale typografenwereld.


Onderwerpen: Digitaal papier, epaper, iLiad, IREX, Letterontwerpen.

09-03-2010 12:00 | 57 keer bekeken | schrijf reactie

De Mobgeneratie raast binnen

Ruim tien jaar geleden verscheen het boek ‘Inside the Tornado'van Geoffrey Moore. Een spannende visie op marketing in het online-tijdperk. Moore opende onze ogen voor het inzicht dat de verkoop van een product niet het eind is, maar juist het begin. In Moore's tijd ging het om computers en software. Nu gaat het om mobiele ‘handhelds' en de applicaties voor die apparaten. De boodschap: als verkoper moet je een tornado teweeg zien te brengen waardoor jouw product tot in alle uithoeken verkrijgbaar is en massaal wordt aangeschaft. Als't moet gratis. Want het gaat om de vervolgaankopen.

‘Niks nieuws, gewoon koppelverkoop' zegt u. Mag zo zijn. Maar wie krijgt het voor elkaar om als een rattenvanger van Hamelen de hele muziekindustrie in zijn greep te krijgen? Daar heb je een wervelstormtaktiek voor nodig.
Onlangs verkocht Apple zijn 10 miljardste song online. Vandaag de dag verkoopt iTunes elke drie maanden een miljard songs. Na de introductie van de Appstore kostte het drie jaar om een miljard songs te verkopen, maar de verdubbeling naar twee miljard kwam al in het vierde jaar. De omzetstroom maalt steeds sneller. Het nieuwe verkoopmodel per song, voor een bedragje dat je niet voelt, heeft ook de verkoop van de iPhones met hun gemaksvriendelijke besturingsmodel opgestuwd. Apple heeft een tornado op pad gestuurd en de concurrentie is door de mobiele tsunami weggespoeld. Contentaanbieders profiteren ervan. We mogen gnuivend constateren dat de muziekhandelaren door de iPhone van van een illegaal downloadinfarct gered zijn. Maar het lijkt erop dat de mediasector net zo gretig houvast zoekt bij de strohalm van Steve Jobs.
NRC Handelsblad kon kortgeleden trots melden dat de krant al twee weken na de lancering van zijn iPhoneapp z'n 10 duizendste betaalde download kon registreren. eReaders.nl meldde ook dat de krant in diezelfde periode nog eens 12.500 epapers verkocht via verschillende andere ereader-apparaten. Conclusie van de NRC: ‘nog steeds zijn er mensen bereid om te betalen voor digitale content'.

Maar in het oog van de tornado heerst bedriegelijke rust

Terwijl de media-industrie op zijn grondvesten schudt, lijkt de rest van de samenleving onberoerd. Kijkonderzoek (SKO) vertelt dat in 2009 tvkijken in Nederland na slapen en werken nog steeds ‘stabiel' de belangrijkste tijdbesteding is, met gemiddeld drie uur en vier minuten per dag. TVkijken via internet (uitgesteld kijken) is daarbij met 1,6 procent van de kijktijd nog maar een dwerg. En al zo'n dertig jaar achtereen zijn wij consistent op jaarbasis zo'n duizend uur in de weer met media en ict.
Maar kijk-es-anders: wie klikt op tijdsbesteding.nl ziet, dat tvkijken krimpt en dat internet- en ict-gebruik groeit. TVkijken stabiel? Het vijfjaarlijkse SCP-onderzoek (over de periode 1975-2005) gaf over de laatste vijf jaar voor tv een trendbreuk te zien met een plotselinge afname van de kijktijd met een kleine twee uur per dag. Daarentegen steeg het ict-gebruik juist met twee uur. Bedenk daarbij dat ict pas in 1985 in de statistieken verscheen. Kan niet wachten op het volgende SCP rapport in 2011.


Wij schrijven mensen graag onveranderlijke gewoonten toe. En dus zijn we geneigd onszelf te blijven zien als tvverslaafde couchpotatoes. Maar mediagebruik heeft alles te maken met het aflossen van generaties. Generation Next, de internetjeugd, draait momenteel aan de knoppen en de wereld is al een stuk interactiever. Maar de naschoolseopvangkinderen (scrabblewoord) die in het nieuwe millennium van pa en ma een mobieltje kregen voor hun telefonische knuffel, zijn ook al bijna volwassen. Dat apparaatje was hun nanny. Die Mobgeneratie duimt zich nu naar de macht.
Daar komen ze aan. Als een tornado.


Onderwerpen: epaper, Geoffrey Moore, NRC, online marketing, Strategie, tijdbesteding.

02-03-2010 11:02 | 422 keer bekeken | schrijf reactie

Zijn uitgevers nodig?

Doen we er eigenlijk nog wel toe?
Uitgevers zijn de boeman. Journalisten en programmamakers beklagen zich er al jaren over dat de redacties zo onbehoorlijk uitgekleed worden, dat er geen lol meer aan is om voor een uitgever te werken. Nog onlangs vertelde de Britse journalist Nick Davies - schrijver van het boek ‘Flat Earth News (Ned. vert. ‘Gebakken lucht') - aan een Nederlands publiek dat de toegenomen winstgerichtheid van eigenaren ertoe heeft geleid dat een journalist nu drie keer zoveel artikelen schrijft als in 1985. "Als je een journalist tijd afneemt, is het alsof je een timmerman zijn hamer afpakt." Journalisten hebben de tijd niet meer voor hun core business: zaken controleren, de waarheid brengen. Journalisten kiezen daardoor voor nieuws dat verkoopt in plaats van nieuws dat relevant is, "en het publiek heeft dat door", zegt Davies. Het zal hem dan ook niet verbazen als er over twintig of dertig jaar helemaal geen journalisten meer zijn.
 

Intussen groeit er een nieuw pact tussen onafhankelijke journalisten en lezers: crowd funded journalism. Buiten de uitgevers om. Crowd funding kennen we al een paar jaar van succesvolle webventures als Sellaband. Dat gaat zo: artiesten presenteren zich op Sellaband en verzamelen fans die via deze website geld doneren. Zo kan hun favoriete bandje voldoende kapitaal bijeen krijgen om onafhankelijk een muziekalbum te produceren. De sponsors delen in de opbrengst. Met dit model is bij Sellaband al 3 miljoen dollar over de tafel gegaan. (Eind februari 2010 struikelde Sellaband bijna over zijn eigen populariteit. De inleg was er wel, maar voor het produceren van de albums bleek zoveel geld nodig dat de marketing erbij inschoot. Nu is Sellaband in Duitse handen). 
Reporters en documentairemakers hebben deze crowd funding ook ontdekt. Als hobbyzeiler zocht ik kortgeleden informatie over plastic soep in de oceanen (kom ik nog wel eens op terug). Tot mijn verbazing vond ik een reportage van Lindsey Hoshow over ‘the Pacific garbage patch' met daarbij de mededeling: ‘Travel expenses were paid in part by readers of Spot.Us, a nonprofit Web project that supports freelance journalists.' Een kleine 1600 fans steunen op deze site, met individuele bijdragen van 20 dollar, kortlopende journalistieke researchprojecten met begrotingen die lopen van 700 tot 10.000 dollar. Zo bewaren journalisten hun onafhankelijkheid hoewel ze werken met geld van particulieren. Het voorbeeld van Spot.Us en het vergelijkbare Kickstarter.com inspireert ook Nederlanders. In het leuke journalistenvakblad ‘Villamedia' kon je onlangs lezen hoe twee ondernemende freelancers een vijf jaar durend reisproject in de Kaukasische regio rond Sochi (waar in 2014 de Olympische Winterspelen plaatsvinden) met microsponsoring van de grond krijgen. De 30 mille per jaar wordt bijeengebracht via hun site www.thesochiproject.org. Daar kiezen sponsors voor brons (10 euro per jaar), zilver (100 euro) of goud (1000 euro). Van de tot nu toe 264 deelnemers kozen er toch 8 voor goud. Het vak van journalist heeft voor lezers dus best economische waarde en levert zelfs fanclubs op voor researchprojecten.
Maar hebben uitgevers ook waarde?
Nou, voor journalisten wel. Want die willen tóch bereik! Zo verscheen het Pacific-verhaal niet (alleen) op een website voor sponsors, maar op de wijdverspreide en gezaghebbende Science-pagina's van de New York Times. Sponsors beklaagden zich er zelfs over dat het niet op de voorpagina stond. En ook de Sochi-expeditie streeft naar exposure in ‘de traditionele media'.

Met andere woorden: het zijn de uitgevers die de mediamerken moeten bouwen om journalisten een podium te geven voor hun verhalen. Dat in de afgelopen decennia in de directieburelen doel en middelen zijn verwisseld ( kapitaal vergaren om journalistieke producties mogelijk te maken en daarmee lezers te bedienen), omdat de redactiebudgetten ter wille van de beursnotering tot minder dan het minimum zijn uitgeknepen, wordt fijntjes door crowd funding gecorrigeerd.
Uitgevers zijn dus broodnodige ‘bereiksbouwers'. En ze zijn nu via hun oude en nieuwe kanalen naarstig op zoek naar hun eigen crowd funding.
Voor "weg met ons" is het nog even te vroeg.


Onderwerpen: Betalen voor content, crossmedia, crowd funding, Innovatie, media.

23-02-2010 11:41 | 574 keer bekeken | schrijf reactie

McLuhans speelgoed

Wij hadden indertijd - in the Radio Days- een magisch kastje aan de muur: het radiodistributietoestel. Eerst was het een bruingebeitst houten geval met stretch stof over de luidspreker. Na een paar jaar kregen we het beige Philipsdesign uit de Bert Garthoff-dagen. Als je íets kunt zeggen over de veranderingen in het gezinsleven tussen pakweg 1950 en 2010 dan is het wel dat families steeds verder uit elkaar gedreven zijn.
Dat distributietoestel trok ons allemaal naar dezelfde hoek van de kamer. Alleen als je zowat ín de speaker kroop kon je echt genieten van Wim Sonneveld als ‘Willem Parel de Orgelman'. De oren van alle gezinsleden op een kluitje bij de radio. Hoorspelen (Paul Vlaanderen), quizzen ('t Hangt aan de muur en het tikt) en revues (De Bonte Dinsdagavondtrein) dat waren de genres die de radio tot het middelpunt van het gezin maakten. Toen de televisie zijn intrede deed kon iedereen al zijn eigen plekje in de huiskamer opzoeken. Daarna zijn we met onze draagbare toestellen over het hele huis verspreid geraakt, En met de komst van de desktop is elk lid van de woongroep (kan je nog van ‘gezin' spreken?) naar z'n eigen kamer gedreven.

Ieder medium heeft steeds zijn eigen taal uitgevonden, zijn eigen palet van mogelijkheden om een verhaal te vertellen. De gesproken brief (radio), de ‘western' (bioscoop), de column (krant), de sitcom (televisie), en nu de blogs (internet) en de apps (iPhone).
Het ambacht van de boekenuitgever, de radiomaker, de filmer, de bladenmaker, de dagbladjournalist, de tvprogrammamaker, de fotograaf, is het beheersen van een hele reeks verschillende genres binnen dat ene medium.

En toen kwamen de bytes.

De grote nivelleerder heeft niet alleen alle content overdraagbaar gemaakt van het ene medium naar het andere, ook de media zelf zijn gedigitaliseerd en vervangen door een representatie op een computerscherm. Laat dit even bezinken, dan zul je beseffen dat dit inzicht goed is voor eenzelfde ‘claim to fame' als destijds Marshall McLuhans motto "the medium is the message". Media zijn gevaarlijk speelgoed leert McLuhan: nieuwe media scheppen nieuwe mensen, nieuwe mensen scheppen nieuwe werelden.
Wat betekent het, dat we binnenkort op onze iPad (de Apple-naam wordt vast een soortnaam) met dezelfde vingerknip een boek van de plank nemen, een krant doorbladeren, een film bekijken, of onze email checken? Het betekent dat crossmedia wakker is gekust.. Het mediavak is voorgoed veranderd. Al deze verschillende media zijn voortaan ‘genres' geworden op een nieuw apparaat dat iedereen in z'n jaszak kan dragen.
Natuurlijk: die iBooks zijn ook op het scherm nog goed als boek herkenbaar, net als alle andere media, die ooit op papier werden gedrukt, of in vinyl gegroefd, of als ethergolven of op celluloid verspreid werden. Maar nu zijn ze virtueel, ze hebben geen bezorger nodig, je hoeft niet naar de winkel, je kunt al die media met zoektechnieken doorzoeken, je kunt bestanden audio,visueel en tekst combineren in en eigen document en eindeloos samplen en reproduceren. De iPad is een echte media'blender'. Tegelijkertijd kun je al die afzonderlijke media met hun vertrouwde pacing blijven consumeren. Maar wie nu van papier wil blijven moet scherp de bibliofiele wensen van een lezer bedienen. Wie een glossy blad wil blijven drukken moet dat volstoppen met beleving.
Elk medium blijft bestaan, maar onze relatie tot dat medium verandert. Zoals de relatie tussen twee beminden verandert wanneer er een derde in het spel komt.

En kan die iPad dan alsjeblieft weer een gezinsspeeltje worden? Lekker samen cocoonen op de sofa. Ach, daar zijn ze weer, de radio days.

        

 


Onderwerpen: crossmedia, e-boeken, media, nieuwe media, Radio Times.

16-02-2010 14:39 | 579 keer bekeken | schrijf reactie

De mummie en de Mandarijn

De tycoon mummelt een beetje. In 2011 zal hij 80 jaar zijn. Maar oh, wat zou ik graag mummelen met de staat van dienst van Rupert Murdoch. Zijn imperium News Corporation bestiert hij sind 1954. Met een lokaal Australisch krantje en tv-station, dat hij van zijn vader erfde, veroverde hij achteenvolgens Australië, Groot-Brittannië de Verenigde Staten en Azië. Je kunt hem een schavuit noemen, want hij is er niet vies van om zijn kranten en tv-stations als politiek wapen in te zetten. Maar dat is het spel en zo zijn de regels. Als je tycoon bent.

Alleen steken er een paar zeurende nagels in Murdochs doodskist. Daar staan de namen op van Larry Page en Sergey Brin, de twee slimme Stanfordboys die in 1998 Google bedachten en die de zoekmachine volgens de nieuwe wetten van de interneteconomie gratis uitrolden over de hele wereld. "Zij stelen onze verhalen", lispelt de mummie. En hij kondigt aan dat hij de ‘contentkleptomanen en plagiaatplegers' met een hele batterij juristen te lijf zal gaan.

En Murdoch gaat nog verder: alle content van zijn kranten en tv-stations zal, op een inhoudsteaser na, achter een betaalmuur verdwijnen. "Dat zal tijd worden", roept zijn leeftijdgenoot Warren Buffett. Deze miljardair bijgenaamd ‘Het orakel van Omaha' kapittelt de uitgeefbranche omdat die sinds de opkomst van het internet te zelfgenoegzaam heeft gedacht dat het allemaal zo'n vaart niet zou lopen. Online gaven zij hun product gratis weg, terwijl ze er op papier geld voor bleven vragen. Als ze hun lezers eerder hadden opgevoed met de gewoonte dat je ook voor online content geld moet betalen, hadden ze nu kunnen beschikken over een geaccepteerd (verdien)model.

"As is verbrande turf", zei mijn moeder altijd. Het kan zomaar zijn dat Buffett en Murdoch bezig zijn de vorige oorlog uit te vechten.

Rupert heeft aardig wat politieke rellen op zijn naam staan, maar op dit terrein wordt hij toch grandioos verslagen door Google. Page en Brin veroorzaakten begin 2010 een culturele oorlog tussen het Westen en het Chinese imperium met hun beslissing om de Chinese Muur van Censuur rond de Chinese internetgebruikers aan te vallen (omdat Google zich onder dwang van de Chinese communistische partij uit China zou moeten terugtrekken, hebben de golden boys hun verzet maar een maand vol kunnen houden). Het Witte Huis steunde hun principiële stap en Hillary Clinton, de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, dikte dat nog eens aan met een internet freedom initiative dat botst met het beleid van de Chinese Mandarijnen.

Is dit nu de strijd van de giganten? Niet alleen in de economische loopgraven, maar zelfs op het diplomatieke strijdtoneel? Is het de strijd van de economie van het geld verdienen tegen de economie van het delen? De strijd van machtsmonopolies tegen the crowd, het miljardenleger van autonome internetgebruikers? Daar ziet het wel naar uit. Nog kort geleden waarschuwde cyberjurist Lawrence Lessig, de grondlegger van het auteursrechtensysteem Creative Commons, dat de grote mediaconcerns jacht maken op elke particulier die iets download of op sites als Hyves of Youtube plaatst waarbij hun auteursrechten in het geding kunnen zijn. Als is het maar een blooperfilmpje over de poes, waarbij op de achtergrond het tvtoestel toevallig Fox-nieuws of Sky heeft opstaan.

Hun wapen is een internationaal verdrag, het Anti-Counterfeiting Trade Agreement (ACTA). Dat, aldus Lessig, buitensporige actie tegen auteursrechtschendingen mogelijk maakt. Hij pleit voor een liberaler systeem waarbij makers ervoor kunnen kiezen om niet-commercieel gebruik van hun werk mogelijk te maken.

Toch, als ik eerlijk ben, deel ik het standpunt van Murdoch: laat de gebruiker voor content betalen. De verdedigers van de vrije internetrevolutie, zoals Guardian-hoofdredacteur Alan Rusbridger, zien voor zich dat de adverteerders al deze gratis content mogelijk zullen maken, omdat zij rabiaat op zoek zijn naar online bereik. Worden we daar dan warm van?

‘Gratis internet' bestaat dus niet. Murdoch was er snel mee klaar: "Bullshit!"


Onderwerpen: Betalen voor content, businessmodellen, Google, media.

09-02-2010 12:52 | 511 keer bekeken | schrijf reactie

De draagbare God

Steve Jobs van Apple doet met zijn iPad anno 2010 hetzelfde trucje dat Abraham Elsevier en zijn oom Bonaventura al rond 1600 bedachten. Je begint letters te gieten, dan heb je een drukkerij en vervolgens wil je die pers ook uitbaten. Dus ga je zelf uitgeven. En om een zo breed mogelijke verspreiding te krijgen maak je kleine boekjes die makkelijk draagbaar zijn en niet te duur in de aanschaf. Voilà, de iPad en het pocketboekje a la Bonaventura.

Vervolgens veroorzaakt dat een culturele revolutie, want kennis is draagbaar geworden. Of Bonaventura zich daarvan bewust was weten we niet, maar dat Steve Jobs het donders goed begrijpt hebben we de afgelopen maanden kunnen meemaken. Elke scheet rond de iPad -maandenlang getooid met de schuilnaam iSlate- was goed voor een stroom speculaties in de pers. Heb je tijd van leven, zet dan op 27 januari 2035 het woordje ‘iPad' in je agenda en wacht af.

Toen Elsevier in1580 in Leiden z'n drukkersbedrijf begon, was de uitvinding van de boekdrukkunst al dik een eeuw onderweg (‘Hello Gutenberg!'). Het werk van de drukker bevorderde de opkomst van de burgerij en de steden, en was goed voor een hele serie burgerlijke revoluties en de dood van God. ‘Wilt u ook een onsje Verlichting? Drukken we voor u.'

Als de ICT het equivalent is van de losse-letterdruk, en de komst van internet gelijk staat aan de groeiende macht van de drukkersgeslachten, dan reken ik het uitbreken van de smartphone-epidemie tot de evenknie van massapers. Zoals de kranten voor het eerst het volk een stem gaven, zo heeft de mobiele lifestyle wereldwijd ‘suckers' van allerlei rang en stand, uit de metropolen en uit de bush bush, in dezelfde virtuele ruimte gebracht. En daar is het nu een gekakel van jewelste.

Terug naar Steve Jobs: het gedoe rond zijn tablet-pc iPad is kenmerkend voor de groupies rond dominante mannetjes. Wie de macht van de leider vreest, begint zenuwachtig te wriemelen als het alphamannetje duidelijk zit te broeden op een plannetje. Zo heeft Microsoft's Steve Ballmer , toch lange tijd de topaap in ICT-land, begin 2010 razendsnel een tablet-pc gelanceerd die hetzelfde moet kunnen als de op dat moment nog in nevelen gehulde iPad. Muziek, spelletjes, boeken, kranten, tijdschriften. Alleen wordt niemand er warm van.

Een paar dagen daarna zagen we een monsterverbond rondom de succesvolle Kindle van Amazon. In een vlucht naar voren mocht Microsoft op zijn tablet, de Kindle-software van Amazon installeren, zodat we de e-books van Amazon niet langer op een Kindle hoeven te lezen. En begin januari heeft Amazon ook derden toegelaten op zijn Kindle-ontwikkelplatform. Bezitters van dat leesapparaat kunnen straks ook bij anderen hun e-books kopen. Maar jammer, ineens gaat het niet meer over e-books.

Waaruit bestaat die macht van de Apple topaap dan wel? Uit niets meer of minder dan ‘voeldoosjes met sex appeal'. Met de introductie van de iPod in 2001 heeft Jobs een wereldwijd publiek verleid om zich volledig uit te leveren aan de erotische magie van het Apple-design met z'n verslavende vingernavigatie. Dat hij daarvoor het tijdloze ontwerp van een oude Braun-radio heeft gepikt, maakt het alleen nog maar leuker. Mobiel internet is gelijk iPhone/iPad, is gelijk Apple. De andere rivalen Microsoft en Google zijn door Jobs succesvolle iPhone Appstore beschamend van het terrein gejaagd. Achter de struiken zinnen zij nu op een geniale tegenzet. Maar het publiek ligt weer smakkend voor het altaar van De Grote Ontwerper. Onze sexy tablet is ons IK. Alle content is plotseling mobiel. Ook video, ook de boeken, ook de kranten. En we zuigen de Apple-servers helemaal leeg.


2010 is niet het jaar van de doorbraak van het e-book, zoals we dachten, maar Het Jaar Dat De Mobiele Lijfstijl Doorbrak.




01-02-2010 11:24 | 438 keer bekeken | 2 reacties

?>