Profiel
Archief
Reis naar de toekomst
Dag 6: Het nut van zes dagen Japan en Zuid-Korea
Vandaag SK Telecom en DMC Kyobo Bookstore bezocht. SK telecom heeft als mobiele operator ruim de helft van de Koreaanse markt voor mobiele handsets in handen. Het bedrijf had wereldwijd als eerste een kanaalonafhankelijke muziekportal ontwikkeld: meLon. Via een abonneevergoeding + betaling per 150 songs kan muziek worden beluisterd op TV, internet en mobiel.
Voor Zuid-Korea geldt net als bij Japan dat de mobiele handsets zijn uitgerust met vrijwel alle denkbare dataservices, waaronder mobiel bankieren en aandelen verhandelen, games en IP Video. Een andere service, op het gebied van social networking, is Cyworld. Meer dan 90% van de Koreanen tussen 21 en 29 jaar heeft een persoonlijke homepage op Cyworld. Wie verdient nu aan al die dataservices? Contenproviders krijgen een fee van 70% van de content-inkomsten en 30% wordt afgeroomd door SK Telecom. In Japan ligt deze verhouding op 90–10. Wellicht is dit de reden dat de mobiele telefoon in Japan naast het bellen (voice, 57%) meer wordt gebruikt voor dataservices (43%) dan in Zuid-Korea (30%). Het datagebruik van mobieltjes zal echter snel groeien. Door groei in bandbreedte zullen diensten als IP Video en muziek snel in een betere kwaliteit en hogere kwantiteit beschikbaar komen.
Trekken we de vergelijking door, dan blijkt dat de markt voor mobiel adverteren in Zuid-Korea ook minder ontwikkeld is dan in Japan; nog geen 1% van alle advertentiebestedingen gaan naar mobiel, maar de verwachting is dat early adapters als Coca Cola en enkele cosmeticamerken gauw worden gevolgd door meer partijen.
Van de mobiele telefoon naar de e-reader, want daarop worden vooralsnog de e-books gelezen. DMC Kyobo Book Centre is de grootste uitgever / distributeur in Zuid-Korea. De activiteiten van het digital contents team worden door de redacteuren van papieren tijdschriften met argusogen gevolgd aldus Sung Dae-Hun, manager van het Digital Contents team. ‘Diverse mensen in dit bedrijf zijn niet zo blij met ons. Als wij ons werk goed doen, heeft dat gevolgen voor papier.’ Dae-Hun werkt samen met het Koreaanse Samsung, de producent van de e-reader hardware. De software hiervoor ontwikkelt Kyobo zelf.
Tien jaar lang was het e-book een slechte markt, maar na de lancering van de Amazon Kindle is het medium aan een onstuimige opmars begonnen. Dae-Hun bedacht een origineel businessmodel. Hierbij levert de auteur of uitgever de content van een boek aan de distributeur, waarbij de latere inkomsten ongeveer gelijkelijk verdeeld worden. De distributeur maakt er een e-book van en verkoopt dit ofwel rechtstreeks aan consumenten dan wel via een reseller, die het e-book vervolgens weer aan de consument verkoopt. De reseller kan een portal zijn, maar ook een fysieke bookshop of een device company als Samsung. De verdeelsleutel van de inkomsten voor reseller en contentdistributeur is 3 versus 2. Een derde mogelijkheid is dat de contentdistributeur het e-book verkoopt aan een service provider als een school of een digitale bibliotheek.
In al deze gevallen is de uitgever binnen dit model minder belangrijk geworden ten gunste van de contentdistributeur. Dat het model voor Kyobo werkt, blijkt uit het feit dat alleen Kyobo al 60% van alle e-books in Zuid-Korea distribueert. De uitgevers in Zuid-Korea hebben kennelijk zitten slapen, anders hadden zij de regie over de e-book keten niet zo gemakkelijk uit handen laten nemen. Sterker, ze kunnen nog steeds papieren boeken scannen, verwerken tot e-book en zelf uitgeven.
Resteert na vijf werkdagen in Japan en Zuid –Korea de vraag wat de leerpunten zijn van de Dutch Mobile Media Study Tour. Dat is niet zo snel even te zeggen; zo hangt het bijvoorbeeld af van het soort uitgeefbedrijf waarvoor men werkt. Een wetenschappelijke uitgeverij heeft de transitie van offline naar online vaak al helemaal gemaakt, en is minder kwetsbaar wanneer men beschikt over unieke must have content. De boekenwereld daarentegen wordt momenteel helemaal opgeschud. De publiekstijdschriften en krantenuitgevers zullen hun op drift geraakte klanten overal en altijd moeten kunnen bereiken.
Al deze groepen uitgevers waren in deze studiereis vertegenwoordigd. Allemaal hebben ze in het Verre Oosten veel kennis en ideeën opgedaan bij collega-uitgevers, mobiele operators, brancheclubs en een technologisch instituut. In Nederland zullen zij daaraan opvolging geven en nieuwe plannen maken en uitwerken. Dat stelt de deelnemers aan deze studiereis uiteindelijk in staat om concurrentievoordelen te behalen. Voorzitter van het Nederlands Uitgeversverbond Geert Noorman vatte het in zijn rede voor de Koreaanse electronic-publishers association aldus samen: “Meer dan ooit zal het uitgeven bestaan uit het producten maken met de markt in plaats van voor de markt. We hebben geen antwoorden, maar het kennen van de belangrijke vragen en het weten welke keuzes er gemaakt moeten worden, daar gaat het om. Het uitgeven wordt de komende jaren heel interessant!”
Interessant wordt het tot slot ook morgenochtend, als we de gedemilitariseerde zone tussen Noord- en Zuid-Korea bezoeken. De moderne wereld en de wereld van communisme en barbarij worden sinds de Koreaanse oorlog in 1953 gescheiden door een strook niemandsland met wachttorens, prikkeldraad en ik weet niet wat nog meer. In tegenstelling tot de uitgeefwereld is hier geen sprake van convergentie, van vervagende grenzen. Hier ligt een keiharde grens.
PS Mijn dank gaat uit naar Martijn Koole (Uitgeverij de Tijdstroom). Martijn heeft samen met Judith Stalpers (Japan) een uitstekend en leerzaam programma over mobiele media in elkaar gezet. Beiden bedankt!
Dag 5: Revolutionaire bandbreedtetechniek op komst
Studiereisgenoot Hans van Velzen staat s’avonds in de lift van het hotel. Twee bewakers en een grote herdershond betreden eveneens de lift. ‘No pets allowed here’, grapt Hans. Norse blikken volgen. Een Engels sprekende man zonder gevoel voor humor legt uit dat het bewakers van de Deense premier Lars Lökke Rasmussen betreft.
Ik schrijf deze blog terwijl ik zojuist uit het café in de hotelkelder kom, alwaar veel deelnemers aan de studiereis over mobiele media zich nog bevinden. De sfeer zit er daar beneden goed in onder de massaal toegestroomde hotelgasten, met prettige live muziek en rijkelijk vloeiend bier: het verdienmodel van deze bar is even simpel als lucratief. Een geforceerd bruggetje brengt mij bij de uitgeverijsector: die zoekt vol overgave naar nieuwe verdienmodellen als antwoord op de digitalisering. Mensen consumeren steeds meer informatie online, en daar is het voor uitgevers moeilijk geld verdienen.
Dat dit niet alleen voor Nederland geldt, maar ook voor Zuid-Korea, is vandaag gebleken tijdens het middagbezoek aan een grote uitgeverij: JoongAng Multimedia Magazines & Books/Broadcasting. Men wil graag van ons weten of en hoe Nederlandse uitgeverijen online geld verdienen. “We zijn als uitgevers allen zoekende, maar we hebben nog geen businessmodel gevonden, noch voor boeken, noch voor tijdschriften,” aldus een groepslid. Geert Noorman (Nederlands Uitgeversverbond) denkt dat branding belangrijker wordt voor uitgevers, en dat zij hun content efficiënt moeten verdelen over de verschillende mediakanalen. Een krantenuitgever voegt daaraan toe dat uitgevers op basis van kennis van hun publiek extra diensten kunnen ontwikkelen, die soms niets met uitgeven te maken hebben, bijvoorbeeld groepsreizen.
Opvallend is het dat uitgeverij JoongAng zelf nog weinig heeft nagedacht over online verdienmodellen. Wel is het bedrijf actief in e-books en wordt dit jaar de eerste applicatie ontwikkeld voor de iPad van Apple, voor één van haar publiekstijdschriften.
Ronduit alarmerend vind men de opmars van de iPhone in Zuid-Korea. Dagelijks worden er 4000 van verkocht. De verwachting is dat het marktaandeel van de iPhone binnen een half jaar stijgt van 4% nu naar ruim 20%. Dat is evenveel als het martaandeel van alle Koreaanse handsets, en deze deden er vijf jaar over om een gezamenlijk marktaandeel van 20% te bereiken. “Wij zijn in shock door de snelle opmars van de iPhone. Niemand had dit verwacht. Koreaanse fabrikanten van mobieltjes zijn momenteel erg nerveus”, aldus strategic planning manager Yong Ho Ahn.
In een gezamenlijke strijd tegen Apple gaan Koreaanse mobiele operators een gezamenlijke appstore oprichten, terwijl de overheid subsidie verleent op apps die bij deze operators draaien. Een concrete eerste stap die JoongAng Multimedia Magazines & Publishers verder zet in het kader van een rendabel online verdienmodel, is het aanbieden van gratis navigatiediensten. Men hoopt dat adverteerders deze dienst ondersteunen, en men rekent op 24.000 bezoekers aan het eind van 2010.
Samenvattend geldt dat deze grote Koreaanse uitgever nog geen samenhangende visie heeft op uitgeven in het online tijdperk, terwijl de eerste experimenten hieromtrent worden gedaan.
Eerder op de dag hebben we 250 kilometer verderop ook het ETRI bezocht: het Electronics and Telecommunications Research Institute. Opmerkelijke bewering: vanuit Zuid-Korea komt binnen twee jaar een bandbreedte beschikbaar van 3,6 Gigabyte per seconde. Dat is dimensies meer dan de hoogste beschikbare bandbreedtes van dit moment. Het zou een revolutie in bandbreedtetechniek betekenen: alle capaciteitsproblemen op mobiele en andere netwerken zouden in één keer zijn opgelost. Het resultaat: feilloos doorkomende multimediale diensten naar de Koreaanse abonnees die gebruik maken van kabel- en kabelloze communicatie via heterogene netwerken, waaronder mobiele netwerken. Ook diensten zoals IP video en muziek, die momenteel door een hoge capaciteitsbelasting in hun ontwikkeling stagneren, komen dan probleemloos door.
Dag 4: De grenzen van tijd en ruimte doorbroken
Het eerste bezoek brengt ons bij Navitime, een contentprovider met location based services voor de mobiele telefoon. Juist hier kunnen we de weg eerst niet vinden, dat zul je altijd zien.
De data die Navitime in haar software verwerkt zijn van een ongelofelijk detailniveau. Zo is geen uitgang van een metrostation onbekend, en kun je ook daar niet meer verdwalen. In de navigatiesoftware zijn ook talrijke cross searching functionaliteiten verwerkt. Bent u op zoek naar een naburig restaurant? Verschillende opties met reistijden worden op de kaart weergegeven, inclusief reviews van mensen die er gedineerd hebben. Is de route verderop geblokkeerd door een ongeluk? Via een alert wordt een alternatieve route voorgesteld.
Natuurlijk vergt de hiervoor noodzakelijke verzameling van een immense hoeveelheid data, hoge investeringen. Gelukkig hebben de Japanse mobiele operators oog voor het belang van lange termijn samenwerking met contentproviders als Navitime. Door een contentfee van slechts 10% wordt het ondernemerschap gestimuleerd in plaats van de nek om gedraaid. Kom daar eens om in Nederland, waar mobiele operators van Navitime een absurde 50% vroegen. Lang leve de kortzichtigheid, maar zonder Navitime.
Nog meer grip op de omgeving dan via Navitime ontstaat er met Panoramio, zo ervaren we live tijdens de lunch. We kunnen onze ogen niet geloven. Met zijn mobiele telefoon scant meneer Iguchi, CEO van Tonchidot, zijn omgeving af. Na enkele seconden verschijnen allerlei beelden in postzegelformaat. Het blijken foto’s te zijn van mensen die eerder in deze omgeving zijn geweest, soms voorzien van gesproken commentaar. Allemachtig, wat gaan we als samenleving nog allemaal meemaken? Geert Noorman, voorzitter van het Nederland Uitgeversverbond: ‘Panoramio bestaat al twee jaar, maar deze toepassing heeft iets magisch, omdat je door muren kunt heen breken en de omgeving kunt afscannen tot twee straten verderop.’
Hoe werkt het dan? Noorman: je laadt foto’s op de plek waar je bent. Google plaatst ze op de coördinaten waar ze genomen zijn, en de foto zit eraan vast. Als mensen later in de buurt komen en de omgeving afscannen, worden de foto’s getoond met postzegeltjes. Klik je erop, dan heb je de foto duidelijk in beeld.’
Dus door zelf je foto’s en teksten te laden kun je jezelf projecteren in toekomstige belevingen op deze plek. Geert Noorman was here…
Weer nuchter en in de gewone werkelijkheid, met de mobieltjes veilig in de binnenzak, wandelen we naar het hoofdkantoor van Softbank, één van de grote mobiele operators in Japan. CTO Ted Matsumoto houdt een boeiend verhaal over de toekomst van mobiele media, waarover meer in Media Facts april. De volgende citaten wil ik u niet onthouden:
‘De mobiele telefoon kan de grootste retailer van de wereld worden. Dat hoeft niet het einde van winkels te betekenen; daar haal je dan alleen nog je spullen af.’
‘Mobiele content is voor elsewhere. Op het werk heb je de PC, thuis heb je alles. Maar onderschat niet hoe lang je op een dag elsewhere bent.’
‘De tablet is het beste van twee werelden: het ideale huwelijk tussen gedrukte magazines en de PC’
‘Toekomstig dataverkeer wordt 50 tot 100 keer zwaarder.’
‘In China moet je niet proberen games te verkopen, want stelen is daar een sport. Betaal je daarvoor, dan vindt men je een sukkel. Wat je moet doen is games gratis weggeven en ze in het spel de draak laten doden met een gouden zwaard. Daarvoor vraag je iedere keer 5 cent. Dat betalen ze nog wel. Vervolgens kunnen ze niet meer ophouden met spelen. Je moet de klant eerst verleiden, vervolgens gaan ze vanzelf betalen.’
Dag 3: triest nieuws over een kwaliteitskrant
Vandaag is het stropdassendag. We ontmoeten onder meer een CEO en een krantendirecteur. Verder beleven we een seminar ‘What’s next in mobiles’, gevolgd door een diner, beiden in de Nederlandse ambassade. Officiële ontmoetingen dus. De etiquette gebiedt ook dat het overhemd ‘niet te druk’ mag zijn. Sterker nog: egaal wit heeft de voorkeur. Het blijkt allemaal niet voor niets: later, in de avond, flitsen de camera’s van Japanse relaties als de dertien deelnemers aan de Dutch Mobile Media Study Tour als ware kabinetsleden worden gefotografeerd.
Het eerste bezoek van de ochtend is aan Dai Nippon Printing. Na de altijd formele visitekaartjesprocedure met buigingen en veel vertoon van respect, beginnen de presentaties. Dai Nippon Printing (DNP) is het tweede mediabedrijf van Japan met 380 miljoen euro winst op 13 miljard euro omzet. De crisis is ook overal! De voornaamste activiteiten zijn het drukken, uitgeven van e-books en het leveren van IT-dienstverlening aan 30.000 klanten, veelal uitgevers. DNP bewerkt content van uitgevers om deze te distribueren naar platforms zoals boekwinkels, webshops, PC en mobiel.
Interessant voor met name de Nederlandse boekensector is de informatie van dochterbedrijf Mobile book jp. Men digitaliseert boeken in opdracht van uitgevers. Deze worden via webshops of bijvoorbeeld de website van de uitgever verkocht. Ze worden gelezen op diverse platforms. De meeste auteurs ontvangen een royalty van 10 tot 15% van de verkoopprijs, de populairste auteurs ontvangen meer. De vraag welk deel de uitgever ontvangt blijft onbeantwoord. Japanners kunnen als het moet vriendelijk glimlachen en zwijgen. Maar ze zijn ook echt aardig hoor, geen misverstand. Een andere gevoelige vraag - die over de rol van de boekverkoper bij de verkoop van e-books - wordt overigens wel beantwoord: ‘Ah, good question!’ Voor de fysieke boekverkoper ziet DNP daarbij eigenlijk geen substantiële rol meer weggelegd.
Mobiel blijkt in Japan momenteel de cashcow voor e-books. Waar DNP de omzet van boekverkopen voor de PC sinds 2007 zag teruglopen naar 40 miljoen euro, daar steeg de verkoop van boeken voor het kleine mobiele formaat explosief: van 0 naar 90 miljoen euro tussen 2003 en 2006, en vervolgens door naar 300 miljoen euro over 2008. Literaire boeken, romans en porno worden echter vooral op de PC gelezen, vaak door mannen van rond dertig jaar. De zeer populaire Japanse Manga (komische verhalen met typische karakters) en liefdesverhalen worden massaal op de mobiele telefoon gelezen, ditmaal in 70% van de gevallen door vrouwen van 15 tot 30 jaar.
Van de boeken gaan we naar de papieren krant. Nog altijd een instituut, een bastion van journalistieke kwaliteit. We bezoeken de tweede krant van Japan, Asahi Shimbun. Ooit had deze dame van 133 jaar 8 miljoen abonnees en anderhalf miljard euro aan advertentie-inkomsten. De laatste 10 jaar daalden het aantal abonnees naar 6,5 miljoen en de advertentie-inkomsten met 10% per jaar, naar 750 miljoen euro in 2009. Voor het eerst in haar geschiedenis boekte deze kwaliteitskrant vorig jaar verlies. Er werden wel wat journalisten ontslagen, maar veel had dat niet om het lijf. Nog steeds beschikt Asahi Shimbun over 2400 reporters en 77.500 medewerkers, bezorgers meegerekend. Overigens verschijnt de krant tweemaal daags en wordt hij thuis bezorgd.
Het relaas van Yoichi Sato, het hoofd van het digitale content center, valt op door een merkwaardig soort afstandelijkheid. Neem de vraag of zijn krant in de toekomst nog wel kan voortbestaan. ‘Oh yes, for another ten years or so.’ Sato vervolgt dat de veertigplussers van nu misschien wel tot hun tachtigste de krant blijven lezen. Daarna zal het lezen van de papieren krant ‘voorgoed voorbij’ zijn, aldus Sato. Hij gelooft niet dat de jongere generaties - die in Japan volledig gedigitaliseerd zijn - ooit nog zullen hunkeren naar nieuws op papier.
Over hoe bij Asahi Shimbun wordt ingespeeld op de digitalisering, leest u in de april-editie van het vakblad Media Facts. Daarin ook de afdronk van het seminar ‘What’s next in mobiles’.
Morgen volgen twee sessies, waaronder één over social augmented reality, waarna we van Tokio naar Seoul vliegen. Daar vervolgen wij de Dutch Mobile Media Study Tour. Bij een goede internetverbinding geldt dus: tot morgen! In het land met het snelste internet ter wereld moet dat kunnen.
Arigato voor uw aandacht!
Dag 2: Verslaafdheid aan mobieltjes
Nederland staat deels nog aan de vooravond van een doorbraak in het multifunctionele gebruik van de mobiele 'telefoon'. Wilt u weten wat die doorbraak inhoudt, dan is Japan de place to be. Het land heeft een tienjarige leercurve in mobiele media doorlopen. Hier ontstond in 2001 ‘3G’, ofwel mobiel breedband internet.
Maandagmorgen half negen zetten we ons schrap voor een ‘opening briefing with in-depth analysis of the Japanese mobile phone market’. Kei Shimada, CEO van Infinita bijt het spits af. Infinita ontwikkelt diensten voor mobiele operators, adviseert en doet marktonderzoek. We worden overladen door cijfers en trends over zowel de mobiele infrastructuur als het gebruik van de mobiele telefoon in Japan. Wat is ons voorland?
Eerst wat overdenkingen over de mobiele infrastructuur. Het mag saai lijken, zoiets vormt wel een belangrijke randvoorwaarde voor de groei van mobiele media. De Japanners hebben die mobiele infrastructuur veel slimmer en beter geregeld dan wij in het stroperige, besluiteloze en trage West-Europa. Drie krachtige mobiele operators vormen de spil tussen de a) fabrikanten - , b) de verkopers van mobiele telefoons en c) de leveranciers van content, waaronder de uitgevers. Deze partijen werken doorgaans gedisciplineerd samen, met de lange termijn als horizon. Dit overzichtelijke systeem heeft - let wel - betrekking op de gewone mobiele telefoons. Deze hebben in Japan echter zoveel features dat ze bijna alles kunnen wat smartphones als de iPhone ook kunnen. Toch zijn er ook in Japan al 3 miljoen iPhones verkocht op een totaal van 109 miljoen mobieltjes en 126 miljoen Japanners.
Naast die heldere basisstructuur worden Japanse investeringen in 'mobiel' bevorderd door het feit dat de kosten per hoofd van de bevolking voor mobiel breedbandinternet (3G) op 0 liggen. Shimada verklaart: ‘Doordat de Japanse overheid mobiele breedband internetcapaciteit niet veilt of belast, hebben aanbieders veel financiële ruimte om te investeren in noodzakelijke capaciteitsuitbreiding. Als de infrastructuur vervolgens nog betrouwbaarder wordt, zullen gebruikers ook meer mobiele dataservices gebruiken. In Europa daarentegen veilen overheden 3G licenties tegen absurde prijzen. De kosten voor mobiel breedbandinternet liggen in het Verenigd Koninkrijk en Duitsland tussen 400 en 450 euro en in Nederland rond 120 euro per capita.’ Kortom: de opmars van mobiele media in Japan wordt aan de aanbodzijde mogelijk gemaakt door optimale samenwerking, efficiency en een overheid die zich op gepaste afstand houdt.
Oké, gauw over naar de Japanse consument en diens geestdriftige omgang net de mobiele telefoon. Nou ja, telefoon…. Oké, gemiddeld wordt het mobieltje nog wel in eerste instantie als telefoon gebruikt. De generatie tot ongeveer dertig jaar gebruikt het speeltje echter vooral voor andere dingen. Zo is 25% van de 16- tot 24-jarigen langer dan 3 uur per dag ermee zoet. Bijna alle jongeren zijn dagelijks mobiel in de weer met bijvoorbeeld games, ringtones, realtones, e-books, videostreams, nieuws, verkeersinformatie en e-commerce. De markt voor mobiele e-commerce bedroeg in 2008 1,5 miljard euro, met als voornaamste kassarinkelaars mode, boeken en DVD’s.
Een mooi voorbeeld vormen de grootschalige modeshows waarbij meisjes met hun mobieltjes in de smaak vallende kleren van voorbij paraderende dames fotograferen. Vervolgens kunnen de kleren online worden besteld. Zo wordt in enkele uren een half miljoen euro opgehaald. Een tweede voorbeeld van volledig ingeburgerde e-commerce is het gebruik van de mobiele telefoon voor het scannen en uploaden van informatie in Quick Response codes die zijn aangebracht in gedrukte media. Zo leidt informatie op papier tot transacties via de mobiele telefoon.
Dan nu wat cijferbrij om aan te geven wat er in Japan in mobiele media (via het mobieltje) omgaat. Waar de Japanse markt voor mobiele content een volume kent van 4 miljard euro, daar vallen de inkomsten uit advertising vooralsnog tegen, hoewel ze hard groeien. Met 1,1 miljard euro in 2009 omvat mobiel adverteren 2% van de Japanse advertertentietaart. Ondertussen blijft televisie met een marktaandeel van 32% (-4% in 2009) nog altijd veruit het favoriete advertentiemedium. Kranten en tijdschriften volgen met 13 en 14%, maar zij zien hun advertentie-inkomsten jaarlijks met rond 10% slinken, ten gunste van internet op de PC en mobiel.
Kortom, Japanse adverteerders beginnen in te zien dat zij klanten moeten volgen in hun switch van off line naar online. Met andere woorden: zij ontdekken het mobieltje als een bruisend en interactief platform , terwijl de jongere Japanner al een mobiele lifestyle heeft ontwikkeld. Mijn indruk is dat het in Nederland niet wezenlijk anders zal gaan.
Dag 1: Welkom in een andere wereld
We stappen in een taxibus en rijden door een complex snelwegenlandschap naar het centrum van Tokio. Vanaf een hoge brug kijken we neer op de indrukwekkende skyline. Verderop zien we dat elke vierkante meter hier telt; alles is extreem dicht opeen gebouwd. Tussen alle betonkolossen is kennelijk nog net ruimte gevonden om een soortement replica van de Eiffeltoren neer te zetten. Deze is alleen rood en tien meter hoger, maar ook veel lelijker dan het Parijse origineel.
Bij het hotel aangekomen, volgt meteen de eerste cultuurclash: de Japanse bedienden raken zichtbaar in de war als iedereen zijn eigen koffers naar binnen draagt. Drukke gebaren mogen niet baten. "Nee joh, dat moet je laten doen, dat is hun eer", zeg ik half serieus tegen een reisgenoot. "Ja kom nou zeg, het is wel mooi zo. Het moet niet gekker worden!"Een uur later wandelen we door het winkelgebied van de wijk Shibuya. Vanwaar toch op allerlei plaatsen mensen met van die scary mondkapjes? Het blijkt een teken van beleefdheid van de Japanners: wie verkouden is, wil anderen niet aansteken en draagt ter bescherming zo'n stuk textiel.
Nog zo'n Japans tafereel: bij een plek die verdacht veel lijkt op het Londense Picadilly Circus, drommen de wandelaars van alle kanten samen. Op het moment dat de voetgangerslichten in alle richtingen tegelijk op groen gaan, komt een massaal parapluenpallet in beweging. Duizenden van die artefacten bewegen traag in alle richtingen. Spontane kunst. In Tokio is het druk, altijd maar druk. Maar iedereen blijft beleefd en voorkomend. Hollandse horkerigheid is hier ver te zoeken. Men wil de ander gewoon niet tot last zijn.Na een uitstekende maaltijd op grote hoogte, is het tijd het hotel op te zoeken. Eén nacht is bijna overgeslagen, en morgen wacht een dag vol mobiel innovatiegeweld. Toeristje spelen is er dan niet meer bij. Tot maandag.


























